null Beeld

Koers houdenTrea van Vliet

Om mensen te beschermen laten we ze vallen, in naam van het virus en zijn mutanten

Trea Van Vliet

Het is weer tijd voor mijn vaders afspraak bij de oorarts. Bij de ingang van het ziekenhuis blijkt dat ik niet mee naar binnen mag.

“Maar hij kan dit niet zelf”, zeg ik tegen de gastvrouw bij de ontvangstbalie.

“Daar hebben we vrijwilligers voor”, antwoordt ze, en ze wenkt een vrouw onze kant op. Een zestiger met een wit jasje en een mondkap. ‘Tiny’, staat er op haar naambordje. Tiny zal mijn vader begeleiden en ik moet achter een afzetlint gaan staan. Met tegenzin draag ik mijn vader over en ik vraag aan de gastvrouw wat dít nu weer voor onzin is.

“Ja, ik weet het, het is belachelijk”, antwoordt ze.

Ik kijk mijn vader na en zie hoe Tiny hem niet ondersteunt terwijl hij zwalkt als een dronken zwerver.

“Ze houdt hem helemaal niet vást!”, zeg ik tegen de gastvrouw, en ja, daar gaat mijn vader al onderuit, keihard tegen de incheckzuil aan.

Woest stap ik over het afzetlint heen en been ik op mijn vader af, die op de grond ligt met een kapotte bril. “U mag hier niet zijn”, piept Tiny. En of ik om de anderhalve meter wil denken. Ik negeer haar, kwaad als ik ben, en help mijn vader overeind.

Het lijkt mee te vallen, maar hij is te verward om te spreken. Ik haal een bekertje water voor hem en neem zijn kapotte bril van zijn neus. Pas als we bij de oorarts naar binnen kunnen, heeft mijn vader zijn praatjes weer terug. Narrig doet hij bij de arts zijn beklag over ‘diens personeel’. De oorarts kijkt me aan, ik leg uit.

“En ik meen dat die hele mondkapperij ook nergens over gaat”, moppert mijn vader nog even door.

De arts kijkt even weg.

“Ja”, zegt hij dan tot mijn verrassing, “thuisblijven bij klachten zou genoeg moeten zijn hè.”

Halleluja, een nuchter geluid.

We helpen mijn vader op de behandeltafel en ik ga bij het bureau zitten.

Om mensen te beschermen laten we ze op de grond vallen, letterlijk en figuurlijk. Oude, jonge, zwakke en sterke mensen, in naam van het virus en zijn mutanten. Wat mij betreft zijn we zo langzamerhand zélf mutanten. En natuurlijk ben ik ook boos op mezelf, omdat ik niet duidelijk genoeg heb gemaakt hoe slecht mijn vader loopt.

Als de oren gecheckt zijn, zetten we mijn vader weer rechtop.

“Ze was nog niet eens knap ook”, moppert mijn vader.

De arts kijkt naar mij.

“Tiny”, zeg ik.

De arts glimlacht, we nemen afscheid en als we even later langs de receptie strompelen, steekt de gastvrouw haar duim naar me op.

“Wat bedoelt ze?”, vraagt mijn vader.

“Dat we weer normaal moeten doen”, antwoord ik.

“Willen is kunnen”, mompelt mijn vader.

Waarvan akte.

Dit is de laatste column van journalist en schrijfster Trea van Vliet die op deze plek over haar vader schreef. Hij verblijft in een woonvorm voor psychiatrisch patiënten in Zeeland. Lees hier haar eerdere columns.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden