De kraai en de ooievaarMickelle Haest

Om door een ringetje te halen

Het is vijf uur ’s middags en spitsuur in huis. De oudste trekt aan mijn benen, de pannen staan op het vuur en mijn man, die net binnenkomt, probeert de jongste te sussen. Intussen brieft mijn collega mij telefonisch over de stand van zaken. Ik neem haar dienst over en ze wil allerlei serieuze dingen vertellen, maar onze kinderen zijn ondernemend. De oudste wipt gevaarlijk achterstevoren op de stoel waarop hij is geklommen. “De kinderen zijn onze beste anticonceptie als we bedenken hoe ze zijn rond vijf uur ’s middags”, zegt mijn man en lacht. “Ga maar, ik neem over.”

“Wat?” zeg ik in de hoorn als ik naar de gang loop. “Is ze al begonnen?” “Ja, je mag direct aan de bak. Ik heb gezegd dat je haar meteen belt.”

Als ik ophang, draai ik het opgegeven nummer. “Ze verliest slijmerig bloed”, zegt de man die ik aan de telefoon krijg. Ik vraag naar de hoeveelheid. Het is mij duidelijk; het gaat hier om de slijmprop.

“Ik moet er nu heen”, gil ik de woonkamer in en trek mijn jas van de kapstok. Ik hou de man aan de lijn als ik in de auto stap. “Ze wil in het ziekenhuis bevallen toch?” check ik mijn gegevens. “Ja”, antwoordt hij. “Durf je jouw vrouw nog mee te nemen in de auto?” vraag ik. “Kan dat nog?” Ik check nog een aantal zaken en zeg: “Ja, dat gaat nog, maar we moeten snel zijn.” “Oké, ik zet haar in de auto.” “Dan zien we elkaar bij het ziekenhuis. Ik zorg alvast voor alles.” Handsfree regel ik een plekje in het ziekenhuis. Als ik net bij de verloskamer ben, verschijnt er een 39 weken zwangere dame voor mij: keurig in de make-up, met haar haren in een Grace Kelly-rol en kleren om door een ringetje te halen. “Ik vind het nu niet zo leuk meer”, zegt ze zacht. Onrustig loopt ze heen en weer. “Kom”, zeg ik. “We gaan kijken.”

‘We zullen je toch moeten uitkleden’

Haar man en ik leggen haar op het bed. “We zullen je toch moeten uitkleden”, zeg ik, bewonderend kijkend naar het op maat gesneden mantelpak en haar benen in een glanzende panty. “Ik heb mijn werkkleren nog aan”, zegt ze zuchtend. “Ik heb de hele dag gewerkt. We hebben een eigen zaak. Alles voor de bevalling was geregeld, dus ik kon net zo goed werken.” Haar man houdt een koffer omhoog. “Alles voor moeder en kind”, zegt hij. “En thuis is ook alles in orde.” Ze puft rustig een flinke wee weg.

Intussen is duidelijk dat ze al negen centimeter ontsluiting heeft. “Waarop wilde je wachten; tot je persdrang had?” vraag ik. Zonder gillen en zonder schreeuwen baart ze hun kind. Op het hoogtepunt klinkt slechts een klein: “Jeetje-mi-neetje, dit doet zeer.”

Als ik de volgende dag op controlebezoek kom, tref ik haar met de laptop op schoot. “Ja, even wat facturen maken.” Ze werkt een weekje vanuit huis, daarna zijn moeder en kind samen in de zaak. “Het is en blijft een familiebedrijf”, zegt haar man.

Mickelle Haest tekent elke week ervaringen op van een uitvaartverzorger of die van een verloskundige. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden