Beeld Trouw

Klein VerslagWim Boevink

Nieuw dak gezocht voor de erfgenamen van de rotsvogels. Kom maar op

Wonen onder een dak geeft vreemde bondgenoten. Misschien mag ik zeggen: dakverwanten. Want zo is het uitzicht voor, achter en opzij: louter andere daken. Rode pannen, zwarte pannen, schoorstenen, dakramen. En daarboven niets dan de hemel.

Andere dakbewoners zie ik niet, op mijn hoogte alleen maar zolders. Behalve dan als ik tussen een paar daken door kijk, een paar vierkante houten vensters; de vensters van een duiventil.

Zij zijn het met wie ik me nu verbonden voel.

De duiven van de stad.

Ik zie ze elke dag.

Ze bevolken mijn hemel.

En hoe.

Schitterende zwerm

Ik zie ze zoals de straatbewoners ze niet zien. Vrij, zwierend, duikend, zwevend, in een schitterende zwerm van zo’n vijftig, zestig vogels, de meeste grijs, maar ook enkele wit.

Zo cirkelen ze boven de stad, in een groep, ik zie ze uitvliegen uit hun til, en ik zie hoe ze hun banen beschrijven, door iets geheimzinnigs aangestuurd, in een losse formatie gekenmerkt door de slordigheid die duiven eigen is, maar toch bijeen.

Op gezette tijden besluiten ze aan hun gefladder en gezwier een einde te maken en rusten ze collectief op de nok van het grote zadeldak tegenover mijn raam, dat evenwel niet is vervuild met vogelpoep – en dat verwonderde mij.

Ik wist ook niks van duiven, die weinig geliefde, wat vettige vogels, die als smerig gelden, patat van de straat pikken en de boel onderschijten.

Ik voel, blij gemaakt door mijn elegante zwerm, dat ik die op onwetendheid stoelende mening moet herzien.

Ik begin te zoeken in het wereldwijde web en leer dat er in deze stad zo’n vier- tot zeshonderd duiven wonen. Ik leer dat ze erfgenamen zijn van rots­vogels, die al miljoenen jaren oud zijn. De daken van de binnenstad zijn hun rotsen. En ja, ze scheten de boel onder, hun stront tastte de verf aan van historische gebouwen en hun nesten verstopten goten, tot enige jaren geleden iemand het initiatief nam de duivenoverlast met duivenvriendelijke maatregelen aan te pakken.

Weg overlast

Dat was naar Duits voorbeeld; hij bouwde een grote duiventil, die boven op het dak van een lingeriewinkel werd geplaatst en zie: de duiven begonnen, aangelokt door dagelijks voer in de vorm van gemengd graan en vers drinkwater er zich te verzamelen, te nestelen en te poepen. Weg overlast.

Intussen is er een tweede, kleinere til bijgekomen, op het pand van een schoenenwinkel, en dat is de til waarop ik uitzicht heb.

Ze worden beheerd door de Stichting Stadsduiven en och, wat bestaan er toch mooie stichtingen. Op de site van de stichting lees ik dat de duiven erg tevreden zijn over de tillen en dat ook duiven met één poot, stomppootjes of een lamme vleugel er mogen blijven. In de til zijn zitplaatsen en broedplaatsen, al vervangen de verzorgers de helft van de eieren door kalkeieren om de populatie niet te groot te laten worden.

Wekelijks verwijderen ze zo’n dertig kilo poep, deze mensen van goud. Maar alarmerend bericht uit de lokale kranten van juli vorig jaar: de grote til moet verdwijnen, want er is een nieuwe eigenaar in het lingeriepand en die wil er appartementen bouwen. De stichting zoekt een nieuw dak.

Kom maar. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden