ColumnRob Schouten

Niets menselijks was de negentiende-eeuwse koningen vreemd

De schriftlezing van vandaag komt uit Spreuken 25 vers 3: “De hoogte des hemels, de diepte der aarde en het hart der koningen is niet te doorvorsen”. Nu was het zelf een koning die dit liet noteren, te weten Salomo, dus er kan wat eigenbelang achter zitten maar niettemin, waarom valt het hart van koningen niet te doorvorsen? Een waarschuwing aan biografen die met hun eenvoudige afkomst de koninklijke ziel niet kunnen snappen? Hoe het ook zij, wij doen tegenwoordig niet meer aan zulke biografische klassenjustitie, ook van vorsten wordt de ziel gelicht.

Ik las de afgelopen weken de drie biografieën over onze koningen Willem I, II en III, van respectievelijk de Jeroenen Koch en Van Zanten en Dik van der Meulen. Een flinke zit, maar dan heb je ook een hele eeuw, de negentiende namelijk, aan koninklijk hart. Het viel niet mee, ik had al de nodige vooroordelen rond deze vorsten – Willem I een autocraat, Willem II een wat onbenullige dromer, Willem III een bullebak –maar hun biografieën maken het nog heel wat erger. Willem I komt uit de zijne tevoorschijn als een soort autist die niet kon samenwerken en niet kon luisteren, Willem II als een zacht ei die vanwege zijn biseksualiteit moeite had zijn chanteurs en stalkers van het lijf te houden, Willem III als de vreselijke man achter ‘Koning Gorilla’ die zijn personeel afblafte en bezwangerde.

Ook de paleizen hebben hun beerput

Waren het goede koningen, vraagt iedere biograaf zich afzonderlijk af en je hoort ze verlegen mompelen: eigenlijk niet, menselijk, dat wel, maar goed dus niet. Maar heeft Nederland veel last gehad van zijn al te menselijke negentiende-eeuwse vorsten? Welnee. Ze hebben het land niet te gronde gericht en dus kunnen we ze na afloop rustig en beheerst de schedel lichten en kijken wat er eigenlijk in hen schuilging. En ziedaar: I autoritair, zwaartillend, achterdochtig, II moedig, maar vooral ook hoogmoedig en ijdel, III driftig, jaloers, rancuneus, wreed tegenover mens en dier, seksueel ongeremd.

Het zijn gemiddeld niet de fraaiste eigenschappen die komen bovendrijven in hun levensbeschrijvingen, maar bij mij riepen ze voornamelijk een gevoel van mededogen op: als je koningen doorvorst(!), ontdek je net als bij Jan met de pet een beerput. Salomo wist wat hij had te verbergen.

Ik moest aan dit alles denken toen ik afgelopen week op tv de documentaire over Harvey Weinstein zag, de gevallen koning van Hollywood (van wie ik overigens tot aan zijn val nooit had gehoord). Een seksueel roofdier, een ranzige viespeuk. Die zichzelf zat af te rukken als hij zijn actrices vroeg zich te ontkleden of erger, wat ze met nauw verhulde walging dan maar deden, en sommigen ook niet, waarna ze werden uitgescholden en vernederd. Van succesvolle mannetjes- en vrouwtjesmaker tot oppersmeerkees van de filmindustrie en meer dan dat.

Maar toch vooral ook een zielig, gefrustreerd mannetje, eenzaam en liefdeloos. Een sneue eikel wie de macht naar het hoofd was gestegen. En met een hart dat we maar eens grondig moeten doorvorsen, want de menselijke ziel blijft een goud- en moddermijn, ook die van koningen.

Eerdere columns van Rob Schouten leest u hier

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden