NaschriftNico Mentink

Nico Mentink (1960-2020): een feest werd pas echt leuk als hij binnen was

Nico Mentink met zijn vriendin Teresa.

Nico Mentink (1960-2020) was een beroeps­optimist en een liefhebber van ­muziek en natuur. Hij genoot van het leven. In het hospice ­waarin hij belandde, gaf hij nog een concert.

Van jongs af aan had Nico Mentink een grote interesse in de natuur. Zijn ouders hadden hem dat bijgebracht. Urenlang kon hij door de duinen bij zijn woonplaats Driehuis zwerven. Hij wist alles van plantjes, vogeltjes, schelpen, stenen, noem maar op, en corrigeerde iedereen die een fout maakte, ook al was het z’n eigen meester. Die zei eens dat het winterkoninkje het kleinste vogeltje in Nederland is. Nee hoor, aldus de kleine Nico, dat is het goudhaantje. Maar de meester duldde geen tegenspraak en stuurde de brutale jongen de klas uit. Tientallen jaren later kon Nico daar nog boos over worden, het was zó oneerlijk.

Hij groeide op in een middenstandsgezin. Zijn vader was kapper, z’n moeder werkte ook in de zaak. Nico was het middelste kind, tussen twee zussen. Het was een gelovig, goed katholiek gezin dat aan doop en communie deed. Althans, tot Nico’s vroege puberteit, want toen zei vader dat het voor hem allemaal niet meer hoefde, dat wat er in de Bijbel stond niet kon kloppen en dat hij niet meer naar de kerk ging. Alleen ma bad daarna nog wel voor het eten.

Als kind met zusjes en ouders.

Het was een hecht gezin. Nico trok veel op met zijn zussen. Ze zetten op zolder een museumpje met een stenen- en schelpenverzameling in elkaar. Iedereen mocht komen kijken, de entree was één cent. Met z’n drieën maakten ze een maandblad over de natuur, ze verkochten dat aan de klanten in de kapperszaak. En ze verzorgden radio-uitzendingen met een eigen top-40.

Veel tijd voor vrienden had hij niet (een ­gemis dat hij later in zijn leven ruimschoots zou compenseren). Wat daarbij meespeelde was de erfelijke ziekte waaraan Nico leed: HME-MO, een zeldzame aandoening met vergroeiingen aan het kraakbeen. Hij werd daardoor beperkt in zijn bewegingen, voelde zich onzeker, werd op de middelbare school gepest, ook omdat hij in die tijd heel erg stotterde. Hij ging steeds met de hakken over de sloot over, maar haalde vóór z’n achttiende z’n vwo-diploma.

Gezien zijn liefde voor de natuur was het niet zo vreemd dat Nico voor de studie tropische landbouw aan de universiteit van Wageningen koos. Werkzaam zijn in de derde wereld, dat leek hem wel wat. Niet zozeer om politieke redenen, hoewel hij de ontwikkelingen in landen als Chili en Argentinië goed volgde, maar omdat hij het gewoon interessant vond. Toen hij aan de studie begon, was er nog voldoende emplooi op het terrein van ontwikkelingssamenwerking; toen hij afgestudeerd was niet meer.

Nico als student.

Dat was maar liefst elf jaar later, eind jaren tachtig, want Nico was niet van snel studeren. Hij nam ruim de tijd voor de stages, waar officieel een half jaar voor stond. Hij rekte dat op tot drie jaar, zo lang verbleef hij bij elkaar in diverse landen in Latijns-Amerika. In Peru ontmoette hij Teresa, die een jaar ouder was, met wie hij trouwde, die met hem naar Nederland ging en met wie hij zijn hele leven buitengewoon gelukkig was. Kinderen zouden ze niet krijgen, dat vond Nico te veel risico gezien zijn erfelijke ziekte.

Afgeknipt pak melk

Bij gebrek aan een baan waren Teresa en Nico aangewezen op een bijstandsuitkering. Daar kwamen ze goed van rond, ze wisten zelfs te sparen want ze leefden erg sober. Bloemen of planten kocht je niet, maar die kweekte je zelf, en een vaas was overbodig, want een afgeknipt pak melk voldeed evengoed. Ze reisden regelmatig naar Zuid-Amerika. De vliegtickets waren de enige uitgaven, want ze konden altijd wel logeren bij vrienden of familie. Soms bleven ze wat langer weg, bijvoorbeeld toen Nico als vrijwilliger aan de slag kon bij een biologisch landbouwproject in Costa Rica.

Muziekmakend op de bruiloft met Teresa.

Bij terugkeer in Nederland werkten ze regelmatig bij een uitzendbureau. Zo reed Nico als bezorger van biologisch vlees rond en werd hij medewerker van een bedrijf dat allerlei zaden veredelde. Het was vaak van korte duur, al kon Nico daar soms niks aan doen. Maar het was niet altijd even makkelijk om met hem samen te werken. Hij was nogal eigenwijs, autonoom en erg op z’n zelfstandigheid gesteld.

De muziek had een vaste plaats in hun leven. Nico speelde gitaar en accordeon, en Teresa bediende de percussies en zong erbij, met een prachtige stem. ‘Duo Canela’ noemden ze zichzelf. Ze traden op in het hele land, vooral met Zuid-Amerikaanse muziek. En met eigen composities van Nico.

Hij componeerde ook een keer een liedje voor een speciaal optreden bij de kantonrechter in Wageningen. Nico was bekeurd omdat hij op de rijweg fietste, en niet op het fietspad. Dat was in zijn ogen te hobbelig met allemaal losse tegels en daarom veel te gevaarlijk. Hij liet het voorkomen, en mocht van de kantonrechter tijdens de zitting een protestlied ten gehore brengen. Dat werkte: hij werd wel schuldig bevonden, maar hoefde de boete niet te betalen.

De gastvrijheid die Nico ervoer in Zuid-Amerika bracht hij ook zelf in praktijk: iedereen was van harte welkom. Dat moest wat hem betreft eveneens gelden voor zijn familie, dus hij kwam rustig om half acht ’s avonds bij zijn zus aanzetten met Peruaanse vrienden en hun vier kinderen die hij net had opgehaald van Schiphol en die allemaal wel trek hadden. Of hij de volgende keer misschien het bezoek even zou kunnen aankondigen, vroeg z’n zus vriendelijk, want dan kon ze zorgen dat er voldoende eten in huis was. Dat vond hij een belachelijk verzoek, het moest toch spontaan kunnen?

Callcenter

Toen ze weer een tijdje zonder werk zaten, kregen Nico en Teresa een omscholing tot medewerker van een callcenter. Ze verhuisden naar Largs, een plaatsje in Schotland, en stonden daar telefonisch klanten van de IT-multinational IBM te woord; Teresa de Spaanstalige, Nico de Nederlandse. Ze hadden er een geweldige tijd, anderhalf jaar lang, met voortdurend muziek, optredens en feesten. Ook daar maakten ze veel vrienden.

Eenmaal terug in Nederland kreeg Nico een baan bij de Plantenziektenkundige Dienst. Hij onderzocht producten die uit Zuid-Amerika waren geïmporteerd – ladingen hout bijvoorbeeld – op schadelijke kevers en torren. Hij deed het zo’n tien jaar. Nico was er senang bij: de baan kwam het dichtst bij zijn studie in de buurt, gaf hem stabiliteit, rust en zekerheid.

Hij leefde gezond, rookte niet en dronk amper. Hij las veel, vooral natuurwetenschappelijke artikelen, wist exact te vertellen waar en op welke dag een bepaalde orchidee in bloei stond, ging daar dan heen, en nodigde andere mensen uit dat ook te doen. Op feesten was hij de sfeermaker, het begon pas echt als hij eenmaal binnen was, meestal trouwens te laat.

Een kleine twee jaar geleden raakte hij steeds meer vermoeid. Zijn huisarts stuurde hem door. Onderzoeken in het ziekenhuis wezen uit dat Nico myelofibrose had, een vorm van leukemie. Hij onderging een stamceltransplantatie, zijn jongere zus was de donor, en hij voelde zich herboren. Maar uiteindelijk bleek het hem toch niet te baten.

Afgelopen herfst hoorde hij dat genezing niet meer mogelijk was, maar ook daarna bleef hij hoop houden dat de behandeling misschien toch zou aanslaan, dat er nog een wonder zou gebeuren. Hij verhuisde naar een hospice waar hij de verpleegkundigen en collega-patiënten elke dag verbaasde met zijn optimisme en levensdrift, alsof hij het eeuwige leven bezat. Daags na Kerst gaf Nico er nog een concert, voor zo’n twintig mensen, ondanks zijn verzwakte lichaam.

Nico Mentink in 2013.

In januari kwam hij even thuis. Maar kort daarna kreeg hij een dubbele longontsteking. Hij werd naar het Radboud-ziekenhuis in Nijmegen vervoerd. Vlak voordat Nico daar stierf, bedankte hij z’n dierbaren voor al het moois dat ze hem hadden gegeven. Hij stelde zijn lichaam ter beschikking van de wetenschap en had ook al aanwijzingen voor de herdenkingsbijeenkomst op papier gezet, half april; hij had er graag zelf bij willen zijn.

Nicolaas Johannes Bernardus Mentink werd geboren op 18 juli 1960 in Driehuis, hij overleed op 24 januari 2020 in Nijmegen.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden