Klein Verslag Wim Boevink

New York laat je eenzaam zijn, maar kan je ook laten uitblinken

New York, schreef E.B. White in 1948, biedt het geschenk van de eenzaamheid en het geschenk van de privacy. Geen enkele andere stad is er zo gul mee.

Eenzaamheid, privacy? Het lijken twijfelachtige geschenken. Ze kunnen een mens verwoesten, maar hem ook vervullen – het is een kwestie van geluk. Wie is E.B. White?

Hij was een schrijver en publicist, die in 1899 in de staat New York werd geboren en in 1985 overleed in Brooklin, Maine. Hij was vijftig jaar lang medewerker van The New Yorker, bekend om de literaire stijl van zijn verslagen, en schrijver van kinderboeken.

Tijdens een hittegolf in 1948 schreef hij een beroemd geworden essay over de stad die hij jaren eerder had verlaten.

Hij was daartoe uitgenodigd door de hoofdredacteur van een nieuw stijlvol reismagazine, Holiday. White, die zelf geen reiziger was liet zich overhalen kort terug te keren en zijn oude buurten nog eens op te zoeken.

Die buurten waren toen al in hoog tempo aan het veranderen. En heel veel van wat White in 1948 waarnam is intussen alweer helemaal verdwenen – hij voorvoelde dat al tijdens het schrijven. Het hotel waar hij verbleef, het Lafayette op Ninth Street, sloot zijn deuren nog voor zijn artikel in Holiday verscheen.

Drie verschillende New Yorks

Ook dat is New York in al zijn dynamiek, een stad van verdwijnen en verschijnen. Sinds zijn essay ‘Here is New York’, dat als los boekje nog te koop is, zijn behalve het hotel ook de kelders verdwenen met hun ijsblokken, briketten en hun hout, evenals het lunchrestaurant van Schrafft op Fifth Avenue, de houten boekliften in de Openbare Bibliotheek, de oude Metropolitan Opera en de Queen Mary met haar scheepshoorn, die zo droevig klonk bij het verlaten van het dok.

Maar White’s tekst is er nog, ook omdat hij iets wist te raken: een poëtische kern van de stad die al zijn dagen uitgroeide tot zoiets als de hoofdstad van de wereld – de toren van de Verenigde Naties aan de East River lag op tekening klaar.

Niet dat dat in New York iets uitmaakte, de stad had, schreef White, een enorm vermogen tot absorptie; je kon in de straten ronddwalen zonder ook maar iets van grote evenementen mee te krijgen. En nog iets magisch: je wist dat je er soms maar meters verwijderd was van beroemdheden en levende legendes – onoverbrugbare meters maar toch.

Drie New Yorks onderscheidde hij: dat van de mensen die er geboren en getogen zijn, dat van de forenzen (die Rem Koolhaas later omschreef als ‘the bridge and tunnelpeople’), en dat van de mensen die er later naartoe verhuisden in de hoop er hun geluk te vinden. Die laatsten gaven de stad zijn gespannen karakter, zijn poëtische verschijning, zijn reiken naar het hoogste. Mooi, die romantische notie van een stad die je eenzaam laat zijn en anoniem, maar ook je kan laten uitblinken, of je nu een kruidenierszaakje begint of met een manuscript naar een uitgever stapt of gewoon aan de kleinburgerlijkheid van dorp of platteland wilt ontsnappen.

Dat ik hier over E. B. White begin heeft te maken met mijn eigen aankomst in de stad, waar ik de komende dagen zal verblijven. Ik zal een vreemde zijn onder vreemden in een te duur geprijsd hotel en me vergapen aan al die ambitie, dromen en vergetelheid. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden