Relatie-DNAHet verhaal van Ruben (59)

‘Net als Herman Brood camoufleerde ik mijn angst met drugs en verwarde ik liefde met seks’

null Beeld brechtje rood
Beeld brechtje rood

Tijdgeest verkent het DNA van de liefde: hoe werkt de relatie van je ouders door op je eigen relaties? Ruben (59) had als tiener het gevoel dat zelfs zijn adoptiemoeder hem afwees. Wat volgde waren jaren vol seks, drugs en mislukte relaties.

“Ik was zeven toen mijn ouders mij vertelden dat ik hun kind niet was. Die boodschap kwam als een schok. Ik voelde me altijd al wel wat anders, ik ben iets donkerder dan mijn broertje en zusje, maar ik hoorde toch bij hen? Ik had dat gezin ook echt nodig, ik was een angstig kind; als jochie kroop ik vaak dicht ­tegen mijn ouders aan. En dan wordt dit ineens verteld.

Mijn biologische moeder was achttien toen ik werd geboren, ze raakte zwanger tijdens een onenightstand. Omdat haar thuissituatie slecht was – ‘asocialen’ stond er in het rapport van de kinderbescherming – moest ik als baby naar een pleeggezin. Ik kwam bij mijn ouders terecht. Zij hebben mij officieel geadopteerd toen ik zes was.

Een jaar na die onwerkelijke boodschap klapte het huwelijk van mijn ouders. Het was eind jaren zestig. Mijn vader had niets met alle veranderingen in de maatschappij, mijn moeder ging juist los. Na de scheiding trok ze met een caravan langs vormingscentra, een soort communes­­. Voorheen wist ik precies wat we op welke dag aten en werden onze haren altijd keurig geknipt. Die oerdegelijke Hollandse veiligheid was nu weg.

Op een van de plekken ontmoetten we een gezin – man, vrouw, twee dochters. Mijn moeder had een enorme klik met die vrouw. Ze begon een relatie met haar en haar man. We trokken bij ze in. Dat werd ruzie. Uiteindelijk zijn we in Leeuwarden beland. Ook daar ging het mis. Er kwamen constant vrouwen langs met wie ze in bed lag. Naar ons keek ze nauwelijks om.

Ik begon te puberen en hing op straat rond, met foute vrienden. Mijn moeder vond me maar lastig. Dus toen ik in de eerste klas bleef zitten, zei ze: ‘Jij gaat na de zomer naar een internaat’. Ik moest huilen. Die hele zomer heb ik me gedragen als het liefste kind op aarde. Tevergeefs, haar beslissing stond vast.”

Junkenhol

“Ik was vijftien toen ik een kamer vond in de binnenstad van Leeuwarden, in een junkenhol – ik was weggelopen uit het internaat. Herman Brood was mijn held. Hij vond de wereld ook beangstigend en camoufleerde dat met drugs. En hij verwarde liefde met seks. Dat deed ik ook. Ik had het ene na het andere meisje, maar durfde me nooit echt open te stellen.

Seks, drugs en rock-’n-roll: ik heb het niet lang volgehouden. Op mijn negentiende werd ik ­depressief. Ik had angststoornissen, ik kon niets meer. Zelfs alleen zijn lukte niet. Dat zat heel diep. Een meisje dat ik kende van het uitgaan – ze was verliefd op me – dacht: nu heb ik hem. Ze trok bij me in. Ze werd mijn redding. Al snel raakte ze zwanger.

Mensen zeiden: ‘Dat gezinnetje van jullie draait als een tierelier’. We hadden onze kinderen netjes in de kleren en ons huisje op orde, maar we spraken niet echt met elkaar. Na zeven jaar werd ik verliefd op een vrouw die ook angstklachten had. Met haar kon ik wel praten. Ik heb mijn verliefdheid opgebiecht, maar mijn huwelijk was niet te redden.

Ik heb altijd geweten wie mijn biologische moeder is. Met mijn ex was ik weleens bij haar geweest; een familie vol ruzie en geweld. Het echte contact ging ik niet aan. Ik verhuisde vaak, maar zij bleef me altijd zoeken.

Na mijn scheiding dacht ik: met een nieuwe vrouw gaat het me wél lukken. Ik werd verliefd op een actrice met kinderen en wilde een gezinsleven met haar. Na twee jaar liep de relatie spaak. Ze koos voor haar carrière.

Mijn zoektocht werd steeds dwingender. Ik ontmoette opnieuw een vrouw met kinderen. Toen we uiteindelijk samenwoonden, trok ook zij de stekker eruit, maar niet lang daarna had ik alweer mijn eerste kus gegeven, aan een vrouw die altijd al verkikkerd op me was. Ze bleek kwaadaardig borderline. Dat werd een hel.

Ik was in de veertig toen ik zeker wist: ik wil nooit meer een vrouw. Maar juist toen ik niet meer naar de liefde zocht, vond ik haar: Anna. Via MSN, zo’n chatprogramma. In het begin hebben we alleen maar gepraat. Inmiddels zijn we getrouwd. Door haar bloei ik weer.”

Adoptiedossier

“Vorig jaar heb ik mijn adoptiedossier ingezien. Er stond zwart op wit dat mijn bio-moeder me destijds nooit heeft willen afstaan, maar dat door omstandigheden moest doen. Het was de erkenning die ik altijd zocht.

Kort voordat ze overleed, ben ik bij haar geweest. Ik raakte haar aan. Ze keek. Eerst wat angstig, daarna heel gelukzalig. Op weg naar huis zei ik tegen Anna: ‘Het is klaar, de volgende keer is ze er niet meer’.

Het is goed zo. Kijk, een aantal dingen in mijn levensloop zijn niet meer te repareren. Dat begint bij die adoptie. Maar inmiddels weet ik ook: het is de kunst om te jongleren met de beschadigingen én de zegeningen die je hebt.”

De namen in deze tekst zijn gefingeerd om privacyredenen. De echte namen zijn bekend bij de redactie.

Wilt u ook worden geïnterviewd over de invloed van uw ouders op uw relaties? Mail: relatiedna@trouw.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden