Carnavalsgeschiedenis

Net als andere tradities verandert ook het carnaval onherroepelijk

Carnaval in Maastricht Beeld ANP
Carnaval in MaastrichtBeeld ANP

Vroege christenen hadden weinig met de gekkigheden van carnaval. Terwijl de katholieken er jaren later juist mee pronkten. De geschiedenis van dit feest vang je niet zo maar even.

Carnaval is een veelvormig fenomeen. Dé geschiedenis van het feest laat zich daarom niet zomaar schrijven. De manier van vieren kent sterke lokale verschillen, onder meer verklaarbaar door de loop van de geschiedenis ter plaatse en ceremonies en gebruiken die daar op een zeker moment uitgroeiden tot een gekoesterde traditie. In het Brabantse carnaval zijn meer invloeden uit België terug te vinden, in dat van Limburg meer uit het Duitse Rijnland. In bijvoorbeeld Den Bosch is de dresscode eenvoudig: een boerenkiel, terwijl op veel plekken in Limburg maanden thuiswerk worden gestoken in extravagante kostuums.

Zelfs binnen een en dezelfde stad kan carnaval verschillende kanten uitschieten. De meest vooraanstaande carnavalsvereniging van Maastricht, de Tempeleers, hecht zo aan protocollen en regeltjes dat de vraag is gerechtvaardigd of de persiflage op de macht niet zelf trekjes van een star bestuur heeft gekregen. Maar diezelfde club organiseert tegelijkertijd de Boonte Störm, de grote optocht met nauwelijks wagens en in plaats daarvan een vrolijke, urenlang durende chaos van deelnemers. En in deinende mensenzeeën blijven sommige eenlingen drie dagen strak in de door hen bedachte rol. Zij vieren hun eigen feestje.

Carnaval heeft de naam een katholiek evenement te zijn, maar gaat terug tot ver voor het begin van de christelijke jaartelling. In tal van culturen vierden mensen het nieuwe jaar of het begin van de lente met uitbundige feesten.

Carnaval te Kerkrade, Limburg 1963. Majorettes groeten met 'alaaf'. Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo
Carnaval te Kerkrade, Limburg 1963. Majorettes groeten met 'alaaf'.Beeld Hollandse Hoogte / Spaarnestad Photo

Vroege christenen hadden weinig op met deze heidense gekkigheden. Feesten van deze soort kwamen zelfs op de index, een lijst met vormen van verboden goddeloosheid. Op den duur won de traditie het echter van de repressie. Tijdens het Concilie van Benevento in 1091 besloten de katholieke kerk het carnaval een plek te geven in de liturgie.

Vaarwel aan het vlees

Aan de vooravond van veertig dagen vasten, te ­beginnen op Aswoensdag, voorafgaand aan het Paasfeest mochten mensen even overvloedig eten en drinken. ­Tijdens de gelagen gingen bovendien de traditionele machtsverhoudingen op zijn kop: armen en gekken kregen zogenaamd de macht, voornaamheid werd mikpunt van spot. Als daarna de ascese maar terugkeerde en iedereen weer in het gareel ging lopen. Carnaval is waarschijnlijk afgeleid van het Latijnse ‘carne vale’: vaarwel aan het vlees.

De reformatie zette een rem op al de jaarlijkse uitbundigheid. In overwegend protestantse gebieden moest men niets meer hebben van alle paapse gekkigheid en werd het feest aan banden gelegd. En in concurrentie met de nieuwe vormen van christelijk geloof ging het rooms-katholicisme in veel gevallen ook een orthodoxere kant op, waarin voor de jaarlijkse uitspattingen minder plaats was.

Carnaval in 1960: als clown uitgedoste carnavalsgangers in de mist.
 . Beeld Hollandse Hoogte/ Spaarnestad Photo
Carnaval in 1960: als clown uitgedoste carnavalsgangers in de mist. .Beeld Hollandse Hoogte/ Spaarnestad Photo

Tijdens de Franse bezetting, met meer ruimte voor de verschillende gezindten, leefde het carnaval op. Het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in 1853 droeg daar verder aan bij. Katholieken eisten nadrukkelijker hun plaats op en grepen terug op oude tradities om trots hun geloof en identiteit uit te dragen. Tot afgrijzen van calvinisten. Volgens Abraham Kuyper bewees carnaval het ontbreken van begrip bij de katholieken voor de Bijbelse opvatting over zonde en voor de ontsporingen waartoe dat in het aardse leven kan leiden.

Nog uitbundiger

Vanaf het midden van de negentiende eeuw namen gegoede burgers ook her en der initiatieven tot meer georganiseerde vormen van carnaval. Het Venlose Jocus gaat terug op een herensociëteit, opgericht in 1842 bij het vijfhonderdjarig bestaan van de stad. Net daarvoor verrees aan het Vrijthof in Maastricht de sociëteit Momus (tegenwoordig een gewone horecazaak), ontworpen met de opdracht dat onder meer het gekkengetal elf terug te zien moest zijn in het gebouw. In 1881 kwamen in Den Bosch vertegenwoordigers van de gegoede middenstand bij elkaar om het hoofd te breken over iets minder volkse varianten van het bestaande carnaval. Het concept Oeteldonk werd geboren. Toenemende welvaart droeg in de loop van de twintigste eeuw bij aan nog uitbundigere vieringen van het feest in Nederland.

Carnavalspuristen waakten en waken ondertussen over de geest van het feest. Verandering en alternatieve vormen worden al snel als een bedreiging gezien. In het diepe zuiden werd smalend gesproken over schlagers van onder anderen André van Duin, Adèle Bloemendaal en Arie Ribbens die door de landelijke platenmaatschappijen werden uitgebracht en die in de jaren zestig, zeventig en tachtig van de vorige eeuw hoge plekken in de hitparade haalden. Nummers als Er staat een paard in de gang, Wat heb je gedaan, Daan? en Polonaise Hollandaise hadden volgens hen niets te maken met het echte carnaval. Veel plaatsen zwoeren bij het motto ‘Eigen liedjes eerst’. En wat te denken van Amsterdam dat bekende plaatsgenoten als Willy Alberti, Sjaak Swart, André Hazes en Dries Roelvink uitriep tot stadsprins?

Massaliteit

Toch verandert carnaval net als alle andere tradities onherroepelijk. Activiteiten in kleinere plaatsen hebben bijvoorbeeld te lijden onder de toenemende evenementisering van het feest: met name jongeren trekken liever naar massale activiteiten in de steden.

Ondertussen laat ook de veranderende samenstelling van de Nederlandse bevolking zijn sporen na. Rotterdam viert inmiddels al jaren grootschalig haar Zomercarnaval in Latijns-Amerikaanse sferen en in een totaal andere tijd van het jaar.

Wat betekent carnaval­­ voor u? Reacties (max. 150 woorden)zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag naam en woonplaats vermelden.

Lees ook:

Prinsenbeek leeft voor carnaval, maar deze winter is het stil in de bouwschuren van de praalwagenbouwers

Winter in Prinsenbeek is: knetterende lasapparaten en carnavalsmuziek die in de bouwschuren uit de boxen knalt. Allemaal in opmaat naar de optocht in februari. Dit jaar ziet het er in ‘Boemeldonck’ heel anders uit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden