In crisis Bauke Koekkoek

Nee zeggen hoort ook bij het werk in de ggz

Hoe ga je om met acute psychische problematiek en de hooggespannen verwachtingen over jouw hulp? Bauke Koekkoek schrijft over zijn werk bij de ggz-crisisdienst.

De receptie belt. Er is deze kerstavond iemand binnengelopen die niet weg wil voor hij de crisisdienst heeft gesproken. Bij de balie tref ik een man van zeker een meter breed, handen als kolenschoppen en een soort Russische muts over hoofd en oren. Wat kan ik voor hem doen? Nou ja, hij komt net van de begraafplaats om de hoek en kreeg daar last van zijn psychische stoornis. Of hij even met mij kan babbelen.

Ik heb een hoop redenen om nee te zeggen. Mensen mogen niet zomaar binnenlopen – pas na verwijzing door (meestal) de huisarts. Of: zijn drankkegel, doorgaans geen goede basis voor een gesprek. Ook: wij zijn niet het ‘juiste’ loket want hij is bij een verslavingsinstelling in behandeling. Maar ik weet dat hij alleen maar dichte deuren gaat treffen als ik hem weg stuur – en dus is geen één reden goed genoeg.

Hij mompelt iets over zelfmedicatie

Wel vraag ik hem een kwartier geduld te hebben omdat ik nog bezig ben (waar). Ook zeg ik dat ik maar tien minuten voor hem heb (half waar). Dat laatste omdat ik een bepaald gespreksthema voel aankomen. Dat blijkt terecht: hij heeft pillen nodig om te slapen. Dat slapen gaat altijd al moeilijk maar vanavond helemaal want zijn broer is rond deze tijd van het jaar overleden. Hij mompelt iets over zelfmedicatie – een term voor het op eigen houtje gebruiken van drank of drugs om minder ellende te voelen. Ik suggereer vriendelijk dat hij wellicht al enige zelfmedicatie heeft gebruikt? Hij lijkt zich hierdoor zowel betrapt als gezien te voelen want zijn toon wordt vriendelijker en licht samenzweerderig. Ik moet hem drie keer beloven niets te melden aan de begeleiders van de beschermde woonvorm waar hij woont – als hij daar drinkt mag hij er drie dagen niet in. Dat beloof ik direct, want het is noch mijn plicht, noch mijn roeping om anderen hierover te informeren. Wel raad ik hem aan straks nog wat te eten omdat anders zijn adem hem zal verraden.

Maar goed, die pillen dus. Zijn dosis is al genoeg voor twee mensen met serieuze slaapproblemen. Hij wil er graag een dosis voor nog vier man bij en vertelt precies welke medicijnen dat zouden moeten zijn. Hier verraadt zich de serieuze gebruiker, die eerder al in even in beeld kwam toen hij beleefd maar beslist weigerde om met me te bespreken wat hem echt dwars zit. Zijn huisarts heeft al nee gezegd tegen dit pillenpakket en dat doe ik, aangezien hij niet bij ons in behandeling is, ook.

In ieder geval wel serieus luisteren

Nee zeggen is een belangrijk onderdeel van het crisiswerk. Ja, soms halen we knotsgekke mensen weg uit gevaarlijke situaties. Maar als dat tien procent van ons werk is, is het veel. Onder die andere negentig procent zijn vooral veel mensen die het niet redden. Met vragen op allerlei gebieden waar de gezondheidszorg nauwelijks antwoorden op heeft. Levenskwesties worden verpakt in zorgwensen: een acute opname of meer medicatie. De crisisdienst kan toegang bieden tot zulke interventies maar voor ernstige levensproblematiek werken ze nauwelijks, en soms zelfs averechts. Sommigen zoeken intensieve therapie om ‘eindelijk eens echt geholpen te worden’: in theorie een goede vraag maar in de praktijk vaak veelgevraagd – vaak houdt degene het niet vol vanwege alle kwesties.

Maar nee zeggen kan op allerlei manieren. In ieder geval pas na serieus geluisterd en doorgevraagd te hebben. En samen te hebben gefilosofeerd over wat wel zou kunnen helpen. Deze kerstavond was mijn aanbod karig, toch bedankt de man voor de tijd en het luisterend oor. Op zulke momenten besef ik dat veel mensen hun leven beginnen met zo veel minder kansen, doordat hun ouders niet beter kunnen, doordat ze een aangeboren beperking hebben, doordat ze opgroeien in een kale, harde omgeving of alles tegelijk. Geen crisisdienst kan dat repareren, zelfs niet als iemand al in een beschermde omgeving met 24-uurs begeleiding woont. Wie, wat en of dat wel kan: een open vraag.

Sociaal-psychiatrisch verpleegkundige en lector Bauke Koekkoek schrijft hier over zijn werk in de 24-uurs ggz-crisisdienst.

Lees ook:

De ggz zoekt personeel: iemand is beter dan niemand

Ggz-instellingen drijven op uitzendkrachten en dure zzp-psychiaters. Het personeelstekort leidt zelfs tot calamiteiten met dodelijke afloop, blijkt uit onderzoek van De Groene Amsterdammer en Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden