Beeld Trouw

Klein Verslag Wim Boevink

Nazi-expositie: het onderwerp is te groot voor één zaal

Ze vond het saai. Ze had zich van een nazi-tentoonstelling meer voorgesteld dan wat papier in vitrines. Haar vriendin klaagde dat de gids haar te veel had afgeleid met voortdurende vragen; zo had ze nauwelijks gelegenheid op te nemen wat nu ze nu eigenlijk had gezien. 

Tienermeiden. 

Doe het voor een jonge smartphone-generatie maar eens goed: een pakkende tentoonstelling organiseren over de vorm- en beeldtaal van de nazi’s, over ontwerpen in dienst van het kwaad. 

Het Design Museum in Den Bosch probeert het, onder de bijna luchtige titel ‘Design in het Derde Rijk’. Ja, de nazi’s beschikten over professionele vormgevers en architecten, al zou ik Goebbels geen ‘chef marketing’ noemen. (Nee hoor, doet het museum niet.)

En hun vormgeving was, net als de terreur zelf, alles doordringend: in gebruiksvoorwerpen, in lettertypes, in huizenbouw en woninginrichting, in groetvoorschriften, in automobielen, in wegen, in landschappen, ja, tot in de concentratiekampen.

‘Design in het Derde Rijk', een expositie in het Design Museum in Den Bosch. Beeld Wim Boevink

Dus ja, er ligt papier in vitrines. Boeken, tijdschriften, foto’s. En er is nog wel iets meer. Vlaggen en vaandels met hakenkruisen, helmen, een uniform, jodensterren, een romantische schilderij van een ideaal Germaans gezin, een bureau uit de Rijkskanselarij, een typemachine met een SS-toets, stomme propagandafilms, gespierde beelden van Arno Breker. 

Allemaal in één zaal. Hij staat vol bezoekers. De meesten zijn tieners, ze zijn er in groepen, ze dragen grote klemborden en luisteren naar gebarende en ernstig kijkende gidsen. Ze doen op school het vak ‘media en communicatie’ en dus stellen de gidsen vragen. ‘Zou jij zo’n letter nog gebruiken?’ 

Geen gemakkelijke vragen.

Ze weten dat ze nee moeten zeggen. Maar waarom precies? Ikzelf loop tussen de bezoekers met licht ongemak; op mijn jasje prijkt een flinke sticker van het museum waarop met grote letters ‘PERS’ staat. Dit is geen omgeving om met een merkteken rond te moeten lopen; ik koester altijd al weerzin tegen buttons en badges en naambordjes, ook wanneer ik de praktische zin ervan begrijp.

Die zin is hier dat ik mag fotograferen, iets dat andere bezoekers is ontzegd, omdat men wil voorkomen dat er in de sociale media gepronkt wordt met selfies en Adolf, met opgestoken duimen en een zekere lust tot provocatie. Deze zaal is als een kast met gif, je moet er voorzichtig mee omgaan.

Afgezien van een paar summiere, algemene teksten is er weinig dat de objecten toelicht, of je moet de ook al summiere audiotour volgen. Als design over uiterlijkheid gaat, dan kleeft dat ook de tentoonstelling aan en lees je al te heldere zinnen als: ‘Adolf Hitler was zelf erg geïnteresseerd in de werking van cultuur (...). Hij heeft sinds de begintijd actief gezocht naar goede communicatiestrategieën’.

Ik sta in de kleine nis, die is ingericht in een hoek van de zaal, als het ware met de rug ernaar toe. Er hangen ontwerpschetsen van Auschwitz. Barakken, gaskamers. De audiotour vertelt hoe de lijkverbranding zo efficiënt mogelijk werd gemaakt. Dat het vet van de vrouw langer brandt.

De nis is te klein, net als de zaal. 
Of het onderwerp is te groot.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden