Nadia Moussaid.

Tien gebodenNadia Moussaid

Nadia Moussaid: ‘Waarom is er nog zo weinig naastenliefde? Dat móet veranderen’

Nadia Moussaid.Beeld Mark Kohn

Nadia Moussaid (Schiedam, 1984) is presentator en programmamaker. Ze presenteerde het VPRO-cultuurprogramma On Stage en werkt nu, samen met haar vader, aan een driedelige documentaire over migratie. Moussaid is actief als ambassadeur voor hulporganisatie Save the Children.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Mijn moeder is niet gelovig, mijn vader is moslim. Ze hebben ons, hun drie dochters, altijd vrij gelaten. Ik ging naar een katholieke basisschool én naar een katholieke middelbare school, maar alleen omdat het onderwijs daar zo goed aangeschreven stond. Met religie had het niets te maken, sterker nog: ik ontwikkelde er een bepaalde aversie tegen omdat ik aan zoveel verplichtingen moest voldoen. Bidden, danken, zingen. Ik verzon andere teksten op die liedjes: Christus is geboren, met z’n grote ezelsoren! Eén keer mocht ik met Kerstmis de rol van Maria spelen in een schooltoneelvoorstelling. Daar had ik gemengde gevoelens over. Ik vond het raar dat zoiets ieder jaar gespeeld moest worden, maar ik was tegelijkertijd blij om er ook een keertje bij te horen.

Dat deel van godsdienst begrijp ik wel: het verlangen om een gemeenschap te vormen, rituelen te bedenken en de angst te bezweren. Toen Geert, mijn partner, in 2019 darmkanker kreeg, heb ik in mijn wanhoop óók gebeden. Ik heb gesmeekt dat hij niet dood zou gaan. Mijn gebed is verhoord, al weet ik niet door wie of door wat, maar ik voel een enorme dankbaarheid. Elke dag weer. Soms benauwt het me ineens; dan hoor ik een verhaal over iemand met kanker, ’fase 2’ zeggen ze dan, en hoe ernstig dat is… Geert had fase 4. Er hangt nog steeds een zwaard boven ons hoofd. En toch is het goed om daar bij stil te staan. De wetenschap dat het zomaar afgelopen kan zijn, zorgt er ook voor dat ik meer van het leven kan genieten.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Afgoderij? Daar doe ik niet aan. Ik bewonder wel veel mensen; ze zijn voorbeeldig maar staan nooit boven me. Vrouwen zoals Oprah Winfrey en de journaliste Christiane Amanpour, nee wacht, weet je van wie ik echt onder de indruk ben? Sigrid Kaag! Hoe ze Wilders van repliek diende tijdens de verkiezingsdebatten, het statement dat ze maakte over de seksistische drek die vrouwen op sociale media over zich heen krijgen, de plekken waar ze heeft gewoond, de banen die ze heeft gehad… En dan zijn er mensen die zeggen: ‘Zo zo, die Sigrid Kaag komt goed op stoom’. Ze timmert al jaren aan de weg, maar ze hebben het gewoon niet willen zien. Ze blaast je omver! Ze is intelligent, empathisch: een echte leider. Op wie ik heb gestemd? Haha! Ga ik dat zeggen? Eh… Laat me daar nog even over nadenken alsjeblieft.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Hee, ik kom uit Schiedam hè? Als ze ergens tekeer kunnen gaan, dan daar. Ik kan me van vroeger één zo’n scheldkanonnade nog heel goed herinneren. Mijn vader ging voor het eerst terug naar Marokko en mijn moeder, mijn twee zusjes en ik bleven thuis achter. Middenin de nacht werd mijn moeder wakker. Ze dacht dat het de katten waren, maar ging voor de zekerheid toch maar even kijken. Het bleken een paar mannen te zijn die probeerden ons huis binnen te komen. Mijn moeder maakte me wakker en toen zijn we samen, als twee viswijven, door de brievenbus naar die lui gaan schelden: ‘Opsodemieteren! Stelletje klootzakken!’ En ze gingen er vandoor.

Het helpt dus wel, vloeken. Het is goed om het ventiel af en toe even open te zetten. Al zijn intentie en context natuurlijk wel belangrijk. Ik scheld wel eens op zondagsrijders, maar ik zal op sociale media niet iemand gaan beledigen. Woorden doen er wel degelijk toe. Mijn ge-shit en ge-fuck heeft helemaal niets met de verharding in de maatschappij maken. Er is zoveel seksisme, racisme, ongebreidelde moslimhaat. Ik hoop dat ik me daar net zoveel van aantrek als mijn gereformeerde buurman; dat iedereen ziet hoe die agressie tegen ménsen is gericht. Arnon Grunberg zei het prachtig tijdens zijn 4 mei-lezing van 2020: ‘Als ze het over Marokkanen hebben, hebben ze het over mij.’ Dat vind ik één van de meest relevante uitspraken die in de afgelopen jaren over discriminatie is gedaan.“

Nadia Moussaid Beeld Mark Kohn
Nadia MoussaidBeeld Mark Kohn

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Ik ben een streber, ik kan niet tegen mijn verlies en áls het een keer fout gaat, wil ik uitzoeken hoe dat kon gebeuren, de boel fiksen en weer door. Je moet de lat hoog leggen, hard werken als je iets wil bereiken. Soms denk ik dat ik iets mis omdat ik niet aan yoga doe, mediteer of op retraite ga. Het enige moment van contemplatie beleef ik ’s ochtends vroeg, als ik wakker word. Ik stap niet meteen uit bed, maar denk eerst een kwartiertje na over alles wat ik die dag wil ondernemen. Ik hou wel van een beetje lummelen, maar ik wil graag onder de mensen zijn; ik heb reuring nodig om op goede ideeën te kunnen komen.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Dankzij de onvoorwaardelijke liefde van mijn ouders ben ik heel veilig opgegroeid, en goed gehecht. Ik durf me te geven in relaties en doe er alles aan om ze te laten slagen. Natuurlijk heb ik ook gerebelleerd en de culturele achtergrond van mijn vader – geboren en getogen in Marokko – speelde daar een grote rol in, maar ik vertel liever een ánder verhaal, bijvoorbeeld dat van die avontuurlijke jongen die op een dag besloot het geluk in Europa te gaan zoeken.

Ik heb jaren rondgelopen met het idee om daar een documentaire over te maken en met de VPRO is dat gelukt. Ik ga met mijn vader op reis, heel Europa door: van de Italiaanse steden waar hij heeft gewerkt tot de Ramblas van Barcelona waar hij allerlei prullaria verkocht, terug naar Marokko. En overal waar we komen, gaan we evenbeelden opzoeken: de vluchtelingen van nu. Dat kan een Afghaans gezin op doorreis zijn, maar ook een Algerijnse familie die in Parijs is blijven plakken. Het wordt een driedelige serie die universeel maar ook persoonlijk is. We gaan praten over heimwee, over het gevoel nergens echt thuis te zijn, maar er is ook aandacht voor geluk, liefde en vrolijke verhalen. Deze zomer gaan we draaien. Hassnae Bouazza is nu bezig met de research en Roozbeh Kaboly, die voor zijn documentairefilm ‘Dance or Die’ in 2019 een Emmy won en zelf op jonge leeftijd uit Iran is gevlucht, is de regisseur.

Laatst was ik met Roozbeh bij ons thuis om foto’s uit te zoeken. Er zat er één tussen van mijn vader in zijn zwembroek. Hij is daar zeventien of achttien jaar, badmeester van het buitenbad. Het is de plek waar hij voor het eerst van andere jongens de verhalen over Europa hoorde. Daar begint zijn verhaal.

Ik bekeek die ene foto en zag dat er ook twee meisjes in badpakken bij stonden van wie er één wel heel bewonderend naar mijn vader keek. ‘Hee pa, dat meisje…’ ‘Ja, ja, ze vond mij leuk, geloof ik’. Er zijn zoveel dingen die ik niet weet – en je hoeft ook niet alles te weten van je ouders, toch? – maar ik denk dat we elkaar tijdens onze reis wel beter zullen gaan leren kennen. Wat ik wil laten zien is niet alleen het macroverhaal – wat migratie precies betekent voor mensen – maar ook de persoonlijke geschiedenis van een vader en een dochter en hoe ze met elkaar optrekken. Hoeveel ze op elkaar lijken. En hoeveel ze van elkaar houden.”

VI Gij zult niet doodslaan

“De ouders van mijn moeder hebben elkaar tijdens de tweede wereldoorlog in Oostenrijk ontmoet. Mijn opa was daar tewerkgesteld. Die verhalen vond ik altijd intrigerend. Later raakten mijn ouders bevriend met een vrouw die uit voormalig Joegoslavië kwam en ook haar geschiedenis werd met ons gedeeld. Ik denk dat daar het zaadje is geplant. Dat ik antropologie ging studeren, had zeker te maken met de vragen die ik als kind al stelde: waarom doen mensen elkaar van die vreselijke dingen aan? Hoe kunnen goede buren vijanden worden? Elkaar vermoorden? Ik heb de theorie geleerd: hoe angst wordt gezaaid, hoe indoctrinatie werkt, hoe dehumanisering ervoor kan zorgen dat sommige mensen in staat blijken te zijn om, bijvoorbeeld, een baby uit de buik van zijn moeder te snijden…

Laatst was ik als ambassadeur van Save the Children op bezoek bij een school waar Syrische kinderen les krijgen. Een leider van dat zogenaamde TeamUp-programma vertelde in tranen hoe kinderen hun broertjes of zusjes voor hun ogen vermoord hebben zien worden, hoe één van de jongetjes uit haar klas ooit met een afgehakt hoofd had moeten voetballen… Hoe kunnen er zulke monsters op de wereld bestaan? En hoezo kunnen we die kinderen niet opvangen? Hoe kan onze meneer Rutte – ja, sorry hoor, maar daar kan ik me zó pissig over maken – beweren dat de deuren dicht moeten als er ‘weer zo’n vluchtelingenhausse’ komt? Waar is de solidariteit? Waarom is er nog zo weinig naastenliefde? Dat móet veranderen. Ik ben super-cynisch en behoorlijk pessimistisch, maar ik heb tóch hoop. We zijn verplicht om hoop te houden. Zonder hoop is het een totaal verloren zaak.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Toen Geert zo ziek was, ben ik Kluun beter gaan begrijpen (in ‘Komt een vrouw bij de dokter’, uit 2003, is een man zijn doodzieke vrouw ontrouw, AV). Ik begrijp de behoefte aan ontsnapping, hoe je probeert te overleven. Ik zal zo iemand nu niet meer veroordelen – de situatie is ook niet helemaal vergelijkbaar want Geert is blijven leven – maar ik ben wel blij dat we er samen doorheen zijn gekomen en dat onze band alleen maar hechter is geworden. Er is meer begrip, meer verdieping. Tegelijkertijd zijn we ook niet zo rigide dat we bij ontrouw onmiddellijk uit elkaar zouden gaan. De basis moet goed zijn maar daarbinnen is niets onbespreekbaar. Als er gedoe is, praten we met elkaar, we pluizen het uit. De deur gaat niet meteen dicht. Of ik al eens ben vreemd gegaan? Nee. Niet tijdens mijn relatie met Geert, in ieder geval.”

VIII Gij zult niet stelen

“Ik kom uit de arbeidersklasse, we hadden het thuis niet breed. Ik zwem nog steeds niet in het geld, totaal niet, maar ervaar nog wel eens schuldgevoelens als ik schoenen van vierhonderd euro koop terwijl ik weet hoeveel mensen er zijn die bijna niets bezitten. Misschien moet ik meer gaan verdienen, zodat ik ook meer weg kan geven. Er is veel onrecht, veel ongelijkheid, en met de zwiep naar rechts die we nu hebben gemaakt, zal het er niet veel beter op worden. Een gedeelte van de Nederlanders is bang om welvaart te verliezen en heeft daarom rechts gestemd. En dan is er ook nog een groep zonder welvaart die daar verbolgen over is en die zich om die reden door charlatans heeft laten ophitsen: ‘Het komt door de globalisatie!’ ‘Al het geld gaat naar de vluchtelingen!’ ‘Ze pakken ons onze vrijheid af!’ Het is allemaal ikke, ikke, ikke in ons eigen kleine land. En de kloof tussen arm en rijk wordt almaar groter. Daar moet echt een oplossing voor komen.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Oké, ik heb een antwoord op jouw vraag over Sigrid Kaag: ik ben een flapuit, ik zeg graag waar het op staat en wil best kleur bekennen maar ik ben er niet voor om een concreet stemadvies te geven. Ik hoor wel eens hoe collega’s in talkshows hun duidelijke politieke voorkeur uitspreken om even later een of andere minister van een ‘tegenpartij’ ter verantwoording gaan roepen. Zo zou ik het niet doen. Ik neem liever een voorbeeld aan Jeroen Pauw, Eva Jinek en Sven Kockelmann die misschien wel zo scherp zijn omdat je niet weet op wie ze stemmen. Net zoals in een wetenschappelijk onderzoek moet de methodiek duidelijk zijn. Wie stelt hier de vragen? Daar gaat het om.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Als ik begeer wat mijn naaste heeft, wil dat nog niet zeggen dat ik anderen iets misgun. Ik ben niet bang om te zeggen dat ik heel jaloers kan zijn. Bijvoorbeeld op stellen die wel op een normale manier kinderen kunnen krijgen. Ik heb alleen maar vriendinnen die zwanger zijn of net bevallen. Bij ons is dat iets gecompliceerder. Het is pijnlijk voor mij, dat weten ze, maar ik ben ook oprecht blij voor hen. Die gevoelens kunnen tegelijkertijd bestaan. Ik heb door Geerts ziekte en het nog niet zwanger kunnen worden een paar flinke deuken opgelopen, maar ik blijf een optimist, iemand die wil aanpakken en oplossen. Volgens het ziekenhuis is er een grote kans dat we zelf een kindje krijgen, maar natuurlijk denken we ook na over wat we zullen doen als het niet gaat lukken.

Adoptie is uitgesloten. Ik geloof dat het heel slecht is voor kinderen om bij hun ouders te worden weggehaald en in een of ander ver buitenland gedropt te worden. Bij een donor denk ik nu vooral nog aan mannen met grootheidswaanzin zoals die in de documentaireserie van de VPRO Het zaad van Karbaat en laatst nog in een artikel in De Volkskrant voorbijkwamen. Dan voel ik meer voor de mogelijkheid die we een paar weken geleden nog hebben besproken: pleegkinderen. Dat zijn kinderen uit een Nederlands gezin die, als ze dat willen, ook een band met hun biologische ouders kunnen hebben… Ik weet het niet. Hoe lastig het soms ook is; dit is geen verhaal waar ik voortdurend over na wil denken. Eerst maar eens trouwen. Geert heeft me vorig jaar ten huwelijk gevraagd, dus straks – als de pandemie eindelijk voorbij is – gaan we met familie en vrienden, het hele zootje ongeregeld, drie dagen lang eten, drinken, dansen, muziek maken en het leven vieren.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden