NaschriftLenie (1937-2020) en Jan (1939-2020) van Reijendam

Na zestig jaar huwelijk overlijdt Jan, drie dagen later volgt Lenie met een gebroken hart

Lenie en Jan op een feest in de jaren zestig. Beeld
Lenie en Jan op een feest in de jaren zestig.Beeld

Ruim zestig jaar vulden ze elkaar perfect aan, de predikant (‘misschien wel de beste van Nederland’) en de intelligente en zorgzame chemicus. Ze overleden bijna gelijktijdig: Lenie drie dagen na Jan.

Lenie en Jan ontmoeten elkaar als twintigers in Groningen. Jan studeert er scheikunde, Lenie theologie. Bij de botsautootjes op de kermis raakt het ‘aan’.

Veel mensen kennen Lenie, als de opgewekte welbespraakte preses van de vrouwelijke studentenvereniging Magna Pete. Ze is iemand die kan toveren en betoveren met woorden. Jan is een praktische man, verzot op de empirische wetenschap. Hij kijkt goed naar de wereld om zich heen, vergenoegd, altijd iets lerend of aan anderen uitleggend. Zij kijkt met haar hart, misschien ook omdat haar ogen, die schuilgaan achter brillenglazen van min tien, maar weinig zien.

Verschillend en aanvullend, zo’n stel zullen ze worden. Jan rijdt en Lenie weet de weg. Lenie moet je ook niet achter het stuur zetten. Eén rijles heeft ze geprobeerd; de instructeur stapte trillend uit de auto. Vanwege haar beperkte zicht, maar ook omdat ze het verkeer filosofisch leek te benaderen: “Ik heb dus voorrang, maar wéét die man daar dat ook?” Lenie is onpraktisch, maar gaat er laconiek mee om, het is een gegeven. In het studentenhuis in Groningen draaien haar huisgenoten als vanzelf het gas lager wanneer ze aardappelen kookt. Jan is handig. Aardappelen koken kan hij wel, de zeldzame keer dat ze aanbranden bestudeert hij het chemische proces.

Beiden zijn domineeskinderen

De twee hebben ook veel gemeen. Beiden zijn domineeskinderen. Jan groeit op op Texel, waar zijn vader Nederlands-hervormd predikant is, zijn moeder heeft gestudeerd voor onderwijzeres. Vader is meer een pastor dan een man van het woord, moeder is kordaat en probeert het beste uit haar kinderen te halen. Het is een gezin waar veel spelletjes worden gespeeld en waar muziek belangrijk is.

Lenie en Jan, zo’n vijf jaar geleden. Beeld
Lenie en Jan, zo’n vijf jaar geleden.Beeld

Jan is een nieuwsgierig kind. Zo probeert hij als driejarige het licht in een pan te vangen. Op de lagere school slaat Jan, de middelste van vijf, twee klassen over en het gymnasium doet hij met gemak. Altijd is hij bezig met scheikundige proefjes. Hij oogst met zijn begaafdheid bewondering in het gezin.

Ook Lenie’s vader, Martinus Adrianus Beek, begint als predikant, vrijzinnig-hervormd, en haar lieve, wat bedeesde moeder is tot haar huwelijk net als Jans moeder onderwijzeres. Wanneer Lenie negen jaar is, verhuist het gezin met de vier kinderen naar Amsterdam, waar Lenie’s vader hoogleraar wordt. De professor en oudtestamenticus wordt bewonderd binnen het gezin en daarbuiten. Ook Lenie kijkt tegen hem op. Ze deelt met hem de liefde voor het woord en ook haar boeit het Oude Testament. Op momenten benadert ze haar vader kritisch, bijvoorbeeld tijdens het Sinterklaasfeest dat in het vrijzinnige gezin wordt gebruikt als grote afrekening. Een jonge Lenie laat voor haar vader ‘levertje’ volgen op ‘jenevertje’, het gedicht waarin ze hem pest dat hij nooit een lintje heeft ontvangen, vindt hij niet grappig. IJdelheid en vertoon van ego zijn haar wezensvreemd. Ook dat hebben zij en Jan gemeen.

Een verandering in geloofsbelijding

Lenie en Jan trouwen in 1963. Twee jaar later wordt zoon Willem geboren en nog twee jaar later zijn broertje Jaap. Jan gaat in 1969 aan de slag als chemicus op het laborato­rium van Shell in Amsterdam. De geboorte van Elisabeth, hun derde kind, luidt een donkere periode in. Het meisje is zwaar gehandicapt en heeft pijn. Zeven maanden ligt ze in het ziekenhuis, terwijl haar ouders haar zien lijden. Aan de twee jongens, dan vijf en drie, vertellen Jan en Lenie maar weinig, dat werd toen beter geacht. Na zeven maanden overlijdt Elisabeth. ‘Men kan zo’n weerloos lijfje niet zien en het zachte klagelijke geschreeuw niet horen en toch dezelfde blijven’, schrijft Lenie hier later over in een artikel. Het verandert haar geloofsbeleving, waarbij ze van het beeld van een almachtige God toegroeit naar een God die dichtbij is in haar wanhoop en verdriet. Een bijbeltekst uit Jesaja wordt het hart van het geloof van Lenie en ook van dat van Jan. ‘In al hun benauwdheid was ook God benauwd.’

Hoewel het verlies van Elisabeth zonder woorden wel aanwezig is, is er vooral veel lichtheid en humor in het gezin. En muziek. Jan speelt piano, veelal romantisch klassiek en hij en Lenie zingen erbij.

Ook in hun ouderrol zijn ze verschillend en aanvullend. Voor een rekensom gaan de jongens naar Jan en als zij geestelijk in de knoop zitten kloppen ze aan bij Lenie. Ruzies tussen hun ouders zijn er zelden, hoewel Jan een eigenwijze betweter kan zijn en Lenie soms geneigd is de werkelijkheid naar haar hand te zetten. “Wat een stralende dag”, kan ze uitroepen in hun vakantiehuis ‘De Ark’ in Ommen, terwijl er een loodgrijze hemel boven hen hangt.

Jan blijft zijn hele werkzame leven bij Shell. Zijn grootste triomf daar is een lab-­experiment waarmee hij de oorzaak van een ontploffing in een Engelse fabriek ontdekt.

Wanneer het lab sluit, is er voor Jan geen plek meer en gaat hij op zijn 55ste met vervroegd pensioen. Dat is een harde klap voor de chemicus, die nog vol energie en ideeën zit. Langzaam krabbelt hij op en vindt nieuwe zingeving. Hij zingt in koren, doet veel in het huishouden, waarbij hij sommige taken uitvoert als chemisch onderzoeksproject, en ondersteunt Lenie in haar werk. Ook trekt hij later op met de vier kleinkinderen met wie hij uiteraard veel proefjes doet. In de badkamer tekent hij door de jaren heen pennestreepjes van hun lengte op de muur. De dochter van hun jongste zoon is Elisabeth genoemd, dat heeft Jan en Lenie geroerd.

Mooie stem en gevoel voor timing

Lenie’s talenten komen samen in haar werk als vrijzinnig-hervormde predikant, eerst van 1974 tot 1983 in Beverwijk en daarna tussen 1988 en 1999 bij de vrijzinnig-hervormde/remonstrantse gemeente Vrijburg in Amsterdam.

Lenie heeft een mooie stem en gevoel voor timing. Haar preken zitten theologisch stevig in elkaar en zijn prachtig verwoord, daarnaast weet Lenie de Bijbel dichtbij te brengen door situaties uit haar eigen leven met humor en zelfspot te beschrijven. Vanwege haar slechte zicht leert Lenie de uitgeschreven preken vaak uit het hoofd, soms staat ze daarvoor al om vijf uur op.

Jan als student in de jaren vijftig. Beeld
Jan als student in de jaren vijftig.Beeld

Ook pastoraal is ze sterk. In Beverwijk zet ze zich onder meer in voor gevluchte Chilenen en voor mensen die in die jaren ontslagen worden bij Hoogovens.

Later in Amsterdam racet ze op haar fiets met gevaar voor eigen leven door het verkeer om mensen te bezoeken die haar nodig hebben. Haar hart staat open voor iedereen en het grote huis in Amsterdam-Zuid trouwens ook. Regelmatig bieden zij en Jan onderdak aan mensen die dat nodig hebben. De Servische vluchteling en musicus Borislav Cicovacki, die lange tijd bij ze woont, wordt als een derde zoon.

Wanneer Lenie in 1999 afscheid neemt als predikant van Vrijburg, wordt een boekje samengesteld, ‘Nagerechten’, met daarin haar beste preken. Trouw noemt haar in een artikel dan ‘misschien wel de beste predikant van Nederland’, een predicaat dat ze wegwuift. ‘Het gaat niet om mij’.

Bescheiden en kwetsbare mensen

Ondanks hun talenten en verworvenheden blijven Jan en Lenie bescheiden en kwetsbare mensen. Hun kerkgemeenschap Vrijburg bezoeken ze nog trouw. Op zondag zit Jan achter in de kerk en bedient hij vaak de geluidsknoppen. Daarnaast vervult hij de taak om nieuwe kaarsen voor te branden en bij te snijden zodat ze optimaal branden.

Lenie luistert in de banken stil naar de preek. In haar vriendelijke blik schuilt echter ook een ijzeren wil als het gaat om haar missie, het bijstaan van mensen in nood. Als oud-predikant is zij een grote groep psychisch kwetsbare mensen blijven bezoeken. Wanneer ze door gezondheidsproblemen niet meer bij hen langs kan gaan, draagt ze de namen over aan de huidige predikant. “Heb je mevrouw Jansen al bezocht?”, klinkt, het wanneer ze hem de eerstvolgende keer ziet.

Jan als student in de jaren vijftig. Beeld
Jan als student in de jaren vijftig.Beeld

Lenie’s lichaam is versleten en ze heeft veel pijn. De voortdurende zorg valt Jan soms zwaar. Zingen, wandelen en pianospelen helpen. Wanneer duidelijk is dat Lenie niet lang meer te leven heeft, vraagt Jan de predikant langs te komen om afscheid van haar te nemen. Lenie vertelt hem over haar diepe vertrouwen in een dichtbije God. Angst om te sterven heeft ze daarom niet. Jan is ontroerd wanneer hij dit terughoort van de predikant. Zo ervaart hij het zelf ook.

Niet lang na dit bezoek speelt Jan sinds enige tijd weer piano. Brahms, het romantische ‘Drei Intermezzi’. Hij weet dat Lenie boven naar zijn spel ligt te luisteren. Terwijl naasten zich in deze dagen voorbereiden op haar overlijden, gebeurt wat niemand ziet aankomen. De dag nadat Jan het pianostuk van Brahms speelt, wordt hij getroffen door een hersenbloeding en overlijdt. Lenie is volkomen ontredderd. “Jan, we kunnen niet zonder jou.”

Drie dagen later volgt ze hem. De ontroerde arts noteert als doodsoorzaak: ‘Longontsteking én een gebroken hart’.

Jan Willem van Reijendam werd geboren op 22 januari 1939 in Geervliet en overleed op 26 november 2020 in Amsterdam.

Lenie van Reijendam-Beek werd geboren op 7 oktober 1937 in Anloo en overleed op 29 november 2020 in Amsterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden