null Beeld
Beeld

RommelenLiesbeth Mende

Na een dreigmail besloot ik de moestuin op te zeggen

De moestuinmand kan naar de kringloop. Op het toekomstige kleine balkon zal ik die niet nodig hebben. Jarenlang hebben we een moestuin om de hoek gehad. Toen we de tuin kregen stond die vol met onkruid. Met het hele gezin trokken we fanatiek het onkruid eruit en na veel spitten was het land eindelijk klaar om tuinbonen, courgettes en pompoenen te planten.

Het laatste jaar verzorgde ik de moestuin in mijn eentje. Het onkruid woekerde. Ik kon het niet meer bijhouden. Regelmatig kreeg ik een dreigmail van de tuinvereniging: als u nu uw onkruid niet verwijdert krijgt u een boete. Het onkruid stond inmiddels huizenhoog en na de zoveelste dreigmail besloot ik de tuin op te zeggen. Het beleid was ondertussen veranderd, de tuin moest leeg opgeleverd worden. Weer de tuin leegtrekken, dit keer alleen. Brandnetel voor brandnetel trok ik uit de grond. Er kwamen nog een paar penen tevoorschijn en een kleine pompoen. Het voelde als een loutering, al die uren op mijn knieën in de aarde.

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

In de tuin in Wouw hadden we ook een kleine moestuin. Rabarber, aardbeien en aalbessen die alleen lekker waren met een berg suiker erop. De dunne pruimenboom zwichtte in de nazomer bijna onder het gewicht van de vette pruimen. Achter in de tuin stond een hok met een ren. Daar woonde mijn cavia Wietje. Rond de tijd dat ik Wietje kreeg, ik was een jaar of acht, kwamen mijn neef en nicht uit Indonesië naar Nederland en logeerden bij Oompie. Mijn nicht wilde graag een dwergkonijn en Oompie was zo lief om dat voor haar te kopen. Na een maand gingen ze weer terug en zat Oompie met het dwergkonijn opgescheept.

Hij belde mijn moeder: “Cor, jij hebt toch konijnen?”

“Een cavia”, zei mijn moeder.

“Ik zit hier met dat dwergkonijn van Rina. Mag dat naar jullie?”

Ma vond het goed. Oompie kwam het dwergkonijn brengen. We openden de kartonnen doos met gaten. “Dat is een cavia”, zei mijn moeder. De cavia was welkom en mocht bij Wietje in het hok wonen. Steeds als ik daarna Oompie zag of aan de telefoon sprak, vroeg hij: “Hoe is het met Rina’s dwergkonijn?”

“Cavia, oom”, zei ik. “Het is een cavia.”

Weken later kwam ik uit school en zag ik vreemde bolletjes in het hok liggen. Ik bekeek ze van dichtbij. Het waren babycavia’s. Dolblij vertelde ik het mijn moeder. Een paar dagen later waren de pluizige bolletjes ineens verdwenen. Ik zocht in het hok tussen het stro, in de ren en in de tuin.

“Misschien heeft een roofvogel ze meegenomen”, zei ma. “Of een kat.”

“Of ze zijn weggelopen”, zei ik. Ik keek elke dag in het hok, maar ik heb ze niet meer teruggezien.

Schrijfster Liesbeth Mende (1975) studeerde drama schrijven aan de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Ze is gescheiden en moet kleiner gaan wonen. Ze schrijft over wat ze tegenkomt tijdens het opruimen. Liesbeth Mende (1975) Eerdere afleveringen vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden