ColumnBert Keizer

Na de stoommachine werd het alleen maar erger

De natuur staat in de aandacht. Niet alleen in de zin van iets moois dat we aan het stukmaken zijn. Er bestaan talloze variaties van natuur. Zo schreef Lorraine Aston, Amerikaans wetenschapsfilosoof, ‘Tegen de natuur in’, waarin ze vraagt: ‘Waarom beschouwen mensen in uiteenlopende culturen en tijdperken de natuur als bron voor menselijk gedrag?’ En in Trouw van zaterdag sprak Marco Visscher met Alan Levinovitz, theoloog, over zijn boek ‘Natural, how faith in nature’s goodness leads to harmful fads, unjust laws, and flawed science’.

‘Natuur’ is een heerlijk woord waar we het sympathieke ‘natuurlijk’ aan te danken hebben. Laatst zag ik een advertentie voor Natuurlijk Speelgoed, dat natuurlijk van hout is. Onnatuurlijk speelgoed is, u raadt het al, van plastic.

Ook rond het ziekbed hoor je het woord. Als mensen in een hopeloze situatie zijn beland waaruit geen redding meer mogelijk is, komt men nogal eens met de suggestie om ‘de natuur maar haar gang te laten gaan’. De natuur is hier dat vage systeem waar we ons als mens wel eens buiten weten te plaatsen zodat ze geen vat op ons heeft. En als ze ‘haar gang mag gaan’ dan betekent dat dat de dokter moet ophouden therapeutisch te doen. Waarbij geneeskundige bemoeienis wordt weggezet als iets dat zich tegen ‘de natuur’ keert, iets dat ‘de natuur’ tegenhoudt.

Natuur is goed

Mensen menen duidelijke mededeling te doen als ze iets als ‘onnatuurlijk’ beschrijven, terwijl het weinig meer zegt dan: ik vind dat niet aangenaam, ik heb er een hekel aan, ik keur dat af. Waarbij de grond van de afwijzing meestal erg vaag is. Levinovitz wijst er op dat iets dat ‘natuurlijk’ is daarmee het stempeltje ‘goed’ krijgt. Ook zo’n woord met vele kanten.

Blozen is natuurlijk en je baard laten staan ook. Scheren en oogschaduw zijn onnatuurlijk. Condoomgebruik is wel onnatuurlijk, maar de pil is zo mogelijk nóg onnatuurlijker.

Er zijn voorbeelden waarin dit warrige classificatiesysteem op een illustratieve wijze vanzelf in elkaar zakt. Neem humane insuline. Tot ongeveer dertig jaar geleden injecteerden diabetici zich met insuline, bereid uit de alvleesklier van varkens. Dat gaf nogal eens een allergie. Gelukkig is er nu alleen nog humane insuline te krijgen. Die wordt niet door mensen gemaakt, maar door bacteriën, de E. Coli. Men heeft in het genoom van deze bacterie een stuk menselijk DNA geplant dat codeert voor insuline. Zo maakt deze bacterie zonder erg humane insuline, tot op het laatste atoom identiek met de insuline die onze eigen alvleesklier produceert. Veel natuurlijker/onnatuurlijker dan dit kun je het niet krijgen, denk ik.

Onnatuurlijke vitamine C

Laatst had ik een discussie met een vriendin over vitamine C. Ze beweerde dat er in de vitamine C-pillen uit de apotheek ‘chemische’ vitamine C zit en dat zij zelf meer baat heeft bij natuurlijke vitamine C die ze in de Natuurwinkel haalt. Ik legde uit dat stenen, planten, honden, haren, handen en hoofden allemaal uit moleculen bestaan en derhalve als chemisch kunnen worden uitgeboekt. Ze was dat niet met me eens. Wat zeg je dan? Paar dagen later belde ze opgelucht: ‘Ik bedoelde synthetisch niet chemisch.’ ‘Nou,’ zei ik, ‘dan zijn we er toch uit?’ Hopeloos dit.

Met ‘natuurlijk’ kun je talloze kanten op. Het kan betekenen: niet door de mens gemaakt, onbezoedeld. Een weer andere betekenis is: wel door de mens gemaakt, maar in een tijdvak, of door middel van een methode uit een tijdvak ‘toen alles nog goed was’. Langs deze weg kunnen we vasthouden aan houten speelgoed, de postkoets, wol, kaarslicht, muesli, leren schoenen, wijn, pijl en boog enz.

De gedachte die hier achter zit is dat het ergens in de 18de eeuw, zo rond 1770, mis ging, waarna de opmars van het ‘onnatuurlijke’ onstuitbaar bleek. Een van de eerste rampen was de stoommachine. Daarna werd het alleen maar erger.

De uitdrukking ‘natuurlijk’ bevat zo bezien een nostalgische zucht. We denken terug aan een denkbeeldige wereld waar we uitgegooid zijn. Dát we ergens uitgegooid zijn is per slot van rekening een grondgevoel over onszelf, dat we al sinds Genesis met ons meedragen. Onze taal, zei Wittgenstein, bevat naast vele andere dingen ook een mythologie.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum Euthanasie. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden