Klein Verslag Wim Boevink

Na de knalnacht liet de roodborst zich gelukkig weer zien

Zijn we aan een nieuw decennium begonnen? Volgens de rekenkundigen niet; formeel begint het nieuwe decennium op 1 januari 2021. Maar er zijn er ook die hun hart volgen, hun irrationele hart, en die haalden diep adem toen de 19 verdween en de 20 verscheen. Een nieuwe tijd, de jaren twintig zijn begonnen!

Zo’n irrationeel hart heb ik ook; 2020 is een zoveel mooier getal om te zien. Bovendien kleeft aan de jaren twintig, met dank aan Weimar, nog de belofte van wilde, sprankelende nieuwe mogelijkheden, van een afscheid van donkere tijden, ook al mondde die sprankeling uit in nog veel meer duisternis in de jaren dertig.

Kijken we om of kijken we vooruit? 2020 is als een poort naar een onbekend landschap. Er gloren toekomstvisioenen. Ook hangt er doem en onheilstijding. Voor somberte heb ik eigenlijk weinig aanleg. De algehele toestand van de mens is in 2020 onvergelijkelijk veel beter dan die in 1920. Leve de zegeningen van de technologie.

Maar laten we dit land van fictie, grootse uitspraken en olifanten om op te schieten verlaten en ons tot ons uitzicht bepalen, het uitzicht op de tuin, op de straat, op de stad waardoorheen we fietsen. En laat ik nu ook het ‘we’ achter me laten.

Er is geen ‘we’.

De tuin is stille belofte.

Roerloos ligt hij daar, onder het raam van mijn werkkamer, het laat ingezaaide gras nog niet tot volle wasdom gekomen. De struiken zijn in de herfst teruggesnoeid, net als de pruimenboom met zijn grillige takken. Het door mijn vrouw getimmerde egelhuis is nog onbewoond gebleven. Vlakbij zijn er geen nieuwe mollengangen bij gekomen.

Hetgeen me meteen bij de literatuur brengt; na Marc Hamer’s ‘How to catch a mole (and find yourself in nature)’ beschik ik nu ook over ‘The Hedgehog Handbook’ (Het Egel Handboek) van Sally Coulthard. Beide titels komen natuurlijk uit het land dat al sinds Winnie de Poeh en de werken van Beatrix Potter groot is in de vermenselijking van kleine dieren: het Verenigd Koninkrijk. Ook ‘The Robin: A Biography’ van Stephen Moss bevindt zich in de kast, de biografie van een roodborst.

Naast het egelpaar dat zich in de zomer even onder de heg verschuilde en de mol die zijn gangen groef, is ook de roodborst een terugkerende gast in mijn tuin; het zijn eenlingen, begrijp ik, met een sterke territoriumdrift – ze weten zich makkelijk te handhaven tussen mussen, vinken en mezen.

De roodborst heb ik na de knalnacht intussen weer teruggezien, gelukkig.

En ik ben nog steeds een beetje ontdaan over de nieuwjaarsbevindingen van een boswachter, geciteerd op de site van RTL Nieuws, die verhaalde van vleermuizen en eekhoorns, gewekt uit hun winterslaap, van uilen die sterven, van spreeuwen met een hartstilstand, van paniekerige reeën, die tegen gebouwen en auto’s aan rennen. Ze kunnen allemaal terecht in een verhaal van A.A. Milne of Beatrix Potter, of beter misschien in ‘Waterschapsheuvel’ van Richard Adams.

Het behoort tot mijn wensvisioenen voor de jaren twintig dat aan die zich tot een tragedie ontwikkelende traditie van het nieuwjaarsvuurwerk een einde komt. Dat zich een samenleving vormt met hart voor het kleine, het onmondige en het kwetsbare. Maar dan beweeg ik me weer in het land van de fictie.

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden