Piet Scheepens (78) gaat wekelijks langs de deur bij Tilburgse kermisgangers om hun spaargeld te innen.

Reportage Kermis-spaargeld

Na 52 jaar houdt Piet (78) op met zijn dubbeltjespot voor de kermis

Piet Scheepens (78) gaat wekelijks langs de deur bij Tilburgse kermisgangers om hun spaargeld te innen. Beeld Ton Toemen

Het bestaat nog: iemand die wekelijks bij mensen thuis geld ophaalt dat ze opzijzetten voor de kermis. Piet Scheepens doet het al 52 jaar. Deze week komt hij voor ’t laatst.

Hij noemt het nog steeds de dubbeltjespot, maar het is decennia geleden dat Piet Scheepens (78) centen, dubbeltjes en kwartjes bij zijn klanten ophaalde. Hoewel de rasechte Tilburger liever niet over bedragen praat, zijn er jaren geweest dat hij de week voor de kermis een ton had uit te keren. Allemaal geld voor de botsauto’s, de achtbanen of de gokautomaten op de grootste kermis van de Benelux. Want voor veel mensen in Tilburg is de laatste volle week van juli de mooiste van het jaar.

Voor Piet wordt het een bijzondere editie. Of liever gezegd, de aanloop is een bijzondere. Voor de laatste keer gaat hij deze week zijn adresjes af om het geld terug te geven dat de mensen hem de afgelopen vijftig weken toevertrouwden. 37 spaarboekjes zijn er nog in omloop, ooit waren dat er zo’n honderd. “Allemaal van arbeiders. De groten hebben andere manieren om hun geld weg te zetten. Mijn klanten maken het op als ze niet op deze manier sparen. Vroeger gaven ze me eind mei het meeste. Dan kregen ze hun vakantiegeld en was het: ‘Alsjeblieft Piet, hou jij het maar bij je voor de kermis’. Zo ging het dikwijls.”

Potrijden

Zelf werkte Scheepens vanaf zijn veertiende in de textielindustrie. “Op dinsdagavond kreeg ik mijn weekbuiltje. Mijn eerste salaris weet ik nog precies, dat was negen gulden tweeënvijftig. Ik mocht van mijn moeder een knaak aan Lange Jan geven. Dat was Jan Smulders, die in de fabriek geld ophaalde voor de kermis. Toen de fabriek twaalf jaar later failliet ging en de mensen niet meer bij hem konden sparen, ben ik gaan potrijden. Eerst op zondagmorgen, tegenwoordig op vrijdagavond.”

Hij was daarvoor vele uren op pad. Sommige klanten hebben standaard iets lekkers klaarstaan. “Dan blijf ik even buurten en vertrouwen ze mij lief en leed toe. Maar het is mijn dubbeltjespot, niemand heeft er ook maar iets mee te maken wat mijn klanten tegen mij zeggen.” Wijzend naar zijn vrouw Annet: “Ook zij niet.” Want Piet had een vertrouwensband met iedereen. “Toen ik nog op zondagochtend reed, was er een familie die altijd naar de kerk was. Ik mocht mezelf binnenlaten. Raampje open zodat ik bij de sleutel kon, via de deur naar binnen en in de kast lag alles klaar. Dan draaide ik het spaarboekje om en wisten zij dat ik was geweest.”

Op vakantie van de rente

Één keer, jaren geleden alweer, kreeg Piet de Belastingdienst op zijn dak. Het was opgevallen dat hij zulke grote sommen geld van zijn rekening haalde. “Zelf stond ik nooit stil bij de bedragen. Ik heb de inspecteur laten zien hoe het in zijn werk ging. Hij kende dit helemaal niet. Daarna heb ik er nooit meer iets van gehoord.” De laatste jaren legt Piet op zijn bezigheid toe. De rente was altijd voor hem (‘We konden ervan op vakantie’), maar de huidige rentestand weegt niet op tegen de benzinekosten. “In het centrum heb ik al geen klanten meer, dat is geen doen met parkeren.”

Het spaarboekje van de dubbeltjespot van Piet Smeekens. Beeld Ton Toemen

Deze week rijdt hij voor het laatst, want vrijdag begint de kermis. Hij zal het gaan missen, zoveel is zeker. “Bij sommige mensen kom ik al tientallen jaren. Ik ben kind aan huis, kan overal mee-eten. Pas vroeg een klant of ik het niet aan iemand kan overdragen. Maar ik peins er niet over. Stel dat mijn opvolger de boel besodemietert, dat kan toch niet? Het is goed geweest zo.”

Ook Annet spaarde bij haar man. “Voor de kleinkinderen. Dan hoefde ik nooit te zeggen dat oma geen geld had. Want de kermis kost veel, hè. En die week kijken wij ook nergens naar.” Piet: “Vroeger gingen we negen dagen lang, van ’s ochtends tot ’s nachts. Dat doen veel mensen in Tilburg, wij houden dat niet meer vol. Ik heb de longziekte COPD, moet je weten. Maar ik ga zeker nog op een terrasje zitten en mensen kijken. En dan kom ik gegarandeerd klanten tegen.”

Lees ook:

Liefde tussen de kermis en het dorp is voorbij

Lunaparken op het platteland dreigen uit te sterven omdat bezoekers het laten afweten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden