LevenslessenKarina Schaapman

Muizenhuis-schrijver Karina Schaapman: Ik was bang dat ik naar een kindertehuis moest

Karina SchaapmanBeeld Merlijn Doomernik

Een veilige en zorgzame wereld creëren, waarin niemand wordt buitengesloten: dat is het centrale thema in de verhalen van ‘Het muizenhuis’ van Karina Schaapman (59), schrijver en oud-politica. In haar eigen jeugd was die veiligheid ver te zoeken.

1 ‘Oprotten naar je eigen land’ is helaas van alle tijden

“Ondanks dat we arm waren, heb ik een warme jeugd gehad. Mijn moeder is geboren en getogen in Indonesië en trouwde met een Nederlandse militair die betrokken was bij de politionele acties. Tegen haar zin, maar voor hun veiligheid, belandde ze na de oorlog in een portiekwoning in Leiden. Op de dag van mijn geboorte vertrok mijn vader met mijn broer en zus en liet mijn moeder met mij in het kraambed achter, zonder ooit alimentatie te betalen. Een buitenlandse vrouw in een volkswijk, dat zag je in die tijd niet vaak: mijn moeder zag er anders uit, sprak anders en kookte anders – de buren vonden het stinken op de trap.

Buiten was de wereld vijandig: we werden uitgescholden voor ‘pindapoepchinees’ en mensen sisten ons toe dat we moesten oprotten naar ons eigen land. Als kind was ik me er bewust van dat mensen boos naar ons keken en ik voelde hun afkeuring, maar ik wist nog niet wat discriminatie betekende. ‘De mensen weten niet beter, ze zijn bekrompen. Negeer het maar: kin omhoog en borst vooruit’, zei mijn moeder, en dan deed ze voor hoe ik als een trots Indisch meisje moest lopen.

Ik had geen speelgoed maar ik mocht alles van de straat naar binnen slepen en daar bouwden we hutten van – mijn moeder was creatief en gaf me de mogelijkheid mijn eigen wereld te creëren. Ik vergeet nooit de dag waarop buurtbewoners ons huis met sneeuw- en ijsballen bekogelden en de keukenruit sneuvelde: mijn moeder kreeg een ijsbal tegen haar oog en ik was doodsbang. Vanaf dat moment sloot mijn moeder voor altijd de gordijnen, ze wilde met niemand meer iets te maken hebben. Maar ik was een nieuwsgierig en eigenwijs kind, mijn moeder kon me niet weerhouden die vijandige buitenwereld in te gaan.

Thuis sliepen we samen in een bed, dat was onze veilige plek: daar vertelde ze me de mooiste verhalen over haar kindertijd in een paradijselijk land met tijgers en slangen. Op mijn dertiende overleed mijn moeder en ondanks dat de buren en de school zagen dat ik mezelf verwaarloosde, liet iedereen me aan mijn lot over. Op latere leeftijd kreeg ik daar last van: ik heb lang het gevoel gehad dat ik er niet mocht zijn.”

2 Zorg, liefde en insluiting is het allerbelangrijkste

“Rond mijn zeventiende woonde ik her en der in kraakpanden of zwierf op straat. Op Eerste Kerstdag ging iedereen uit het kraakpand op bezoek bij z’n familie, maar familie had ik niet meer. Bij mijn vader, die na de dood van mijn moeder werd opgespoord, kon ik niet wonen omdat hij gewelddadig was. Zo kwam ik in een café terecht en werd ik samen met de barkeeper dronken tot hij handtastelijk werd. Ik was boos, schopte in mijn dronkenschap tegen etalages en werd opgepakt door de politie. Er werd proces-verbaal opgemaakt en ik was bang dat ik in een tehuis zou worden geplaatst omdat ik nog onder de kinderbescherming viel.

Beeld Merlijn Doomernik

‘Waar zijn je ouders?’ vroeg de agent die proces-verbaal opmaakte, en hij vond mijn antwoord blijkbaar zo triest dat hij het vel papier uit zijn typemachine haalde en vroeg: ‘Wil je een kop koffie en een stuk cake?’ Ik mocht bij de andere agenten onder de kerstboom zitten en dat heb ik altijd als een belangrijk moment ervaren: iemand toonde affectie, ik werd gezíen. Zorg, liefde, insluiting: het is zó belangrijk voor kinderen.

Des te erger dat we nu bevolkingsgroepen met een niet-westerse achtergrond in een hoek duwen. Wat doet dat met kinderen? We moeten opletten dat zij zich niet tegen de maatschappij keren: ik weet uit ervaring hoe terecht het voelt om je af te zetten tegen de maatschappij als mensen je discrimineren. Uiteindelijk heb ik geluk gehad: ik ben de juiste mensen tegengekomen en aan de goede kant van de streep terechtgekomen. Maar ik maak me zorgen over de verrechtsing van de maatschappij en dat meer en meer het recht van de sterkste lijkt te gelden.”

3 Ruimte zit in je hoofd, niet in je huis

“Op mijn achttiende kwam ik mijn grote liefde tegen en trok bij hem in. Ik wilde wel zes kinderen, maar het werden er vier. Toen begon het leven langzaam vorm te krijgen: ik leerde collega-moeders kennen en bouwde zo een sociaal netwerk op. Omdat ik altijd thuis was, bracht iedereen zijn kinderen bij mij en zo werd ons Amsterdamse huis een centraal punt in de buurt – iedereen mocht blijven eten en slapen.

We woonden erg klein, maar ik zei altijd: ruimte zit in je hoofd, niet in je huis. ‘Bij ons was het soms net een gaarkeuken’, zeggen mijn kinderen nog weleens, en dat klopt: iedereen stond letterlijk in de rij voor eten, want ik kon ontzettend lekker Indisch koken. Kinderen hebben mij ongelooflijk veel geleerd: ik verdiepte me in hun ontwikkelingsproces en keek eindeloos naar hun spel. Ze mochten fikkie stoken en met alles spelen – ik was wel wat gewend. Wat ik zo mooi vind nu ik kleinkinderen heb, is dat mijn vroegere gemis aan familie in hun generatie is opgeheven: zij hebben allemaal een mama en een papa, opa’s en oma’s, ooms en tantes en nichten en neven.”

4 Leer kinderen wat democratie is

“In mijn tijd als PvdA-raadslid nam ik elke raadsvergadering zes leerlingen mee. Dan mochten ze vanaf de ambtenarenbankjes een briefje aan de bode meegeven voor de burgermeester: ‘Wilt u straks koffie met me drinken in de koffiekamer?’ In de pauze hadden ze dan een gesprek met Job Cohen, die heel goed met die verschillende soorten leerlingen kon omgaan – zo kwam de democratie voor hen wat dichterbij.

Ik liet ze ook zien wie het mogelijk maakt dat de democratie werkt: de bodes, de beveiligers, de griffiers, de mensen in de koffiekamer, de politiek-assistenten. En de journalisten: waarom zitten die daar? Lees morgen hun column maar eens in de krant: zo werd de volgende dag soms voor het eerst een krant gekocht in het gezin van zo’n leerling.” 

Beeld Merlijn Doomernik

5 Gebruik je vrijheid om je eigen partners te kiezen

“Ik ben zesentwintig jaar samen geweest met de vader van mijn kinderen – een lieve en zorgzame vader. We groeiden uit elkaar, al voelden we niet de noodzaak om uit elkaar te gaan: we hadden immers kinderen die onze zorg nodig hadden. Totdat ik beeldend kunstenaar Eli (Content, red.) tegenkwam, mijn tweede grote liefde, en besloot met hem verder te gaan. Dat was hard voor mijn kinderen, die destijds pubers waren. Gelukkig konden mijn ex-man en ik goed door één deur en raakte hij bevriend met Eli: hij werd zelfs getuige op ons huwelijk.

Ze gingen zo vaak koffiedrinken dat ik wel eens dacht: halló, ik ben niet voor niets gescheiden. Ik blijf erbij: scheiden is voor kinderen nooit leuk, maar als je het een beetje goed kunt managen, is het niet het einde van de wereld. Misschien is een levenslang huwelijk wel een ideaalbeeld dat niet helemaal klopt en kon ik mijn kinderen zo leren dat je er maar beter op voorbereid kunt zijn dat het ook mis kan gaan. Maak gebruik van je vrijheid om je eigen partners te kiezen. Ze hebben gezien dat het me ook veel heeft gegeven: zonder Eli had mijn creativiteit zich misschien niet zo kunnen ontwikkelen.”

6 Gun kinderen een voddenboer

“De politiek vrat me uiteindelijk op: ik raakte er te emotioneel bij betrokken – mensen kwamen met hun problemen soms aan mijn deur – en ik deed er nog zo veel dingen naast, dat ik uitgeput thuis kwam te zitten. Bedenk eens wat jij zelf nou leuk vindt om te doen, vroeg ik me af, en dat was het maken van een kinderboekenserie. Zo werd ‘Het muizenhuis’ geboren.

Mijn jeugdervaringen werden de inspiratiebron voor mijn boeken en de schrijnende ervaringen wilde ik omzetten in iets positiefs: ik gunde kinderen een veilige en zorgzame wereld. Zo gebeuren er in het leven van hoofdpersonen Sam en Julia wel trieste dingen, zoals de dood van Sams opa, maar wordt hij wel omringd door zorg en rituelen. En dat het er bij de buren anders aan toegaat, is in mijn boeken een verrijking en geen bedreiging. Ook tradities vond ik belangrijk om erin te stoppen, dat zorgt ervoor dat opa’s en oma’s die het boek aan hun kleinkinderen voorlezen kunnen zeggen: zo ging het bij ons, en dat brengt hopelijk een gesprek op gang.

Een belangrijk figuur voor Sam en Julia is de voddenboer, en die zit in het boek omdat mijn man als kind bij een oom logeerde die voddenboer was. Door op die grote stapels kranten en boeken te klimmen, ontdekte hij voor het eerst poëzie en mooie prenten. Een andere wereld dan hij van thuis kende: één die zijn liefde voor kunst en literatuur heeft aangewakkerd. Ik gun ieder kind z’n eigen voddenboer.”

7 Zorg dat je goed bewaakt wat je zelf hebt gemaakt

“Dat ‘Het muizenhuis’ inmiddels wereldwijd verspreid is, besef ik het beste als ik in de winkel sta en er mensen uit Oekraïne, Turkije, Korea of waar dan ook op bezoek komen. Soms zie ik in een facetime-gesprek ineens een jongetje of meisje aan de andere kant van de wereld met Sam en Julia in de hand voor een eigen gemaakt muizenhuis zitten – geweldig is dat.

Mijn leven is door het succes niet veranderd: ik woon klein en ben nog elke dag aan het bouwen. Inmiddels zijn we een familiebedrijf en werken al mijn vier kinderen mee. Zij hebben zo’n goed oog voor waar het huis voor staat en bewaken en beschermen echt de ziel. Dat is ook nodig: de keerzijde van succes is dat iedereen er iets mee wil, en we veel voorstellen krijgen voor ontzettend lelijke producten – soms voel ik me er bijna persoonlijk door aangevallen. En dan denk ik maar weer aan het filmpje van een jongen uit Senegal die in een huis met een golfplaten dak woont waar de tv keihard aan staat, terwijl hij intussen eindeloos in ‘Het muizenhuis’ zit te lezen. Het is zo tof dat iedereen op de hele wereld de behoefte aan een veilige en zorgzame wereld herkent.” 

Schrijver en oud-politica Karina Schaapman (Leiden, 1960) is de maker van ‘Het muizenhuis’: het decor van een kinderboekenserie dat in 27 talen verschijnt. Van 2002 tot 2008 was ze gemeenteraadslid voor de PvdA in Amsterdam en in 2007 ontving ze de Harriët Freezerring voor haar strijd tegen vrouwenhandel.

In 2000 verscheen haar boek ‘Schoolstrijd’ (over haar strijd met de gemeente Amsterdam over de kwaliteit van het onderwijs) en in 2004 haar biografie ‘Zonder moeder’ (ook in het Engels vertaald).

Inmiddels zijn zeven delen van ‘Het muizenhuis’ verschenen en ontving ze diverse prijzen.

Het originele muizenhuis (dat het decor vormde voor haar eerste boek) staat permanent tentoongesteld in de Openbare Bibliotheek Amsterdam. De overige decors zijn te zien in haar winkel en werkplaats in Amsterdam.

Karina Schaapman is getrouwd met kunstenaar Eli Content.

hetmuizenhuis.nl

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden