null Beeld

Moderne manierenBeatrijs Ritsema

Moet ik het over ‘mijn zoon’ of over ‘onze zoon’ hebben?

Etiquette-specialist Beatrijs Ritsema beantwoordt elke week prangende vragen over hoe het hoort, of juist niet.

Beste Beatrijs,

Ik ben een vrouw van boven de vijftig en getrouwd. Wat is correct om te zeggen, als ik iemand iets vertel over een van de kinderen: ‘mijn’ zoon of ‘onze’ zoon?
Wij of ik

Beste Wij of ik,

Het kan allebei. Als uw man ook aanwezig is bij het gesprek dat u voert, kunt u bij wijze van insluiting beter spreken over ‘onze’ zoon. In de loop van een tweegesprek met een vriend(in) of kennis of een vreemde, spreekt u doorgaans namens uzelf en dan kunt u het prima over ‘mijn’ zoon hebben.

Sommige mensen die deel uitmaken van een stel hebben zich de routine aangemeten om voortdurend in de wij-vorm te spreken, ook al heeft dat helemaal geen functie. Dan hebben ze het over ‘Wij gaan altijd vroeg slapen’, ‘Wij maken zelf ons huis schoon’, ‘Wij geven niet om uiterlijk vertoon’ of ‘Wij vinden het klimaat erg belangrijk’. Wie altijd in de wij-vorm spreekt, maakt een gesloten front van zichzelf. Dat heeft iets zelf­genoegzaams.

Ook al klopt de mededeling ­inhoudelijk, de voortdurende kokette presentatie van zichzelf als onverbrekelijke twee-eenheid heeft een uitsluitende werking voor de gespreksgenoot die toevallig geen duo vormt. Als ‘wij’ niet nodig is en niets toevoegt, zeg dan ‘ik’.

Eens of oneens met deze ­adviezen? Reageer via tijdgeestreacties@trouw.nl. Stuur uw eigen vragen over de omgang met buren, collega’s, familie, vrienden en kinderen naar beste@beatrijs.com. Archief: www.beatrijs.com.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden