LevenslessenMode

Modetekenaar Piet Paris: Hou het simpel met vlag en wimpel

Beeld Merlijn Doomernik

Wie Piet Paris (57) zegt, zegt mode. Zijn tekeningen zijn wereldwijd vermaard. Als een van de weinige modetekenaars werkt hij nog steeds met potlood en papier. In alles streeft hij eenvoud na. ‘Nu ik ouder word, lig ik vaker wakker, dan ga ik tobben en dwing ik mezelf het getob klein te houden.’

1 Wees niet bang om vies te worden

“Ik geef onder meer les op Artemis, de Amsterdamse hbo-opleiding tot stylist. Soms gaat het een hele les over ruimte, of over vorm, of over functie. Dat klinkt abstract, maar ik zet de studenten aan het werk door vormen te knippen uit papier. Na een uur liggen er dan vormen op tafel die lijken op hoe zij eruitzien. Ja, echt waar. Je kunt de vorm naast iemand houden en je ziet het. Er zitten een paar Kim Kardashians tussen. En ook meisjes zonder make-up.

Als ze onder een geknipt hoofd uit een tijdschrift abstracte vormen plakken, dan blijken ze ineens mode te kunnen ontwerpen. Dan staan ze versteld. Dat is primitieve vormentaal. En als je die schetsen in een decor van karton zet, krijg je ruimte, en leer je wat coulissen-werking en schaalvergroting en -verkleining is.

Ze zitten zo in hun hoofd. Onderwijs is heel conceptueel in Nederland, heel rationeel. Terwijl mode gevoelsmatig, intuïtief is. Werken met je handen. Dat deden ze toen ze klein waren, ze zijn het verleerd. Ze vliegen snel naar de computer. Maar eerst moet die basis er zijn. Zelf verf mengen, vies worden, zweten in de klas. Dat je kapot bent om half vijf. Dat het lokaal smerig is geworden en de conciërge boos is dat er verf op de tafels zit. Ik geloof in die kracht. Ik ben bijna zestig, zo vind ik dat het moet. Ik had laatst een perfectioniste, ze moest over een uur iets hebben, en ze sprong op slot. Ik heb haar vastgehouden, we hebben samen geknipt. Ze kreeg pretogen, rode wangen, het lukte haar. Dan ben ik blij.

Toen ik in de jaren tachtig op de kunstacademie in Arnhem zat, was het koppen dicht en niet zeuren. Nu worden veel problemen besproken op school, er is veel begeleiding. Ik had indertijd pittige eetproblemen, ik was onzeker omdat ik zo veel uit mezelf moest halen in die opleiding, ik ervoer veel druk en competitie. Zo’n modeopleiding verhoudt zich tot de markt. Een medestudent was je concurrent. Je zoekt nog je eigen stijl. Ik heb het allemaal zelf opgelost. Toen kwam ik uit de kast. En langzamerhand verdwenen ook de eetproblemen.”

2 Je kleren moeten heel en schoon en je schoenen gepoetst zijn

“Mijn vader leerde me hoe je je moest aankleden, een stropdas strikken. Het ontroert me als ik aan hem denk, hij is al twintig jaar dood. Hij had een liefde voor pakken, voor mooie schoenen, voor stoffen, voor kleur, en ik heb zijn tekentalent. Hij was een hobbytekenaar, deed een opleiding tot pater. Daar stopte hij mee toen hij mijn moeder leerde kennen en hij werd boekhouder. Vroeger was er meer aandacht voor hoe je je presenteerde. Alles moest heel en schoon en gepoetst zijn. Dat vind ik nog steeds. Schoenen poetsen is heel leuk om te doen, ik heb thuis een schoenpoetskist. Jongeren kennen dat niet, die lopen op sneakers. Ik koop nog steeds geen leren schoenen met plastic of rubber zolen. Dan maar wat vaker naar de schoenmaker.

Mijn moeder maakte veel kleren zelf, mijn vier zussen zagen er daardoor altijd beeldig uit. Van een restje stof maakte ze dan een broekje en een strikje voor mijn broer en mij. Van iets te vrouwelijke stofjes. Mijn jeugd in Rijswijk was fijn, we speelden eindeloos hotelletje, klasje, kerkje en grensje – met een stelt van steltenlopen. Als je een rondje had gefietst, moest je betalen en ging de stelt voor je open.”

Beeld Merlijn Doomernik

3 Zorg dat alles om je heen met elkaar klopt

“Ik woon nu dertig jaar in Amsterdam, waarvan eerst elf jaar in de Damstraat, ik keek naar links zo het Koninklijk Paleis binnen. Als ik naar het station liep, werd ik altijd sikkeneurig vanwege de lelijkheid van het Damrak. Toen die cocktailprikkers, die rare lantaarnpalen, er nog stonden, was het nog erger. Nu is het er eigenlijk best lekker leeg.

Ik zorg ervoor dat alles wat mij thuis omgeeft, klopt. Dat is het enige wat je onder controle kunt hebben. Ik heb niet zoveel spullen nodig. Nee, ik ga niet als ik een badkamerafvalbakje nodig heb eindeloos online kijken en vergelijken, en ik heb heus wel dingen van Ikea. Maar ik hou van uitgesproken vormen.

Mijn man Marc corrigeer ik soms, ja, zijn outfit moet ook kloppen. Of hij dat fijn vindt? Eh. Nu wel. We kennen elkaar al heel lang, we hebben eerst jaren apart gewoond. Sinds een paar jaar hebben we een heerlijk huis waar we allebei ook werken. Hij is mijn manager en vertaler Frans-Nederlands. Hij kijkt de hele dag tv-programma’s en films van Arte en TV Cinq en zet die om voor de Nederlandse tv.”

4 Geef mij toch maar Parijs

“Mijn man wil altijd wel naar Parijs, ik heb er een haat-liefdeverhouding mee. Ondanks mijn naam die ik zelf heb bedacht, ik heet eigenlijk Pieter ’t Hoen. Dat zou in het buitenland niet werken. Dus bedacht ik Paris, vanwege het elegante, de haute couture, en Piet als compensatie, wat staat voor nuchterheid.

Ondanks de Parijse arrogantie houd ik nog steeds van de stad vanwege de kwaliteit van het dagelijks leven daar, de aandacht voor eten en drinken, uiterlijk, omgangsvormen. Vooral de Nederlandse zomer is een moeilijk jaargetij voor mij, omdat iedereen er dan uitziet alsof-ie op de camping is. Als ik het zelf heel warm heb, wil ik er nog steeds goed uitzien. Je zal mij nooit in een korte broek zien, met teenslippers, ik draag nooit open schoenen, ik heb ze gewoon niet.

In Kopenhagen en Stockholm ben ik ook geregeld, daar lopen ze er heel nieuw bij, de jeugd is er rijk; goeie kapsels, goede gezichten, schoon, op het akelige af en ook een beetje saai. In Parijs eten ze ten minste nog slakken tussen de middag met wijn erbij, zodat je nog een beetje naruikt. In Zweden zit iedereen aan de gezonde soep, heel triest, en al die zaadjes... In Milaan word ik na drie dagen agressief van

al die grote merken, dan snak ik naar een tweedehandswinkel, die je daar in de stad niet vindt.” 

5 Soms mis je afslagen

“Ik heb bewust besloten niet digitaal te gaan werken toen de eerste tekenprogramma’s op de computer opdoken, zo omstreeks 1992. Ik weet wel hoe het moet, je kunt schetsen met de hand, dan inscannen en met Photoshop afmaken, maar ik vind het verschrikkelijk. Zo naar dat er zo’n machine tussen zit. Ik ben wel goed in Indesign, want was vijf jaar creative director bij maandblad Harper’s Bazaar. Daar deed ik de hele visualisering bij de artikelen.

Als ik in het buitenland was gaan wonen, was ik groter geworden. Ik zat veel in New York in de jaren negentig, toen was ik ook heel knap. Had veel sjans. Als ik die ene baan had aangenomen als tekenaar op een groot stylingbureau, had ik een ander netwerk gekregen, had ik andere feestjes bezocht, had ik een betere agent… Maar ik miste in Amerika mijn moedertaal, je kunt toch niet precies zeggen wat je wilt. Op de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag geef ik aan drie klassen tekenles in het Engels. Ik merk het, je verliest raffinement.

Als ik teken, werk ik altijd in opdracht van een blad of merk. Met één tekening ben ik zeker twee dagen bezig. Na een dag is de schets klaar, de dag erna besteed ik aan het inkleuren. Ik werk altijd met potlood op wit A3-papier op een lichtbak, zonder gum. Ik corrigeer mezelf door de tekening om te draaien, over te trekken en alles wat fout is weg te laten tot ik één lijn overhoud.

Ik kijk goed naar anderen. Met Dick Bruna voel ik verwantschap, maar ook met de Groningse drukker/kunstenaar Hendrik Werkman. Ik houd van de arceringen van Peter van Straaten. Dat was zijn handschrift. Ik bewonder Siegfried Wolthek, die steeds ander materiaal gebruikt. En ik ben jaloers op Sigmund van Peter de Wit, zo’n vrouwenfiguur in een paar lijntjes, met punttietjes, een gezicht in één lijntje à la Picasso.

Ik maakte een tijdje vrij werk, ook appels en citroenen, die vond ik prachtig, maar ze verkochten niet. Want niemand zit te wachten op een fruitschaal van Paris. Ze willen een modetekening. Soms weet ik dus niet zo goed wat ik verder met mijn leven moet. Dat klinkt een beetje raar, maar het is wel zo. Hoe ik mezelf opnieuw uitvind, in die eenvoud. Ik denk toch dat ik bij mijn stiel moet blijven.”

Beeld Merlijn Doomernik

6 Hou het klein

“Naïviteit wordt onderschat. Ik hoor het me voor het eerst zeggen, haha. Ik ben nooit zo van de quotes. Ik bedoel ermee dat ik het kinderlijke, oorspronkelijke, het simpele centraal stel. In mijn werk maar ook in mijn doen en laten. Iets vereenvoudigen in plaats van het ingewikkeld te maken. Hou het simpel, met vlag en wimpel. Daar vaar ik wel bij.

Ik hoef ook niet veel vrienden te hebben. En als eindopdracht aan de academie ontwierp ik negen kledingstukken, negen avondjurken. Die maakte ik strapless, zonder mouwen, omdat ik geen mouwen kon inzetten. Ik hield het dus simpel. Nu ik ouder word, lig ik vaker wakker, dan ga ik tobben en dwing mezelf het getob klein te houden. Om mezelf onder controle te houden. Ik kijk ook bewust niet naar akelige dingen op tv, zie alleen prettige films. Zodra er iemand wordt neergeknald, ben ik weg. Want waarom? Detectives uit Scandinavië waarbij iemand wordt vastgezet in het zand en door de vloed verdrinkt. Ga weg zeg.”

7 De mode is niet dood

“Het gaat in de mode tegenwoordig niet meer over de jurk, het modeverschijnsel bij uitstek. Maar over branding, marketing, duurzaamheid en hergebruik. Ook bij modetentoonstellingen. Verschrikkelijk. Trendwatcher Lidewij Edelkoort zegt zelfs dat de mode dood is. Onzin. Ik zie internationaal nog steeds heel mooie, pure modevormgeving, geboren uit de diepste ziel van een ontwerper. Onafhankelijke ontwerpers zijn dat, zoals Rick Owens (ik ga er niet in lopen, maar hij heeft een eigen vormentaal) en Dries Van Noten (iets commerciëler, hij is een meester in kleur).

Met mannenmode ben ik niet zo bezig. In de vrouwenmode gebeurt meer. Ik vind hoge hakken mooi, maar strakke kleren niet. Zoals onze Journaal-presentatoren, Annechien Steenhuizen en eerder Dionne Stax, zij dragen hun kleren gewoon één maat te klein. Soms zie je zelfs randen van bh’s, of een te strakke leren rok. Bij Harper’s Bazaar wilden we Steenhuizen graag op de cover. Wat droeg ze? Een oversized colbert met een plissérok. Prachtig. Ik wil geen pronte borsten en bilpartijen zien. Welke stylist heeft het Journaal? Ik bied me aan!

Bij Máxima schrik ik me soms ook een hoedje. Ze moet beginnen met het juiste ondergoed. Haar vaste ontwerper Natan is niet de beste in constructies: de bustepunt, de belangrijkste plek op het vrouwenlichaam, zit bij haar soms op de verkeerde plek. Zij heeft ook te krappe kleren. Ja, Rutte en Matthijs dragen ook strakke pakken, maar niet te. Maar nu doe ik net of ik, als simpele tekenaar, een stilistisch expert ben. Ach ja, dat ben ik ook wel.” 

Pieter ’t Hoen alias Piet Paris (Rijswijk, 1962) groeide op in een rooms-katholiek gezin in Delft. Na de modeacademie in Arnhem vertrok hij naar Milaan, waar hij opdrachten binnenhaalde. Bij de modestukken van Pauline Terreehorst in de Volkskrant maakte hij in de jaren tachtig en negentig zijn eerste illustraties. Hij richtte met Angelique Westerhof het Fashion Institute Arnhem op en is jurylid en curator bij veel evenementen. Naast lesgeven aan verschillende opleidingen blijft tekenen in opdracht zijn belangrijkste bezigheid. Hij tekende veel voor de Bijenkorf, Harper’s Bazaar, Saks Fifth Avenue in New York en de Japanse Vogue en onlangs maakte hij alle getekende pr-materiaal voor het parfum van Viktor & Rolf. In 2008 ontving hij de belangrijkste modeprijs van Nederland, de Grand Seigneur.

Paris woont in Amsterdam met zijn partner Marc Kwakman.

Expositie van modetekeningen (onder meer van Piet Paris) op 7 en 8 maart in het oude Prinsengrachtziekenhuis, nu Fosbury & Sons, Prinsengracht 769, Amsterdam.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden