null

De zintuigen vanMart Visser

Modeontwerper Mart Visser: ‘Ik voel geen restricties meer, maar ongelooflijk veel vrijheid’

Beeld Patrick Post

Modeontwerper Mart Visser vond zichzelf in coronatijd opnieuw uit. Hij had niet gedacht ooit de haute couture los te laten, maar doet het toch. ‘Het spektakel smaakt me niet meer.’ Over zijn leven en werk verschijnt volgend jaar een documentaire.

INTUÏTIE

Leven en werken zonder intuïtie is onmogelijk

‘Als ik werk en creëer staan al mijn zintuigen aan. Het is een gelaagdheid van voelen, proeven, ruiken, zien en bovenal intuïtie. Ik zou niet kunnen leven en werken zonder mijn intuïtie. Ik merkte dat onlangs toen ik als gastconservator, al noem ik mezelf liever etaleur, de tentoonstelling van de inmiddels overleden Italiaanse beeldhouwer Igor Mitoraj mocht inrichten voor museum Beelden aan Zee. ­Levensgrote sculpturen van brons en marmer. Van die immense classicistische koppen.

Maandenlang werkte ik aan de maquette. Tot de beelden met heftrucks en hijskranen in de ruimte werden getakeld en ik mijn hele plan volledig omgooide. Het moest echt een zintuiglijke beleving worden. Ik regelde een interieurparfum, plaatste zwevende lichtblauwe vensters tussen de beelden, en maakte een afspeellijst met klassieke muziek, filmmuziek en de ijle klanken van een mezzosopraan.

Alles gebeurde die dag onder het toeziend oog van Mitorajs team: allemaal Italiaanse mannen die mij met norse gezichten en de armen over elkaar volgden. “We just don’t see it”, riepen ze steeds. Maar toen ze er doorheen liepen, de zeebries roken, de klassieke muziek hoorden, en die zwevende doeken zagen, snapten ze wat ik bedoelde.

null Beeld

Bij mij draait alles om de beleving; bij zo’n tentoonstelling, mijn couture, de confectie, mijn meubels en de kunstobjecten die ik sinds enige jaren maak.”

KIJKEN

Vanaf een afstand zie je pas of iets klopt

“Als je mij vijftig kleuren geel voorhoudt, kies ik exact de kleur geel die voor mij goed voelt. Iets raakt je of je hebt er niets mee. Daarom koop ik alle stoffen zelf in en struin ik kringloop-, antiek- en brocantewinkels af voor gebruikte materialen voor mijn artwork. Ik moet alles zelf zien om er iets mee te kunnen. Daarin ben ik heel doelgericht: ik zet gerust de schaar in een mouw bij een klant als ik zie dat het anders moet. Pas wanneer ik ­vanaf een afstandje kijk naar wat ik maak, weet ik of het klopt.

Vanochtend was hier een talentvolle jonge mezzosopraan voor een japon. Dan luister ik naar haar verhaal en kijk vooral. Ik kreeg het plaatje niet rond, dus vroeg ik haar brutaal: ‘Wil je iets voor me zingen?’ Wat er toen gebeurde: die stem, dat lijfje dat ineens zoiets groots voortbracht, ik kreeg meteen kippenvel. Het hele team veerde op. Dan weet ik dat ik een jurk moet maken die met haar adem meebeweegt. In 20 minuten was ik klaar.

Mart Visser (Sleeuwijk, 1968) studeerde aan de Modeacademie Montaigne (Amsterdam) en het Saga International Design Centre (Kopenhagen). Na stages bij Frans Molenaar, Anne Klein en Koos van den Akker geeft hij vanaf 1993 elk jaar twee haute-­coutureshows. Hij oogst kritiek als hij een commerciële ­confectielijn begint, eerst bij V&D, daarna via zijn webshop.

Als zijn kunstwerken in 2013 op tv komen, is er direct grote belangstelling. Exposities volgen in onder meer Rotterdam, Amsterdam en Miami. Zijn overzichtsexpositie Beyond Context in 2017 laat 25 jaar werk van hem zien.

Dit jaar is hij gastconservator bij museum Beelden aan Zee, dat werk toont van Igor Mitoraj, te zien tot 6 februari 2022. In die maand verschijnt ook een documentaire over Visser. Hij is getrouwd met Job van Dooren. Ze wonen in Amsterdam, Nice en op de Veluwe.

Nu klinkt het alsof alles heel makkelijk gaat, maar intuïtief werken kan natuurlijk alleen als je genoeg er­varing hebt, goed bent opgeleid, je ambacht beheerst en exact weet wat je in huis hebt aan materialen. Nu ik rond de vijftig ben, voel ik meer ruimte en laat ik me ­minder beïnvloeden. Ik voel geen restricties meer, maar ongelooflijk veel vrijheid.

Ik ben wel blij dat ik aan het begin van mijn carrière niet de druk had van sociale media, zoals jonge ontwerpers die nu ervaren. Als ik iets bijzonders wilde zien, moest ik vanuit Sleeuwijk naar de etalages van de P.C. Hooftstraat in Amsterdam. Of ik ging naar Schiphol waar de enige kiosk zat die de Franse Vogue verkocht. Zo kon ik alles zelf uitvogelen.

Mijn ouders gaven me hierin alle ruimte. Ik kom uit een gezin vol warmte en openheid. Ik ben hervormd opgevoed en dat Bijbelse gaf een fijn kader. Ik heb dat nooit als beklemmend ervaren. Wilde ik een poppenhuis op mijn vierde? Dan kreeg ik dat. Alles was bespreekbaar.

Pas op de modeacademie schopte ik tegen alles en iedereen aan. Wat dat betreft vind ik dat hele gedoe over die te strenge aanpak op het huidige Amsterdam Fashion ­Institute – natuurlijk los van de seksuele aantijgingen – totaal overtrokken. Alsof de jonkies van nu nergens meer tegen kunnen. Hallo ­lieverd! Als je modeontwerper wilt worden, moet je wel tegen een bak stront kunnen. Anders overleef je niet.”

PROEVEN

Het grote spektakel smaakt me niet meer

“Van jongs af aan wilde ik doorbreken in de couture­wereld, ik wilde mij meten met grootheden als Max Heymans en Frank Govers. Ik had niet gedacht ooit de couture los te laten. Toch durf ik dat nu wat meer op de achtergrond te zetten. Ik heb geen vast ­atelier meer en doe niet mee met het seizoenenritme. ­Jarenlang had ik zeven, acht klanten op één dag met daaromheen allerlei meetings.

null Beeld

Of ik vloog met een team naar Zuid-Frankijk om een compleet huwelijk te verzorgen. We kleedden de bruid, haar moeder, we ­verzorgden alle ­japonnen van het diner tot de farewell-lunch aan toe.

Dertig jaar heb ik intens genoten van al die rode ­lopers, de bekende Nederlanders, het televisiewerk, die heerlijke high society. We deden drie uitverkochte shows op één dag, in het Hilton, het kon niet op. Waar andere ontwerpers op de fiets naar de Fashion Week kwamen, reed ik 22 jaar lang in een verlengde Audi A8 – met chauffeur. Dan stapte ik uit in mijn Yves Saint ­Laurent-kostuum. Eén groot theaterspektakel dat paste bij wat ik wilde brengen. Nu smaakt me dat niet meer.

Corona zorgde voor deze periode van reflectie. ­Alles was een spiegel. Aan het begin van de pandemie liep ik zelf het virus op tijdens een Italiaanse modebeurs. Ik hield het geheim en was bang dat ik dood zou gaan. ­Niemand kon er nog iets zinnigs over zeggen.

Wat me bekroop was hetzelfde gevoel als tijdens het aidstijdperk in de jaren tachtig. Ook toen wisten we weinig en waren we ongelooflijk bang. Ik woonde in New York, was piepjong en om me heen gingen zoveel mensen dood. Toen ik merkte dat de effecten van covid voor mij niet zo heftig waren, zakte de paniek. Het zorgde er wel voor dat ik ging nadenken: wat wil ik nu zelf?

Ik wilde vooral meer oprechtheid. Ik ben van mijn zelfgecreëerde voetstuk afgestapt. Terug naar mijn kernwaarden, doen wat ik leuk vind. Ik haal nu mijn eigen koffie en ga gerust op de grond liggen om een jurk perfect te krijgen. Ik heb er wel lol in dat ik steeds minder bekend ben geworden. Mart? Mart Visser? Geweldig, meer anonimiteit.”

VOELEN

Ik moest opnieuw leren voelen

“Wat mijn ogen verder opende, was de stevige burn-out waar mijn man in terechtkwam. Nadat Job zijn eigen bedrijven had verkocht, ging hij helemaal op in zijn ­grote passie: jagen. Hij vloog van hot naar her, we hadden amper tijd voor elkaar. Zoveel prikkels, zoveel mensen. En ineens was daar vorig jaar de bodem. Ik voelde me zo machteloos en kon hem niet helpen. Toch voelde ik ook een soort opluchting: even niets meer hoeven.

null Beeld

Job is een hele krachtige, prachtige man en heeft nu vooral rust, regelmaat en weinig prikkels nodig. Maar ja, ik ben een en al prikkel. We zijn dertig jaar samen, ik leerde hem kennen toen ik 23 was, we woonden na vijf dagen al samen. Mijn leven ís Job, wij zijn totaal verstrengeld met elkaar.

Hij woont nu in ons huis op de Veluwe, wandelt veel met onze Weimaraner en ik blijf doordeweeks in Amsterdam. Dat was schakelen; ik moest leren om alleen te zijn. Zo ontdekte ik dat ik ongelooflijk veel met anderen bezig was. Een bekkenbodemtherapeut en personal trainer leerden me dat ik vooral moest doorademen. Zo voelde ik steeds sterker wat ik zelf wilde: mezelf uiten, creëren en toch ook diverse mensen en zaken loslaten. Ik hield te veel dingen krampachtig vast.

Job en ik hebben nu een heel klein leven samen, we zien amper iemand, en als ik bij hem ben, midden in de natuur tussen die oeroude grafheuvels, klopt alles. Ik hoef niets, moet niets en mag alles. Zijn situatie relativeert ons hele bestaan.”

HOREN

Door goed te luisteren ontdek je eerder wat er speelt

“Ik ben een snelle prater en een slechte luisteraar. Dus toen mijn broer Ernst, mijn branding- en marketing­manager, allerlei rottigheid ontdekte in ons eigen team, was ik totaal verrast. En diep teleurgesteld. Corona haalde ook de drek naar boven die in mijn eigen team zat: vol slinksheid en oneerlijkheid. Mijn vertrouwen was zo ­geschaad dat we afscheid namen van die mensen. Mijn huidige, kleinere team heeft een totaal andere instelling – diverser en met meer mannen. Heerlijk, testosteron geeft toch een andere sfeer, het werkt als een tierelier.

Ik blijf mode ontwerpen, maar mijn kunst drukt beter uit wie ik werkelijk ben. Dat gaat over mijn kern. Lange tijd hield ik mijn artwork privé, zelfs vrienden wisten er niet van. Tot mijn atelier in 2013 kort te zien was in de TV Show. Toen kreeg ik toch een bak kritiek over me heen. Ik kon niet als succesvolle en commerciële ontwerper ook nog eens kunst ­maken. Enkele galeriehouders haalden openlijk hun neus ervoor op: dat mag.

null Beeld

Kunst gaat over intuïtie en ­voelen, maar het bleek eerder broodnijd, omdat mijn kunst goed verkocht. Daarom doe ik alleen soloten­toonstellingen waarbij ik zelf de regie heb.

Ik geef de controle sowieso niet graag uit handen. Regelmatig vroegen documentairemakers of ze me mochten volgen, ik zag dat nooit zitten. Volgend jaar komt er toch een documentaire, gemaakt door mijn rechterhand Laurence Focke, een autodidact uit Amsterdam Zuidoost en professioneel filmmaker. Hij ging mij spontaan filmen terwijl ik aan het werk was. Normaal laat ik niets zien van mijn werkproces, maar dit verliep zo organisch.

Hij heeft prachtig materiaal van oude tv-programma’s en modeshows erin verwerkt en daaromheen mensen over mij geïnterviewd: oude docenten, mijn 81-jarige vader, BN’ers. Ik was daar niet bij, maar ben wel blij met die fragmenten. Het mooiste vind ik dat de documentaire eindigt bij mijn kunstenaarschap. Dat geeft prachtig aan waar ik mee verder wil.”

Lees ook:

De zintuigen van Carolyn Steel: ‘Een goede maaltijd bereiden is een van de zinvolste dingen die je kunt doen op aarde’

Filosoof Carolyn Steel ziet in voedsel het krachtigste middel om de wereld te veranderen. Van de jagers en verzamelaars kunnen­­ we veel leren, betoogt ze. ‘Ik geloof echt dat de mensheid toen heeft gepiekt.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden