Jan Gruiters, vertrekkend directeur van Pax: ‘Als de menselijke waardigheid in het gedrang komt, heeft de kerk de morele plicht zich daarover uit te spreken.’

Interview Vredesorganisatie

Mister Pax vertrekt: Ik ging óók het gesprek aan met mensen die bloed aan hun handen hebben

Jan Gruiters, vertrekkend directeur van Pax: ‘Als de menselijke waardigheid in het gedrang komt, heeft de kerk de morele plicht zich daarover uit te spreken.’ Beeld Koen Verheijden

Wat staten vaak niet lukte, deed Jan Gruiters wel. Hij onderhandelde in het diepste geheim met leiders met bloed aan de handen, zolang er maar zicht was op verbetering van de humanitaire situatie. Na ‘veertig jaar voor de vrede’ neemt hij afscheid als directeur van Pax.

Met zijn studie informatica had hij ongetwijfeld een mooie carrière bij de PTT kunnen opbouwen, als Jan Gruiters niet het boekje ‘Mensen voor dag en dauw’ (1976) van Huub Oosterhuis had opengeslagen. Hij las daarin een zin waarvan hij het gevoel had dat hij over hém ging.

Hij heeft het inmiddels wat beduimelde boekje nog steeds, en die zin heeft hij zo gevonden. De pagina heeft een ezelsoortje. “In de besteding van je tijd druk je uit wat je het meest vervult, wat primair voor je is en van levensbelang”, leest hij voor, en klapt het boekje dicht. “Op basis van die ene zin heb ik ontslag genomen bij de PTT en ben ik theologie gaan studeren.”

Deze maand neemt Jan Gruiters (1956) definitief afscheid als algemeen directeur van vredesorganisatie Pax, de samenvoeging van de kerkelijke organisaties Pax Christi en het Interkerkelijk Vredesberaad (IKV). In de jaren tachtig van de vorige eeuw brachten die twee brede kerkelijke bewegingen nog honderdduizenden mensen op de been die demonstreerden tegen de plaatsing van kruisraketten en voor de vrede. Maar die mobilisatie in Nederland maakte plaats voor vredeswerk in conflictgebieden en stille diplomatie. Onder leiding van Gruiters werden de twee organisaties één, met nu meer dan 150 gespecialiseerde medewerkers. Pax is een soort Clingendael geworden, een kenniscentrum voor de vrede. “Maar zonder boekenwijsheid”, zegt Gruiters. “Wij staan met onze poten in de klei.”

Daarnaast is Pax ingebed in de Nederlandse samenleving en verbonden met de protestantse én de rooms-katholieke kerk. Met 15.000 vaste donateurs, 50.000 mensen die actieve steun geven en negentig lokale afdelingen – die Gruiters ‘vredesambassades’ noemt. Kennis dus én draagvlak heeft hij nodig in zijn gesprekken met machthebbers over vrede. “Want je kunt niet alleen maar met idealen aankomen.”

Pax is in meer dan vijftien landen actief voor de vrede. In Soedan bijvoorbeeld, waar in juni nog twee miljoen mensen in 25 verschillende steden op de been waren voor de roep om een beter bestaan. Ondanks de repressie. Achter de schermen traint Pax deze nieuwe generatie. Maar vertegenwoordigers van de organisatie voeren ook gesprekken met Palestijnen en Israëliërs, wijzen mijnbouwgiganten als Prodeco en Drummond op de mensenrechten in Colombia, lobbyden tegen het bombarderen van Syrische steden en bekritiseerden de rol van Nederland in Afghanistan, onderhandelden met rebellen in Zuid- Soedan en bepleitten een dialoog met de radicale islam.

U bent met Pax zo breed bezig, dat het moeilijk is een eerste vraag te stellen. Kunt u niet aan de hand van één ervaring of voorval beschrijven waar uw werk voor staat?

“Op onze website staat een mooi boeket van projecten, maar je kunt inderdaad de vraag stellen: waar gaat het over? Tegelijkertijd is deze verscheidenheid de essentie van vredeswerk. Je komt niet met een standaardpakket een land binnenvliegen, maar je onderzoekt heel precies waar de mogelijkheden voor vrede liggen. Vaak gaat het over veiligheid en herstel van vertrouwen tussen burgers en autoriteiten.

“Maar ik heb wel een voorbeeld dat veel zegt. Op een van mijn laatste reizen, naar Zuid-Soedan, bezochten we een dorpsgemeenschap in Wau Collo. Het leger had dorpen platgebrand om een vermeende opstand neer te slaan en burgers te ontwapenen. Gezinnen waren midden in de nacht door regeringstroepen uit hun hutten verjaagd. Naakt, met de kinderen onder de arm, vluchtten ze naar de beschutting die het woud bood. Meer dan 10.000 mensen waren zo verdreven. Wij als Pax hebben meegewerkt aan een bijeenkomst waarin alle partijen weer vertegenwoordigd waren. In een werkelijk snoeihete tent kwamen vertegenwoordigers van de verdreven gemeenschappen samen met de lokale politie, de militaire commandant en de traditionele leiders. Ze luisterden allemaal naar elkaars lange toespraken. Dat was geen pretje, maar zo werd wel op lokaal niveau het vertrouwen hersteld en een nieuw begin gemaakt.

“Ik denk dat dit een voorbeeld is van wat we als Pax heel vaak doen. We organiseren vrede op lokaal niveau. Ver weg van de hoofdstad is er ruimte om met elkaar in gesprek te gaan en het ­sociale vertrouwen te herstellen. Dat haalt de Nederlandse kranten niet, maar we redden zo tienduizenden levens.”

Elke conflictsituatie is anders, maar is er in die grote variatie ook een ­gemeenschappelijke deler?

“Jazeker. Bijna alle conflicten vinden plaats in wat ik ‘arena’s van geschil’ noem. Daarin gaat het om toegang tot vitale zaken. Toegang tot bestuur en politieke macht. Toegang tot basisvoorzieningen. Toegang tot land, water en grondstoffen. En toegang tot veiligheid en recht. Veel geschillen op de wereld draaien om de toegang tot die arena’s.

“Deze geschillen reflecteren dieper liggende machtsverhoudingen. Elites die de macht hebben, zorgen ervoor dat anderen geen toegang krijgen. Ze versterken hun macht met internationale handelsrelaties, politieke steun, wapenaankopen en soms ook met migratiedeals.

“Wij als Pax proberen lokale activisten die verlangen naar vrede sterker te maken en beter te organiseren. Zodat hun stem wordt gehoord, hun invloed toeneemt. Maar we bemoeien ons ook nadrukkelijk met de partijen die dat proberen tegen te houden.”

Als we het over die elites hebben, gaat het vaak over mannen met een slechte reputatie. Op de website One World schreef u een column met de kop ‘De ondergrens voor onmogelijke vrienden’. Waar ligt die grens bij u?

“Het is moeilijk om daar in algemene termen over te spreken. Maar inderdaad: daarbij ga ik óók het gesprek aan met mensen die bloed aan hun handen hebben, als er de bereidheid is en de mogelijkheid door die gesprekken het geweld te stoppen.

“Ik zou nooit met IS willen spreken, omdat zij de basale orde van deze wereld niet accepteren. Dat is voor mij de limit. Maar ik sprak wel met Joseph Kony van het ‘Verzetsleger van de Heer’ dat in Noord-Oeganda een uiterst gewelddadige strijd voerde. (Zij ontvoerden jongens om hen als kindsoldaat te laten vechten en meisjes om hen als seksslavin te laten werken. Kinderen die probeerden te ontsnappen werden vermoord of verminkt - red.) We hebben met hem onderhandeld over ­beëindiging van de strijd, en ik ging in 2006 met een wilsverklaring van hem naar toenmalig minister Agnes van Ardenne van ontwikkelingssamenwerking. Zij zei: ‘Dit kan helemaal niet. Niemand heeft die Kony ooit gezien.’ Maar wij zaten bij hem in de jungle aan tafel. Vrede is het niet geworden, maar er volgde wel een staakt-het-vuren waardoor het geweld sterk afnam. Daar hebben wij als Pax iets voor elkaar gekregen wat staten niet lukte.

“Criticasters vinden dat er geen contact met Hamas mag zijn, zolang deze beweging Israël niet heeft erkend. Ik zeg: de politieke dialoog met Hamas is nodig. Erkenning van Israël moet geen voorwaarde zijn, maar de wenselijke uitkomst van het gesprek. Dat is een acceptabele en politiek verstandige positie. Maar ik geef toe dat Pax als kerkelijke organisatie daarin een markante positie inneemt.”

Wie is Jan Gruiters?

Jan Gruiters was de eerste directeur van de vernieuwde vredesorganisatie Pax. Hij werkte vanaf 1980 als informatieanalist voor de toenmalige PTT, maar trad in 1981 al in dienst bij Pax Christi als adjunct-secretaris.  Hij maakte daar deel uit van het landelijk werkcomité van het Komitee Kruisraketten Nee (KKN) en werkte mee aan de organisatie van het volkspetitionnement van 1985. Van 1987 tot 1992 werkte hij voor de Raad van Kerken in Nederland om daarna terug te keren naar Pax Christi. Na het vertrek van Jan ter Laak in 1996 werd Gruiters tijdelijk algemeen secretaris van Pax Christi Nederland. In 2000 werd hij op uitdrukkelijk verzoek de eerste directeur van Pax.

Naast het gedwongen vertrek van Gruiters’ voorganger Jan ter Laak in 1996 (die had bij Pax Christi ongewenste omgangsvormen met medewerkers) had de directeur in 2014 de handen vol na het schrappen van twéé woordjes. IKV Pax Christi ging voortaan als Pax door het leven. Delen van de christelijke achterban reageerden furieus. Zij vroegen zich af of Pax van God los was.

Heeft u spijt van het doorhalen van die woorden? Waarom deed u dat ­eigenlijk?

“In het debat daarover raakten twee zaken met elkaar vermengd, de naamsverandering en de indruk dat we met die nieuwe naam onze identiteit of christelijke grondslag overboord zouden gooien. Maar dat was en dat is niet zo. De eerste reden om de naam te wijzigen was een praktische. Ik weet niet of u weleens een telefoongesprek in het Spaans of Russisch heeft gevoerd, waarin u moet aangeven dat u van IKV Pax Christi bent. In de wandelgangen noemden ze ons al Pax.

“Nee, het heeft niets te maken met het feit dat islamitische groepen moeite hadden met die naam, zij hebben vaak een opvallende voorkeur voor bewegingen die zeg maar een transcendente waarde hebben. Ik kan me wel zeer kritische gesprekken herinneringen met de leider van het Nationaal Islamitisch Front Hassan al-Turabi, hij kon het woord Christi niet over zijn lippen krijgen. Voor hem bleef ik altijd ‘Mister Pax’.

“We hebben die naamsverandering vooral doorgevoerd omdat we jonge ­generaties willen aanspreken. Ik heb Pax vaak vergeleken met een karavaan die door de tijd heen trekt, in het spoor van een oude vredesdroom. Dat is een bescheiden, maar hoopgevend beeld. ­Bescheiden, omdat daarin de erkenning zit dat er voorgangers zijn geweest en dat je altijd op hun schouders staat. Hoopgevend, in het besef dat die karavaan ook doortrekt. Wij zijn niet de eigenaar, maar tijdelijk een onderdeel. Die karavaan trekt verder, ook zonder ons. Wij hebben daarom de verantwoordelijkheid de doorbraak te maken naar nieuwe generaties, die minder aanslaan op het woord ‘Christi’, maar alles met ‘Pax’ en de ziel van het vredeswerk hebben.”

Toch blijft Pax zonder Christi nauw verbonden met de protestantse en rooms-katholieke kerk in Nederland. Voelt u zich als vredesorganisatie ­gesteund?

“Vredesvraagstukken moeten eigenlijk tot het hart van de kerken behoren, maar ik zou het fijn vinden als zij nog meer hun mond zouden opendoen. Ze zouden zich vaker moeten manifesteren en present zijn in het politieke debat. Ze hoeven geen onderdeel te worden van de politiek, maar ze mogen zich wel meer in het publieke debat mengen. Vooral ook omdat vraagstukken rond oorlog en vrede veel meer dan vroeger zijn verknoopt met de eigen samenleving. Wat er in Syrië gebeurt, heeft door de komst van vluch­telingen, de angst voor terreur en voor verlies van eigen identiteit invloed op het samen leven binnen onze steden en dorpen.

“Naast de polariserende krachten van Baudet en Wilders zijn er verbindende krachten nodig die zich eens positief over vluchtelingen en islam uitlaten. Dat mogen de kerken gearticuleerder doen. Lokaal gaat dat soms goed, zoals in de Haagse Bethelkerk die kerk­asiel aanbood, maar landelijk moet de kerk actiever positie innemen. Als de menselijke waardigheid in het gedrang komt, heeft de kerk de morele plicht zich daarover uit te spreken. Er is grote behoefte aan zo’n moreel leiderschap. Een meerderheid van de Nederlanders voelt zich niet thuis in het gepolariseerde debat van nu. Een meerderheid vindt ook dat vluchtelingen niet op straat hoeven te slapen. Laat de kerk die stem vertolken.”

Aan het einde van uw veertig jaar voor vrede bent u allesbehalve cynisch. Hoe doet u dat?

“Het is goed om zelf de regie te houden en plaats te maken voor nieuw leiderschap. Het is tijd voor een nieuwe generatie. Mijn baan is mijn bestaan, en dat werk heeft mij altijd enorm geïnspireerd. Ik word altijd woedend over onrecht, en wat dat betreft zat ik dus lang op de goede positie. Voor cynisme heb ik waarschijnlijk geen goede aanleg gehad. Ik ben altijd hoopvol gebleven. Het verliezen van hoop kunnen we ons ook helemaal niet veroorloven. Dus ik zou zeggen: laat de karavaan verder trekken.”

Lees ook:

Doe de kernwapens weg, om te beginnen hier

Praten over een kernwapenvrije wereld is mooi, maar het is tijd voor concrete stappen, schreef Jan Gruiters in 2017  al in Trouw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden