Naschrift

Mireille Madou (1931-2020) leefde voor de kunst, maar er moest ook lekker gegeten worden

Mireille Madou in 1962 als zuster Hildegardis, met haar broertje en oom.  Beeld Mireille Madou
Mireille Madou in 1962 als zuster Hildegardis, met haar broertje en oom.Beeld Mireille Madou

Als jonge vrouw verruilde de Vlaamse Mireille Madou haar trouwjurk voor het habijt. Na jaren in het klooster riep de Spaanse middeleeuwse kunst en het universitair docentschap in Leiden.

Nog één keer een kunstcollege van Mireille Madou, het was een uitgekomen wens van veel van haar oud-studenten. De Leidse collegezaal zat stampvol, bijna tien jaar terug. Daar stond ze, net tachtig geworden, gesoigneerd als altijd. De knot die ze vroeger op haar hoofd droeg, was nu onderaan vastgespeld, de haren wit.

Natuurlijk was ze een oude dame geworden, sinds ze in 1976 als 45-jarige Vlaamse kunstgeleerde haar entree maakte op de Universiteit Leiden. Maar haar blik was onverminderd vriendelijk en tegelijk scherpzinnig, haar taalgebruik zwierig als altijd. Uit het hoofd gesproken sleepte ze honderden oud-studenten, inmiddels ook op leeftijd, mee naar een andere wereld, net als vroeger.

Ze bracht haar specialisme van Spaanse middeleeuwse kunst en cultuur toen zo dichtbij dat het leek of je even op die plek en in die tijd was beland. Het begon al met de middeleeuwse muziek, die klonk zodra studenten de collegezaal naderden. In zangerig Vlaams doceerde ‘mevrouw Madou’ over de eeuwenoude kennis die bewaard was gebleven in kloosters en verspreid werd door monniken ‘die op ezels en in bootjes heel Europa door rotzooiden’.

Veel studenten ervoeren de kunstdocent als een soort moeder. Door het ‘Courage’ (‘Houd moed’) dat ze hun steevast toewenste, maar ook door haar praktische zorg. Tijdens een kunstexcursie naar Noord-Duitsland vergat een van haar studenten in zijn enthousiasme voor de musea steeds te eten. Mireille, die zijn broek steeds meer zag slobberen, nam hem mee naar een restaurant en bestelde een stevige maaltijd. Tegenover hem aan het tafeltje zei ze dat ze dat ze niet weg zou gaan voor hij zijn bord leeg had. Ze stelde daarnaast ook hoge eisen aan haar studenten, ze moesten er niet de kantjes af lopen.

Mireille Madou op latere leeftijd tijdens een bezoek aan Groningse kerkjes.  Beeld Mireille Madou
Mireille Madou op latere leeftijd tijdens een bezoek aan Groningse kerkjes.Beeld Mireille Madou

Zuster Hildegardis

Wat niet alle studenten wisten, was dat Mireille Madou in Vlaanderen ook een leven had geleid als zuster Hildegardis, achter de kloostermuren bij de orde van de Zusters Maricolen. De studenten die dit vernamen, waren vaak verrast; ze voldeed helemaal niet aan het beeld van een wereldvreemde of zoete non. Mireille vertelde vanuit haar vakgebied veel over religie, maar sprak zelden over haar persoonlijke geloof. Ze was altijd nauw verbonden gebleven met ‘het Heilig Klooster’. Wekelijks schreef ze de zusters een brief en elk jaar organiseerde zij voor hen een reis die tot in de puntjes verzorgd was.

Die ogenschijnlijk verschillende levens leken beide goed te passen in het wezen van Mireille: die van de toewijding aan kennis. Dat kwam in haar jeugd al bovendrijven. Mireille leerde gretig en gemakkelijk. Ze werd daartoe ook gestimuleerd door haar vader, die werkte in een metaalfabriek, en haar moeder die naaister was. Beiden hadden alleen lagere school gehad en vonden het belangrijk dat hun kinderen, ook de meisjes, konden leren. Het gezin ging op zondag naar de rooms-katholieke kerk, maar overdreven vroom waren Mireilles ouders niet.

Vader was zachtaardig, moeder was verstandig en had gevoel voor kunst en schoonheid. Mireille was de oudste, met een zusje van twee jaar onder zich en een negentien jaar jonger broertje. Ze deed aan volksdansen, zong in een koor en al op jonge leeftijd ging ze met katholieke jeugdorganisaties op reis naar het buitenland. Als jonge zelfstandige vrouw vond ze snel werk als docent letterkunde voor de onderbouw van de middelbare school, en dat lag haar goed.

Een stem die niet losliet

Voor de leden in haar gezin was het een verrassing toen ze aankondigde het klooster in te gaan bij de Zusters Maricolen in Brugge, een orde waarvan onderwijs een van de belangrijke pijlers is. Ze was verloofd, zou gaan trouwen en nu plotseling deze aankondiging. Het was een stem die haar niet losliet, verklaarde Mireille de grote stap, zonder er verder meer over uit te weiden.

Haar broertje zat op de eerste rij tijdens haar inwijding en keek zijn ogen uit toen hij zag hoe zijn 26-jarige zus, nu zuster Hildegardis, voorover op de grond voor het altaar ging liggen.

In het klooster vielen haar intelligentie en interesse voor kunst op, en ze mocht kunstgeschiedenis studeren aan de Katholieke Universiteit van Leuven. Haar grote leermeester en inspirator in die tijd was kunsthistoricus Jan Karel Steppe, die ze later in Leiden veelvuldig zou citeren.

Bijna veertig was Mireille toen ze met een grote onderscheiding promoveerde, kort daarvoor was haar dissertatie al bekroond door de Koninklijke Vlaamse Academie. Ze werd assistent aan de universiteit in Leuven, de stad waar zij ook ging wonen en haar broer als beginnend student bij haar ‘op kot’ kwam. Mireille woonde aan de voet van de heuvel de Keizersberg, boven op deze heuvel stond het klooster van de Benedictijnen. Op weg naar boven kwamen jonge monniken soms even koffiedrinken en een sigaretje roken met Mireille; haar woonkamer kon blauw staan van de rook. In haar nabijheid viel een gesprek nooit stil. Vaak kwam het vanzelf op haar passie, de middeleeuwse kunst en in het bijzonder de geschiedenis van de pelgrimsroute naar Santiago de Compostella.

Madou met haar broertje in het ouderlijk huis in het Vlaamse Sint-Michiels.  Beeld Mireille Madou
Madou met haar broertje in het ouderlijk huis in het Vlaamse Sint-Michiels.Beeld Mireille Madou

Naar de universiteit

In het klooster had Mireille ondertussen een bijzondere positie. Ze leefde niet meer zoals de andere zusters binnen de kloostermuren, maar bleef wel deel uitmaken van de orde.

Toen ze op haar 45ste de mogelijkheid kreeg om te gaan werken aan de universiteit in Leiden, stapte ze naar de toenmalige overste van het klooster die haar de wijze woorden meegaf: “Kies voor wat het beste is”.

En zo vertrok Mireille naar het noordelijke Nederland en nam haar zuidelijke warmte, katholicisme en bourgondische levensstijl mee. Niet alleen de geest moet worden gevoed, het lichaam ook, vond ze. Ook hier citeerde ze haar kunstleermeester Steppe: “Steppe zei altijd: ‘Komt, laat ons eten en kwaadspreken van de mensen!’” Met een paar vrienden onder collega’s richtte ze ‘de domme club’ op. Met hen deelde ze haar hobby van tafelen, het liefst met mosselen en een goed glas wijn, in combinatie met een gezellige roddel.

Naast haar werk als docent publiceerde ze veelvuldig in vakbladen en maakte ze kunsthistorische reizen met leerlingen, de nonnen en met vrienden.

Tijdens een reis langs de camino, zoals de weg naar Santiago wordt genoemd, bezocht ze met vrienden de kathedraal Santa Domingo de la Calzada, waar naar een oud verhaal nog altijd een kippenhok in de kerk staat met een kip en een haan. Mireille raakte in gesprek met de verzorger en kreeg tot haar groot genoegen een ei mee. Ze koesterde het tot in het volgende restaurant, waar ze vroeg of het ei gekookt kon worden. Vervolgens liet ze het zich samen met haar vrienden goed smaken.

Mireille was een van de oprichters en erelid van het Nederlandse Genootschap van Sint Jacob, een vereniging die mensen helpt om de pelgrimstocht naar Santiago de Compostella voor te bereiden.

Kir Royal

Haar gepassioneerde verbreiding van de middeleeuwse Spaanse kunst en cultuur viel op. In 2007 werd Mireille door de Spaanse ambassadeur in Nederland namens de Spaanse koning benoemd tot officier in de Orde van Isabel la Católica, iets wat veel wat voor haar betekende.

Toen Mireille in 1992 met pensioen ging, bleef ze onverminderd publiceren. Achter haar bureau in haar met boekenkasten gevulde appartement in Voorschoten kon ze dagenlang schaven aan een wetenschappelijk artikel over de heilige Jacobus de Meerdere, middeleeuwse kostuumkunst en ook over haar eigen kloosterorde. Alleen onderbroken door de maaltijd op gezette tijden en elke dag een glaasje Kir Royal, witte prikwijn met crème de cassis.

Alleen zijn kon ze goed, als een echte kloosterling. Al had ze geen partner of kinderen, ze had wel veel dierbare vrienden, ook onder oud-studenten. Dat die haar nooit waren vergeten, bleek uit de grote stapel kerstkaarten die ze elk jaar ontving.

In de laatste jaren van haar leven bleef haar geest scherp, maar werd het lichaam brozer. Met vrienden naar een restaurant was lastiger. Dan maar iets lekkers halen bij de Jumbo, of Zjumbo, zoals Mireille het uitsprak. En dan vooral veel praten, al leek er ook een kwetsbaar gebied in haar waar niemand helemaal bij kwam.

Een goede vriend probeerde wel eens met haar te praten over de dood. “Zwijg, stil”, zei ze dan. Ondanks haar religieuze wortels was ze er bang voor. Na een val kwam ze terecht in het ziekenhuis. Mireille maakte zich vooral zorgen over een artikel dat ze nog niet af had. De operaties deden haar geen goed en het was duidelijk dat ze niet meer beter zou worden. Op het laatste stukje van haar camino was Mireille vredig. Haar angst voor de dood leek verdwenen en er waren geen zorgen meer over het onvoltooide verhaal.

Mireille Madou werd geboren op 12 maart 1931 in Brugge en overleed op 14 december 2020 in Leiden.

Trouw beschrijft wekelijks het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden