Journalist en presentator Milouska Meulens gaat terug naar het huis in Lelystad waar ze in haar jeugd twee jaar woonde. ‘Ik was bang dat ik mij niks zou herinneren.’ Beeld Els Zweerink
Journalist en presentator Milouska Meulens gaat terug naar het huis in Lelystad waar ze in haar jeugd twee jaar woonde. ‘Ik was bang dat ik mij niks zou herinneren.’Beeld Els Zweerink

Naar huis metMilouska Meulens

Milouska Meulens keert terug naar Lelystad: ‘Ik durf nu meer te kijken naar hoe dingen écht waren’

Schrijver Erik Jan Harmens reist deze zomer met bekende Nederlanders en Belgen naar de plek waar ze zijn opgegroeid. Wat is er nog over van het verleden? Vandaag: terug naar Lelystad met journalist Milouska Meulens.

De Amerikaanse schrijver en Nobelprijswinnaar Toni Morrison schreef: “Je bewust dingen herinneren is een creatief proces. Het is niet een poging om erachter te komen hoe de dingen echt geweest zijn – dát is iets anders, dat is research.” Ik heb het even vrij vertaald, maar de strekking klopt. Herinneren hoeft niet per se gericht te zijn op: erachter komen hoe de dingen vroeger precies hebben plaatsgevonden.

Die vaststelling geeft wat lucht als ik met Milouska Meulens door de Purmer loop: een eindeloos lange, wijdvertakte straat dwars door een nieuwbouwwijk in Lelystad-Haven. We zoeken haar ouderlijk huis. Een van de velen, want vanuit Curaçao verhuisde het gezin drie keer naar Nederland en weer terug. “De enige provincies waar we niet gewoond hebben, zijn Groningen en Utrecht”, zegt Meulens. “Maar hier in Lelystad zijn we uiteindelijk echt geland.”

Ze woonde hier van haar tiende tot haar twaalfde, wat niet heel lang is, maar voor hun doen toch wel. Met hun bedoel ik: Milouska, haar twee broers, haar zus en haar moeder. Haar vader, op Curaçao werkzaam bij het Haven- en Loodswezen, kwam uiteindelijk ook die derde keer wel weer over, maar kon hier niet aarden. Hij ‘verpieterde’ en toen hij voor het laatst terug was gekeerd naar het eiland, verzon zijn dochter dat hij op de grote vaart zat en daarom veel van huis was. De kinderen geloofden haar, de leraren mogelijk niet.

Milouska Meulens (1973) studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht en presenteerde van 2000 tot en met 2015 het Jeugdjournaal. Van september 2015 tot eind 2019 was ze medepresentator van het radioprogramma Vroege Vogels. Dit najaar verschijnt bij uitgeverij Volt haar eerste kinderboek, getiteld: Elin.

Ze vindt het spannend om hier weer te lopen, is benieuwd of ze dingen gaat zien die ze als waarheid heeft opgeslagen, “maar die uiteindelijk helemaal niet waar blijken te zijn”. De vraag is hoe belangrijk dat is als we, indachtig de woorden van Toni Morrison, geen research komen doen, maar komen kijken of de verhalen van toen nog na te vertellen zijn. We zigzaggen door de wijk en uiteindelijk spiekt Meulens bij een leegstaande woning naar binnen, die ze eerst niet als hét huis herkent, maar uiteindelijk wel.

Vuilniszakken voor de ramen

“Hier aan de voorkant was mijn slaapkamer. We sliepen er met z’n vieren, maar ik was de oudste, dus het was mijn kamer. Aan de kant waar mijn broer sliep zat blauw behang op de muur, aan de kant van mij en mijn zusjes roze. Met bijpassende gordijnen, maar als het ’s avonds lang licht bleef deed mijn moeder vuilniszakken voor de ramen, om te verduisteren. De schemering kenden we helemaal niet, op Curaçao valt de nacht even plotseling in als de ochtend aanbreekt.”

Aan de achterkant was de kamer van haar moeder: “Daar logeerden eerst andere mensen, toen mijn vader en nadat hij was vertrokken weer andere mensen. Mijn moeder was een heel aantrekkelijke vrouw, ze was nooit lang alleen.” Meulens lacht en zegt bijna onhoorbaar: “Ik ook niet.” Sinds een jaar is ze het wel. “Dat is voor het eerst sinds mijn zeventiende, dus ik omarm het als iets goeds. Ik ben achtenveertig en weet niet of er nog iemand komt, maar goed: ik kijk wel.”

Milouska Meulens keert met schrijver Erik Jan Harmens terug naar het huis waar ze twee jaar woonde. Beeld Els Zweerink
Milouska Meulens keert met schrijver Erik Jan Harmens terug naar het huis waar ze twee jaar woonde.Beeld Els Zweerink

‘Ik voelde me als kind een gedrocht’

Als kind in Lelystad-Haven viel ze op tussen haar klasgenoten. “Op mijn tiende was ik 1 meter 75, woog ik 63 kilo, had maat 39 en een cup B, kortom: ik was áf. De andere meisjes waren nog klein en lieflijk, ik voelde me een soort gedrocht dat boven alle anderen uitstak. Dan kom je ook nog uit Curaçao en ben je ook nog zwart en heb je vlechten, in plaats van loshangend haar dat kan wapperen. Op klassenavonden werd er geschuifeld, maar de jongens wilden niet met mij, want ik was te groot en te intimiderend. Er werd ook gezoend, daar deed ik ook niet aan mee. Wel werd ik meegevraagd als ze op het bouwterrein gingen spelen.”

Meulens had op een schutting een tekening van een hakenkruis gezien, dat ze tot ontsteltenis van anderen enthousiast ging natekenen in haar schoolschrift. “Ik had geen idee wat het was. Op Curaçao leerden we op school over de geschiedenis van Zuid-Amerika, maar nauwelijks iets over Nederland. Andersom had niemand hier ooit gehoord van Tula en Karpata, de leiders van de slavenopstand in 1795. We wisten weinig van elkaar en er was nog geen internet waar je informatie vandaan kon halen. Ik was enorm bezig met aarden, aanpassen en inpassen, zonder dat ik daar nou echt hulp bij kreeg. Ik schaamde me ook wel voor thuis, wilde gewoon aardappels, vlees en groente. Champignonsoep van Honig en dan geen knoflook en pepertjes eraan toegevoegd, maar precies klaargemaakt volgens het recept achterop het pakje.”

Al op haar zestiende ging Meulens op kamers in Utrecht. Dat is jong en misschien zou ik nu enorm moeten doorvragen, om precies te weten hoe de dingen echt geweest zijn. Maar doorvragen, vasthoudend als een terriër, voelt niet goed. Het is voor mij genoeg om te weten dat ze “snakte naar een eigen leven” en “los wilde van het gezin, dat maar bleef zwabberen. Mijn vader was weg en het was tijd, zo voelde het. Ik was vastbesloten om zelf niet ook te gaan zwabberen, dus zorgde ik ervoor dat ik gezond at en geen schulden maakte. Ik ging van de middelbare school af, want ik vond de andere leerlingen te kinderachtig. Daar heb ik zelf nog dispensatie voor aangevraagd. Ik ben de moeder-VWO gaan doen en daarna de School voor de Journalistiek.”

Journalistiek, een mooi vak

Journalist worden, die ambitie begon bij de leesmap waar het gezin een abonnement op had. Het goedkoopste abonnement hadden ze, met de oudste tijdschriften erin, die je na gebruik niet meer hoefde in te leveren. “Daar knipte ik foto’s uit van bekende mensen, die plakte ik in een schriftje en daar schreef ik een gefingeerd interview omheen. ‘Door Milouska Meulens’, schreef ik erbij. Het leek me zo’n mooi vak: dat mensen je alles zouden vertellen, als je het vroeg. Ik was daar veel mee bezig, in mijn eentje op mijn kamer met die schriftjes. Een keer kwam er een meisje aan de deur dat vroeg of ik wilde spelen en toen heb ik gelogen dat ik ziek was, want ik was net zo lekker bezig met die tijdschriften. Een aandoenlijk beeld vind ik dat nu, maar ook wel een beetje verdrietig.”

Het prettige aan de journalistiek en dan specifiek het interviewen: “Zolang mensen dingen aan het vertellen zijn, hoef je zelf niets te vertellen. Nu sta ik daar wel wat anders in trouwens, ik vind het prettig om wat meer openheid te geven, ook voor mezelf. Ik durf wat meer te kijken naar hoe de dingen écht waren en de kinderlijke beleving een beetje los te laten.”

Dat mag natuurlijk. Met de research naar haar jeugd is Meulens zelf een jaar geleden begonnen, toen ze onder andere naar Dalfsen en Zwolle reisde, waar het gezin eerder gewoond had. Het onderzoek doet ze voor zichzelf, maar mogelijk ook voor een te schrijven roman of memoir.

Op Curaçao weet iedereen wie je bent

Er wordt regelmatig overlegd met haar broers en haar zusje: “Zij herinneren zich andere dingen dan ik, zo vullen we elkaars gaten op. Mijn vader overleed vier jaar geleden, toen was de kans verkeken om te achterhalen hoe hij het zag en waarom hij weggegaan is. Ik ben ’m gaan opzoeken op Curaçao toen ik vijfentwintig was. De bedoeling was om ’m te verrassen, maar een douanier op het vliegveld herkende mijn achternaam en had hem gebeld, toen is hij me komen ophalen. Op Curaçao weet iedereen wie je bent, wat aan de ene kant veilig en vertrouwd is, maar soms ook benauwend, benepen. Mijn vader was blij om me te zien, maar had wel een andere verwachting bij de ontmoeting dan ik. Ik kwam antwoorden halen, maar dat was in zijn ogen niet zijn rol. Als vader hoefde hij zich niet te verantwoorden.”

'Er kwam een leraar bij ons thuis, die zei tegen mijn ouders dat ik had gevochten als een paard. Daar waren ze dan toch wel weer trots op.' Beeld Els Zweerink
'Er kwam een leraar bij ons thuis, die zei tegen mijn ouders dat ik had gevochten als een paard. Daar waren ze dan toch wel weer trots op.'Beeld Els Zweerink

We lopen naar de achterkant van het ouderlijk huis, waar Meulens zoekt naar een grasveldje. Als we er zijn weet ze eerst niet zeker of het het goede veldje is, daarna weet ze het toch. De geur van het gras komt binnen. De herinnering: hoe ’s ochtends vroeg de dauw op de sprietjes lag. In haar herinnering liep ze altijd over verlaten vlaktes, terwijl Lelystad-Haven er bij nader inzien toch veel bebouwder bij ligt.

“Ik heb al die andere huizen hier in mijn herinnering blijkbaar weggedrukt. Ik weet dat mijn broers en mijn zusjes bij mij op de lagere school hebben gezeten, maar herinner me dat nauwelijks nog. Alsof ik ze heb ‘weggephotoshopt’. Wel weet ik nog dat mijn oudste broer werd gepest door jongens uit de zesde klas en dat ik toen met die jongens ben gaan vechten. Op Curaçao vochten we heel vaak, hier schrokken ze ervan. Kwam er een leraar bij ons thuis om erover te praten en die zei tegen mijn ouders dat ik had gevochten als een paard. Daar waren ze dan toch wel weer trots op.”

Bij het afscheid verzucht Meulens dat ze van tevoren bang was geweest dat ze niets zou herkennen. “Maar als je gaat wandelen volgen je voeten toch de weg die in je herinnering is gegrift. We liepen toch bijna in een rechte lijn naar mijn ouderlijk huis. Ik dacht ook: als ik straks voor het huis sta, dan breek ik en gaat Erik Jan daar zo heel erg op inzoomen. Maar dat gebeurde niet.”

Luister ook naar de podcasts van deze gesprekken via trouw.nl/naarhuis of de bekende podcastkanalen. Reacties zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl.

Lees ook:

Aarzelend groeit de trots op Hollands polderglorie

De Flevopolders moesten Nederland beschermen tegen de nukken van de Zuiderzee en landbouwgrond opleveren. Ook hoe het er zou uitzien en wie er zouden wonen werd bedacht, al liep dat soms anders dan gepland, vertelt historicus Remco van Diepen.

Joris van Casteren over Lelystad: Dat ‘lelijke’ verhaal vormt juist de ziel

Journalist en schrijver van bestseller Lelystad vertelt over hoe het was om op te groeien in een stad die “bij wijze van spreken nog in de couveuse lag”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden