null Beeld

Koers houdenTrea van Vliet

Mijn vaders blonde vriendin heeft het gehad

Trea van Vliet

Hoe ga je om met een bejaarde vader die psychiatrisch patiënt is en die nog rijk denkt te worden met boten bouwen?

‘Wil je suiker in je koffie pap?’ vraag ik, omdat het altijd weer anders is. Wel, niet, twee zakjes, vier zoetjes, alleen melk; mijn vader varieert graag.

‘Ja, anders zit ik zónder’, antwoordt hij op een toon van hoe-kun-je-het-vragen.

Ik giechel.

Wij gaan stug door met alles wat nog kan. Ook al komen daar steeds meer randvoorwaardes bij kijken: mijn vader moet de energie hebben en een beetje helder zijn. Ik moet tijd en ruimte hebben. En het weer moet goed zijn, aangezien wij alleen nog op een terras iets mogen drinken.

Dat daar weer een voorwaarde bij is gekomen, ontdekken we als we aan onze tweede kop koffie toe zijn. We zitten op ons favoriete terras aan de Westerschelde, en als de eigenares van de zaak komt vragen of we nog iets willen, raken we in gesprek. Ze kent ons en laat mijn vader vaak foto’s van bijzondere boten zien. “Mijn blonde vriendin”, noemt mijn vader haar.

Mijn vaders blonde vriendin heeft het gehad, vertelt ze als ik vraag hoe het met haar is.

‘Waarmee?’, vraag ik.

En zo kom ik erachter dat de code nu ook op het terras vereist is.

Ik kijk geen persconferenties meer, en aangezien ik mijn krantenabonnementen heb opgezegd, weet ik eenvoudigweg de stand van zaken niet meer. Kan het iedereen aanraden, doet wonderen voor je humeur.

Ze vertelt ons dat ze tot nu toe heeft meegedaan, maar dat het nu voorbij is. Dat ze klanten verliest omdat de hele familie niet komt als er eentje niet naar binnen mag. En dat de druppel die de emmer deed overlopen, de opmerking van Rutte was dat je bij de hoeren geen mondkap op hoeft.

‘Zei hij dat?’ vraag ik.

‘Ja’, zegt ze terwijl ze haar wenkbrauwen omhoogtrekt en cynisch knikt, en ze verdwijnt naar binnen.

Mijn vader wil weten wat het een te maken heeft met het ander. Ik leg uit en hoor mezelf onneembare bochten nemen, maar mijn vader begrijpt het: ‘Me dunkt dat als bij de dames geen maatregelen gelden, ze nergens gelden’, slaat hij plechtig de spijker op zijn kop.

Ik zeg niks.

Ergens wil ik het er gewoon niet over hebben met hem, zijn wereld is al gek genoeg.

We krijgen onze tweede kop koffie.

Met taart, want niet alleen gaan wij stug door met wat kan, we maken er ook een feestje van.

Al snel praten wij weer over de gewone dingen, zoals de boten. De bingo die de kapiteins zelf moeten verzorgen, want ‘dat scheelt kosten’. De scheepswerf die maar niet terugmailt. En de elektrische step die mijn vader wil kopen ‘want zo heb ik geen chauffeur meer nodig’.

Ik glimlach en draai mijn hoofd naar de zon.

Dit soort gekte kan ik dan weer prima hanteren.

Eerdere afleveringen in deze serie columns zijn hier terug te lezen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden