Essay Seksueel misbruik

Mijn opa heeft mijn zusje misbruikt

Seksueel misbruik is een monster dat zich behalve aan het slachtoffer ook aan de naasten vergrijpt. Levi van Dam maakte mee hoe zijn familie ontwricht werd, nadat zijn zusje had verteld wat haar was overkomen.

Toen ik zes jaar geleden mijn huidige vriendin ontmoette, wist ik dat ik het haar een keer moest vertellen. Ik zag er tegen op, maar tijdens een druilerige namiddag deelde ik met haar wat slechts enkele van mijn vrienden weten: dat mijn opa mijn zusje heeft misbruikt. Tijdens het vertellen voelde ik de angst omhoog kruipen. Wat zou ze nu van mij en mijn familie denken?

Een op de vijf

Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld (CSG), vertelt dat volgens de recentste schatting een op de vijf kinderen (online) seksueel misbruikt wordt. Dat zijn er gemiddeld vijf in iedere klas op een basisschool. In 85 procent komt de pleger uit de eigen kring. Dat zijn bekenden, familieleden en soms zelfs gezinsleden zoals een (stief)ouder, een broer of zus. Iemand die je vertrouwt. Net deze week begon het ministerie van Justitie en Veiligheid een campagne om slachtoffers te motiveren professionele hulp te zoeken. Dat gebeurt nog erg weinig.

Beeld Suzan Hijink

Een op de vijf is ontzettend veel, maar seksueel misbruik treft nog veel meer mensen als je bedenkt dat ouders, broers en zussen van de slachtoffers indirect ook geraakt worden. Seksueel misbruik, zeker wanneer de pleger uit eigen kring komt, is een monster dat zich behalve aan het slachtoffer ook aan de naasten vergrijpt.

Toch zwijgen literatuur en wetenschap over mijn perspectief als ‘broer van’. Sander van Arum bevestigt dit. Hij is als psychotherapeut en expert betrokken bij het project ‘niksaandehand.nl’ dat gaat over de gevolgen van seksueel misbruik. “Er is veel te weinig aandacht voor familieleden. Je moet mensen helpen zich niet van elkaar te isoleren in een situatie waarbij ze elkaar zo hard nodig hebben. Familie, buren en vrienden weten vaak niet wat te doen en willen het gebeurde uit machteloosheid zo gauw mogelijk achter zich laten.”

Dat herken ik, dit is namelijk een verhaal dat ik vaak uit schaamte niet vertel. En die schaamte voelt vervreemdend, want schaamte voel je als je verkeerd handelt. Precies daar voel ik de benauwende familieband: ik hoef mij niet te schamen voor mijn daden, maar in dit geval wel voor de daden van mijn familie. Mijn afkomst.

Bang

Tegelijkertijd realiseer ik me dat ik slechts een onbewuste getuige ben geweest. In het vertellen van mijn verhaal is het alsof ik aandacht vraag voor een schaafwond, terwijl het slachtoffer van de bermbom zwaargewond naast mij ligt. Toch is mijn pijn ook echte pijn. Daarom vertel ik het verhaal van mijn twee jaar jongere zusje, omdat het ook het mijne is. Het heeft mij ook gevormd en mijn vertrouwen in mensen beschadigd. Het heeft mij boos gemaakt en op momenten vreselijk onzeker. En ik ben nog altijd bang voor dat verhaal, voor de onmacht en de woede die ik daar iedere keer bij voel. Ik wil de confrontatie liever niet, want hoe hard ik het ook ontken, de dader is en blijft mijn opa. Mijn familie, mijn wortels.

Beeld Suzan Hijink

Toen mijn zusje het op elfjarige leeftijd aan mijn ouders vertelde, deden ze wat je alleen maar mag hopen dat ouders doen: ze stonden onvoorwaardelijk achter haar. Ook al was het de vader van mijn moeder, ze hebben geen moment getwijfeld aan het verhaal van hun dochter.

Dat is vrij uniek. Als er sprake is van misbruik door een familielid, doen de pleger, de moeder en overige gezinsleden vaak het hardst hun best dit binnenskamers te houden, blijkt uit onderzoek. Of ze het nu moedwillig doen of niet, uit een reflex gooien ze alles in de strijd om het misbruik geheim te houden. De pleger presenteert zich als iemand met twee gezichten: bijvoorbeeld als de liefdevolle ‘overdag-vader’ die zo anders is dan de ‘avond-vader’. Moeders bestempelen het gedrag als ‘normaal’ en complete gezinnen gaan na het bericht over tot de orde van de dag. De helft van de ouders die geconfronteerd worden met seksueel misbruik van hun kind door een familielid, reageert afwijzend. Hun overlevingsstrategie is dat het seksueel misbruik niet heeft plaatsgevonden.

Handdoeken en tranen

Nadat mijn ouders het ons, mijn broer en zussen, verteld hadden, was er thuis openheid over de situatie. En ondanks dat dit enorm goed deed, werd het meeste gezegd in de stilte. In de weken erna trok ik een keer de deur open van het washok, om snel mijn voetbalschoenen te pakken. Daar zat mijn moeder. Op een krukje, met een berg handdoeken op haar schoot die haar tranen opvingen. Ze keek me verschrikt aan, veegde haar tranen weg en ging verder met de was opvouwen. Ik pakte zo snel mogelijk mijn voetbalschoenen en trok de deur achter mij dicht.

In deze verstilde periode probeerde ik te zorgen voor mijn moeder en zusje, voor zover een vijftienjarige dat kan. Voor mijn moeder probeerde ik lief te zijn, door na school thuis te zijn en samen thee te drinken. Vriendjes van school maakte ik duidelijk dat mijn zusje ‘verboden gebied’ was, zonder te vertellen waarom.

Beeld Suzan Hijink

Naast de zorg was er het schuldgevoel. Ik herinnerde mij dat mijn zusje tijdens een bezoek aan opa en oma een keer had gevraagd of ik met haar en opa mee wilde naar het zoldertje. “Nee, ik blijf hier nog even”, antwoordde ik zonder op te kijken. Vanuit mijn ooghoeken zag ik mijn zusje en opa naar de schuur toelopen, de trap op naar de zolder. Later hoorde ik van mijn zusje dat hij haar die bewuste keer gezoend en betast had. Altijd als ik hieraan terugdenk, voel ik woede en kan ik door de grond zakken. Was ik maar wel met haar meegegaan. Dan was het die keer niet gebeurd. Het schuldgevoel hierover en over andere momenten kan aan mij knagen. Of misschien knaagt het niet aan mij, maar bijt ik mij vast in iets dat ik nooit had kunnen voorkomen.

Verdriet

Naast de schaamte en het schuldgevoel is er het verdriet. Vanwege het misbruik zelf, maar ook door de muur waar mijn ouders op stuitten, toen ze hun broers en zussen vertelden wat mijn opa had gedaan. De meeste ooms en tantes vroegen mijn ouders of ze het wel zeker wisten. En als het al was gebeurd, mijn moeder kende ‘pa’ toch, die had veel meegemaakt. Kon je het zo’n beschadigde man kwalijk nemen? Of anders konden we hem zeker vergeven? God vergeeft tenslotte al onze zonden.

De Israëlische onderzoeker Dafna Tener interviewde twintig vrouwen over seksueel misbruik door familieleden. Als het gaat om vergeving, identificeert zij vier reacties: vergeven door te vergeten, geen vergeving maar wraak, vergeven omwille van familiebehoud en toegeven aan dit type seksuele behoeften van de samenleving, die slechts een beperkte interesse in vergeving heeft. In mijn familie was vergeven door te vergeten de meest wenselijke variant, en anders toch wel omwille van het familiebehoud.

Beeld Suzan Hijink

Toen mijn zusje een rechtszaak aanspande en mijn opa veroordeeld werd, iets wat slechts in de helft van de incestzaken gebeurt, dacht ik dat onze familieleden het hele idee van vergeven en doorgaan omwille van de lieve vrede wel opzij zouden schuiven. Niets was minder waar. Nu de rechter had gesproken, vonden mijn ooms en tantes dat wij volgend jaar Kerst toch wel weer langs konden komen? Of eerst maar eens op Nieuwjaarsdag misschien? Mijn verdriet ging verder dan wat opa met mijn zusje had gedaan. Het ging en gaat ook over de ontwrichting van onze familie.

Geen kindervriend

Ik had opa nooit echt aardig gevonden, hij was ruw in de omgang en geen kindervriend. Mijn ouders zeiden altijd dat we hem de tijd moesten geven. In de zomer voordat mijn zusje het vertelde, was ik daarom voor het eerst bij opa en oma gaan logeren. Langzaam was ik het gaan ervaren. Dat hij ook best vriendelijk kon zijn. En dat hij goed wist hoe je moest klussen of een tuin onderhouden. Mijn ouders zeiden altijd dat hij ons wel lief vond, maar dat hij vroeger veel nare dingen had meegemaakt. De watersnoodramp in Zeeland en nog wel meer dingen die wij niet begrepen.

En het klopt, de nare ervaringen in zijn kindertijd kun je niet los zien van zijn gedrag als volwassene. Onderzoekers keken naar het verschil tussen daders van seksueel misbruik binnen families (ruim 6.500 veroordeelden) en daders van seksueel misbruik met niet-familieleden (ruim 10.500 veroordeelden). Misbruikers binnen families blijken eerder zelf seksueel misbruikt, emotioneel en of fysiek mishandeld te zijn of een slechte hechting te hebben ervaren met hun ouders. Voor zover mij bekend is mijn opa zelf niet seksueel misbruikt, maar mishandeling en een slechte relatie met zijn ouders waren zeker onderdeel van zijn kinderjaren. 

Rechtszaak

De momenten waarop hij aardig is geweest, werden weggevaagd toen ik als zestienjarige met mijn vader naar een andere rechtszaak van hem ben geweest. Hij was toen al veroordeeld voor het misbruik van mijn zusje en een andere vrouw, maar stond opnieuw terecht voor een andere zedenzaak. Hij zou een psychisch labiele vrouw, voor wie hij af en toe klusjes deed, misbruikt hebben.

Op advies van mijn behandelend psycholoog was ik met mijn vader naar de zitting gegaan, om beter te begrijpen wat hij met mijn zusje had gedaan. In de rechtszaal keek ik hem op de rug en zag ik een oude man. Voorovergebogen. Alleen. Toen de rechter vroeg of mijn opa nog iets wilde zeggen in reactie op de aanklacht antwoordde hij nee. Waarop de rechter vervolgde: “Ik heb ook gehoord dat uw schoonzoon en kleinzoon hier aanwezig zijn. Wilt u dat zij nog iets zeggen?”

Beeld Suzan Hijink

“Nee, dat hoeft niet”, antwoordde hij. Hij draaide zich half naar ons en voegde eraan toe: “Die genieten er alleen maar van dat ik hier nu zit.” Ik voelde zijn ijskoude blik over mijn gezicht gaan en pakte de hand van mijn vader stevig vast. Dat daar was mijn opa. Hij werd weer veroordeeld voor seksueel misbruik, ditmaal tot een gevangenisstraf die gezien zijn leeftijd en slechte gezondheid zou worden worden omgezet in een taakstraf.

Eenmaal thuis rende ik naar boven, naar mijn slaapkamer. Ik sloeg woest in de kussens op mijn bed. Ik voelde geen weerstand, het veerde te veel mee. Ik verplaatste mijn maaiende armen naar de muur en sloeg tegen het gipswandje tot er een gat in zat. Ik zakte huilend door mijn knieën. Ik wilde hem nooit meer zien.

Een verhaal van hoop

Tussen schuld, schaamte en verdriet blijft mijn woede het langst overeind. Hoe haal je het in je hoofd om een kind – en niet zomaar een kind, het kind van je eigen dochter, je kleinkind – dit geweld aan te doen? Die woede zit nog het meest aan de oppervlakte. Ondanks dat het nu goed gaat met mijn zusje. Ze is een sterke vrouw met een rijk sociaal leven en een liefdevol gezin. Zelf ervaart ze haar verhaal als een verhaal van hoop: dat dit je overkomt, betekent niet dat je leven verwoest is.

Toen ik het mijn vriendin verteld had, was ze even stil. We zaten in mijn woonboot en keken naar buiten door de kleine ronde raampjes, naar het kabbelende water. Ze keek me aan, pakte mijn handen vast en zei dat ze het verdrietig vond, heel verdrietig. Voor mijn zusje, mijn ouders, mijn broer en zussen en voor mij. En ineens zag ik wat zij zag: dit is een vreselijke gebeurtenis die ons is overkomen. Het is niet iets waar ik schuld en schaamte voor hoef te voelen. En daar, vijftien jaar later, kon ik terugkijken en durfde ik mijzelf voor het eerst verder te begrijpen, met dit verhaal en de andere verhalen van mijn familie. 

Levi van Dam (1983) is werkzaam als orthopedagoog bij Spirit jeugd- en opvoedhulp en als onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam.

Wie hulp zoekt na een aanranding of verkrachting kan terecht op website van het CSG: centrumseksueelgeweld.nl. Voor directe hulp is er een telefoonnummer: 0800-0188

Lees ook:

Voor misbruikte kinderen komt de hulp vaak te laat

De hulp aan seksueel misbruikte kinderen moet beter, blijkt uit een onderzoek van de Nationaal Rapporteur.

Campagne moet slachtoffers van seksueel geweld motiveren om hulp te zoeken

Mensen die seksueel geweld hebben meegemaakt moeten gemotiveerd worden om hulp te zoeken. Dat is de inzet van de campagne “Wat kan mij helpen” die het ministerie van Justitie en Veiligheid gaat voeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden