ColumnBert Keizer

Mijn internationale doorbraak die niet kwam

In de afgelopen week heb ik twee keer hardop gelachen. Terwijl ik alleen was, moet ik daaraan toevoegen. Anders zou het een zorgelijk lage frequentie zijn. De eerste keer was naar aanleiding van deze brief uit het jaar 787, waarin paus Hadrianus I (pontificaat 772-795) even laat uitleggen aan Hertog Tasilo, toen de baas in wat wij ­Beieren noemen, dat hij zich moest ­onderwerpen aan Karel de Grote ‘… om ernstig bloedvergieten en rampspoed voor Tasilo’s land af te wenden’.

Als deze hertog met zijn halsstarrige hart niet zou gehoorzamen aan het woord van de paus, dan zou de grote koning Karel en zijn leger ­worden vrijgesteld van het gevaar in zonde te vervallen – en wat zij vervolgens zouden aanrichten in Tasilo’s land door brand te stichten, te moorden of anderszins ellende te veroorzaken, zou de schuld zijn van Tasilo en zijn aanhangers en de grote koning Karel en de Franken zouden nergens schuldig aan zijn.

Is het niet heerlijk? Wie zei dat ook alweer, dat de kerk een hoer is die voor elk tijdsgewricht zo ging liggen dat ze makkelijk bestijgbaar bleef voor de machthebbers?

Een lezeres schreef mij laatst dat er onder atheïsten ook flink wordt gemoord. Precies mijn punt: kennisnemen van de Bijbel maakt niks uit. Er werd ook veel gedoopt onder ­Karel. Dat was veelal een kwestie van: of je stopt je kop in het doopvont of we slaan hem eraf. Ik haal dit uit Janet Nelsons biografie ‘King and Emperor: A New Life of Charlemagne’.

Op postkoloniale tenen trappen

Mijn tweede lachbui was van heel andere aard. Ik schreef mee aan een artikel in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Wij beschreven twee gevallen van euthanasie bij ­dementie. Een paar maanden nadat het tijdschrift was uitgekomen, ­kregen we een verzoek om het in het Engels te vertalen voor Annals of Community Medicine and Practice, een zogeheten ‘free access internet publication’. We vroegen een beetje rond bij redacties of iemand deze Annals of Community Medicine and Practice eigenlijk wel kende? Men had er nooit van gehoord, maar het klonk allemaal wel vertrouwd. Ik ging meteen aan de gang met de vertaling. Die heb ik eerst voorgelegd aan een collega. En aan nog een ­andere collega. En toen een paar ­dagen laten liggen, zodat ie ‘kon uitrijpen’, toen een laatste keer herzien en uiteindelijk ingeleverd.

Ja, het ging misschien wel om onze internationale doorbraak en dan wil je toch goed voor de dag komen. Wij snapten ook wel dat Oslo niet meteen zou bellen, maar toch, het was een stap. Ze deden daar ook aan een peerreview. De commentaren waren niet erg schokkend qua ­inhoud, maar wat mij wel opviel, was het opvallend beroerde Engels waarin een en ander gesteld was.

Dacht ik toen niet eh …?

Nee, ik dacht niks eigenlijk. Ik vond het ongepast en frikkerig om die mensen Engelse bijles te gaan geven. God weet op wat voor postkoloniale tenen ik zou gaan staan met mijn ouwe-witte-mannengedoe.

Wees nou maar blij dat ze je tekst überhaupt hebben geaccepteerd.

Dus ik zei maar niks.

Nog nooit zo goed betaald voor een artikel

De peerreviewers waren zeer beslist van mening dat we onze Nederlandse literatuurlijst moesten vermelden. Dat leek mij zinloos, omdat het internationale leespubliek, dat kennis ging nemen van onze unieke ervaring, natuurlijk geen woord Nederlands zou kunnen lezen.

Maar goed, we hebben de lijst braaf uitgetypt en aan het artikel gehangen. 

Vervolgens vroegen ze om een ‘abstract’, hetgeen betekent dat je je ­artikel in 150 woorden samenvat. Die hebben we ook ingeleverd.

Vervolgens kwam er een aankondiging van de publicatiedatum. En toen een invoice met een tekst die ik onmiddellijk uitprintte, om die later met de nodige bravoure aan mijn vrouw te kunnen laten zien. Ik was nog nooit zo goed betaald voor een artikel. Ik las het bedrag van 1893 USD oftewel, laten we niet flauw doen, 1700 euro.

Ik keek nog eens beter en las: manuscript handling chargesCharges? En iets verderop: transaction fee. Fee? U had het allang in de gaten, maar ik realiseerde mij pas op dat moment dat deze boeven mij van 1893 Amerikaanse dollars wilden ontdoen in plaats van ze aan mij te schenken.

Ik lachte niet meteen, maar even later des te harder.

Wat een sukkel.

Bert Keizer is filosoof en arts bij het Expertisecentrum EuthanasieVoor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden