Klein Verslag Wim Boevink

Mijn dochter gaat het huis uit

Mijn dochter gaat het huis uit. Ze is bijna twintig. Op de vloer van haar kamer liggen strak gevouwen stapeltjes kleding. Die doet ze straks in een grote tas.

Ze verhuist in stukjes en beetjes. Bij de Etos koopt ze wat toiletartikelen, zegt ze. Tandpasta, shampoo.

Bijna twintig jaar woonde ze onder ons dak. Onlangs vond ze via een vriendin een kamer in Amsterdam – bijna de enige manier om een kamer te vinden in Amsterdam.

Amsterdam is de stad waar ze met een studie is begonnen. Haar moeder kocht met haar een matras, beddegoed, een kleedje, een lamp. Een hangplantje op de vensterbank. Een knuffelhond. Haar matras ligt opgemaakt in haar nieuwe kamer, onbeslapen nog.

Nog niet

Achterin onze auto liggen nog de pallets voor onder dat matras, pallets die geschuurd en schoongemaakt moeten worden.

Je hebt nog niet over me geschreven, zei ze. Nee, zei ik. Nog niet, dacht ik.

Nog niet.

Ik was nog niet in haar nieuwe huis, haar nieuwe kamer. Ik zag er filmpjes van, zwiepend, schokkerig.

Vloeren, muren, openslaande deuren. Er is een kast in haar kamer.

Een huis voor vijf meiden.

Jonge merel

Ik moest aan die jonge merel denken die dit voorjaar voor onze voordeur zat. Hij verroerde zich niet, ook niet toen we dichterbij kwamen. Zo dichtbij dat de vogel zich liet aaien.

Ik dacht dat de vogel misschien gewond was en belde de dierenopvang. Die vertelde dat jonge merels uitvliegen en dan niet weten hoe het verder moet.

Toen we probeerden de vogel op te pakken, veerde hij ineens op en vloog weg, laag, over de straat naar de overkant en omhoog over de huizen.

Weg.

Toen we hoorden dat de kamer was gevonden, waren we blij voor haar. Haar jongere zus liet een traan. Haar moeder ook. Ik niet. Ik slikte iets weg.

Maar nu kijk ik naar die stapeltjes met kleding. Een grijze oktoberdag, op de rand van regen.

Mijn dochter gaat het huis uit.

Na twintig jaar.

Het is een goed nieuw huis, geloof ik. Het heeft centrale verwarming en twee badkamers en maar één van de wastafels is verstopt.

Het badhuis

Dat is vooruitgang. Mijn eerste kamer in Amsterdam was in 1978 een verdieping in de Kanaalstraat, die ik deelde met een vriend. Ik vond de verdieping via die vriend. Er was geen badkamer. Douchen deed je in het badhuis.

En voorin de kamer brandde ‘s winters een ronde grijze gaskachel van Pelgrim. Er was een tweede kachel naast het gasfornuis in de keuken.

Omdat de verdieping maar één kleine slaapkamer had, stond mijn bed (eenpersoons) in de woonkamer, niet ver van de Pelgrim. In de kamer lag donkerbruin hoogpolig tapijt. We wisten niet van welke huurder dat was geweest, maar we lieten het maar zo.

Ze zit op haar bed.

Ze heeft een lijstje gemaakt voor spullen van de Etos. Het is langer dan ik dacht. Make-upremover, wattenstaafjes, douchegel, conditioner, een tandenborstel en nog meer.

Basics.

En ze wil haar geboortekaartje mee.

Het eerste bewijs van haar bestaan, bijna twintig jaar geleden. En het begin van een loslaten. 

Met het oog van een antropoloog en de pen van een dichter doet Wim Boevink dagelijks verslag over de grote en kleine wereld om hem heen. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden