NaschriftMien de Rover

Mien met de mandoline (1936-2021) haalde haar plezier uit het geven

Dirk en Mien met nog jonge kinderen Beeld
Dirk en Mien met nog jonge kinderen

Zeventig jaar lang gaf Mien de Rover gitaar- en mandolineles. In coronatijd leerde ze online doceren. Iedereen had recht op muziekonderwijs, zei ze altijd.

Dat Mien op haar twaalfde longvliesontsteking kreeg en een jaar in bed moest liggen, zou bepalend worden voor haar verdere leven. Het was saai, zo’n hele dag liggen. Gelukkig stond haar bed in de woonkamer voor het raam en kon ze naar buiten kijken en fantaseren over figuren in de wolken en soms zwaaien naar de buurmeisjes die langsliepen. Elke dag kreeg ze biefstuk om beter te worden, haar jongere broertje en zusje hadden dat ook wel gewild, maar bij Mien kwam het op het laatst haar neus uit.

Het gezin woonde in bij opa in het Zuid-Hollandse dorp Giessendam. Hij speelde soms citer bij het bed van Mien, daar kon het zieke meisje erg van genieten. Zo kwamen haar ouders op het idee om Mien mandoline les aan huis te laten geven. Tijdens haar lessen met docent Jan Verdonk bleek snel dat Mien talent had. Zozeer dat hij haar op haar veertiende vroeg om af en toe voor hem in te vallen. Ze gaf les aan kinderen die soms even oud of zelfs ouder waren dan zij.

Door haar ziekte was haar opleiding op de huishoudschool in de kiem gesmoord. Zelf had ze graag willen doorleren, want dat ging haar goed af, dolgraag wilde ze juf worden. Haar meester op de lagere school had dit nog bepleit bij haar ouders, maar haar vader en moeder beslisten dat het iets praktisch moest worden; de huishoudschool. Toen ze daar zou beginnen werd ze ziek en daarna werd besloten dat Mien meteen aan het werk zou gaan want er was geld nodig. Ze werkte bij de slager, bij Jamin, ze deed huishoudelijk werk en gaf daarnaast de mandolinelessen. Een noeste werker was ze, dat was ze ook van jong af aan gewend.

Luiers wassen bij de buurvrouw

Het huis waar het gezin de Vos woonde, lag in een wijk waarin ook armere gezinnen woonden. Er was altijd wel een buur die schulden had of een groot gezin waar weer een baby was geboren. Door haar sociaal bewogen ouders werd ook Mien ingezet: ‘Ga jij even helpen luiers wassen bij de buurvrouw’. Thuis nam ze als oudste taken over omdat haar moeder in die tijd dikwijls ziek was.

Haar vader was metselaar en daarnaast penningmeester van de lokale christelijke vakbond CNV, later zou hij zichzelf omscholen tot verzekeringsagent. Hij was haar grote raadgever, een man die een groot vertrouwen stelde in zijn dochter. In de oorlogsjaren was er in het gezin zorg geweest dat hij tewerkgesteld zou moeten worden, die angst had Mien van haar vierde tot haar negende ook bij zich gedragen. Als kind pleegde zij haar eigen verzetsdaden door fietsbanden leeg te laten lopen van door de Duitsers gestolen fietsen.

Tijdens de Watersnoodramp van 1953, Mien was toen zeventien, kwam het huis waar ze woonden bij opa een meter onder water te staan. Daarom verhuisden ze voor een paar weken naar een tante van Mien.

Mien de Rover met mandoline, 16 jaar Beeld
Mien de Rover met mandoline, 16 jaar

Met haar mandoline, schaterlach en charismatische uitstraling lag Mien goed bij de jongens. De een beloofde haar een fiets als ze verkering met hem zou nemen, een ander zegde haar een brommer toe. De intelligente en charmante Dirk bood alleen zichzelf en met hem ging ze in zee. Mien kwam uit een hervormd nest en Dirk was gereformeerd. Mien streek dit bezwaar glad door toe te treden tot de gereformeerde kerk. Een ander obstakel was dat Mien haar gitaar- en mandolinelessen na het huwelijk niet wilde opgeven en evenmin haar dirigentschap van het door haar in 1958 opgerichte gitaar- en mandolineorkest de Plektrum Melodisten. Dirk ging daarmee akkoord, tegen de normen van die tijd in. ‘De club’, zoals Mien de Plektrum Melodisten altijd noemde, was haar kindje. Vanaf de oprichting was ze niet alleen dirigent, maar ook voorzitter, steeds werd ze opnieuw gekozen.

Muziekles voor iedereen

Rondom de oprichting van het orkest moest Mien een toespraak houden. Dat vond ze zo spannend dat ze naar haar vader ging om raad. ‘Oh, maar dat kun jij’, sprak hij vol overtuiging. Hij vroeg haar wat het belangrijkste was wat ze wilde zeggen en om dat te onthouden. Toen het zover was, vond Mien in haar jaszak een briefje waarop haar vader alle punten nog een keer had opgeschreven. Sinds die tijd moest Mien bij toespraken eerder worden afgeremd dan aangemoedigd. Haar dankwoorden na een optreden van het orkest waren befaamd. Ze improviseerde er lustig op los, strooide met grappen, groette mensen in de zaal die ze kende en kwam zo weer terecht op een heel nieuw onderwerp. Veel later, ze was al in de tachtig, zouden haar kleinzoons, die ook in het orkest speelden, halverwege haar toespraak een fauteuil naar haar toedragen, want ze was duidelijk voorlopig niet uitgepraat.

Mien en Dirk kregen drie kinderen: Dick, Theo en Daniëlle. Mien wilde bewijzen dat het haar prima afging: werken als muziekdocent, dirigeren bij het orkest, moeder zijn en het huishouden draaiende houden. Soms liep alles door elkaar heen. Haar leerlingen wisten dat er altijd een kind kon aankloppen en de kinderen, alle drie muzikaal, kregen veel mee van de lessen die aan huis werden gegeven. De keuken zat altijd vol met leerlingen en docenten die aten van de zelfgemaakte soep van Mien. Eten was een belangrijk sociaal onderdeel in haar leven en tegen kippenvlerkjes uit de frituur of een stuk gebak zei Mien nooit ‘nee’. De weekenden en zomervakanties bracht het gezin door op hun boot De Kooike. Dirk, die een scheepstimmerwerf had, had die laten bouwen en zelf betimmerd. Alle hoeken van de Brabantse Biesbosch werden verkend.

Mien de Rover op haar boot, De Kooike. Beeld
Mien de Rover op haar boot, De Kooike.

Mien was 39 toen haar vader overleed. Het dompelde haar onder in een diepe rouw, ’s nachts sliep ze nauwelijks. Uitgeput als ze was bleef ze onverminderd doorwerken. Zo was ze opgevoed en het bezig zijn zat ook in haar aard. Mien was een gever en uit het geven haalde ze zin. Langzaam kreeg ze weer plezier in het leven.

Begin jaren tachtig kochten Dirk en Mien een monumentaal pand in Hardinxveld-Giessendam met een grote tuin. In het oude pand werd een muziekschool gevestigd en in de tuin werd hun nieuwe woonhuis gebouwd. Er kwam een orgeldocent, een fluitist en langzaam stroomde de muziekschool vol muziekdisciplines en werden er tevens muziekinstrumenten verkocht. Mien bleef lesgeven en soep koken voor iedereen. Het sociale dat ze van huis uit had meegekregen resoneerde mee in haar werk. Zo vond ze dat iedereen recht had op muziekles, lessen moesten daarom altijd betaalbaar blijven.

Je best blijven doen in het leven

Ruim dertig jaar geleden werd Mien oma. Haar vijf kleinzoons kregen van haar allemaal gitaarles en haar enige kleindochter leerde ze spelen op de mandoline. Soms ging ze met haar kleinkinderen de natuur in. Dat de kinderen een halve boom mee terug naar huis wilden nemen, was prima, die ging gewoon mee in haar donkergroene Peugeot. Soms zaten er te veel kinderen in haar auto. ‘Bukken’, riep ze als de politie langsreed. Ook voeren de kleinkinderen mee op De Kooike waar ze oma in een roze badpak het water in zagen plonzen, gillend als ze in een pluk wier terechtkwam.

In 2009 overleed Dirk, onverwacht ondanks het feit dat hij al langere tijd niet in orde was. Het waren zware jaren vol zorg geweest voor Mien. Het jaar erna kreeg ze van de burgemeester de erepenning van de gemeente Hardinxveld-Giessendam, omdat ze al zestig jaar een belangrijke rol had gespeeld in de muzikale ontwikkeling van vele inwoners.

Ze miste Dirk, maar was ook dankbaar voor de dingen die het leven haar had gebracht. Nog steeds ging ze trouw naar de gereformeerde kerk, al klaagde ze weleens dat er in de kerken tegenwoordig te gemakkelijk werd gestrooid met genade. Je moet nog wel je best blijven doen in het leven, vond ze.

Mien de Rover geeft online les. Beeld
Mien de Rover geeft online les.

Vorig jaar kreeg Mien een achterkleindochter. Het werd op film gezet toen overgrootoma tokkelend op haar gitaar met hoge zuivere stem de baby toezong. Al deden haar benen pijn, werd haar zicht minder, ze bleef helder en genoot van haar familie, de Plektrum Melodisten en de muziekschool die ze nu runde met dochter Daniëlle. Op haar vierentachtigste had Mien nog vijfentwintig leerlingen onder haar vleugels.

Toen ze hen in coronatijd geen les meer kon geven, werd het leven minder leuk. Ze overwon haar weerzin van moderne technologie en oefende met haar dochter op het geven van Skype-lessen. Toen ze de smaak te pakken had, hoorde Daniëlle haar vanuit een andere ruimte in huis regelmatig schateren achter het scherm.

Het was een schok in de hele gemeente toen Mien werd getroffen door een hersenbloeding waaraan ze snel overleed. Tante Mien, die zeventig jaar lang meerdere generaties muziekles had gegeven was er immers altijd geweest, die zou nooit doodgaan.

Mien de Rover-de Vos werd geboren op 6 juni 1936 in Giessendam en overleed op 4 mei 2021 in Rotterdam.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden