null

InterviewHistoricus

Michael Ignatieff schreef een boek over troost: ‘Ik laat zien dat mensen niet alleen zijn als ze lijden’

Beeld Patrick Post

Waar vinden we troost in moeilijke tijden? Historicus Michael Ignatieff zocht het antwoord bij grote denkers, leiders en kunstenaars. ‘Troost is met iemand anders zijn, uit je eenzaamheid komen.’

Marije van Beek

Het begon allemaal met de Psalmen. De Canadese historicus, schrijver en oud-politicus Michael Ignatieff (1947) kreeg vier jaar geleden de vraag om in Utrecht een lezing te ­geven over rechtvaardigheid en politiek in dit bijbelboek. Die eerste twee onderwerpen waren voor hem vertrouwde materie, de psalmen waren dat niet. Maar eenmaal in het publiek, luisterend naar de koren, brachten de muziek en de woorden hem tot zijn eigen verbazing aan het huilen.

Hij vond troost in de oude joodse lof- en klaagliederen, al was hij daar niet naar op zoek, en is hij niet gelovig, schrijft Ignatieff. Dat raadsel probeert hij tot op de dag van vandaag te verklaren, met de gebrekkige kennis die we over de herkomst hebben. ‘Psalmen lezen is als wandelen tussen ruïnes, langs een afgebroken zuil, over een haardsteen met uithollingen van voetstappen erop.’

Wie is Michael Ignatieff?

Michael Ignatieff (1947) is een Canadese historicus, essayist, romanschrijver en voormalig politicus. Hij schreef achttien boeken, voornamelijk over democratie en mensenrechten. Hij was hoogleraar aan Harvard en is nu hoogleraar aan de Central European University in Wenen, waar hij ook woont.

En zoals je de aanwezigheid van metselaars haast kunt voelen tussen oude bouwwerken, zo kun je ook de aanwezigheid van de psalmisten nog voelen in de muziek, schrijft Ignatieff. We behoren met hen ‘tot een ­keten van zingeving die altijd geloof, samen met schoonheid, heeft behouden’.

Vervolgens begon hij zich af te vragen hoe de mens in de loop van de geschiedenis met hoop en wanhoop is omgegaan. Het resultaat is zijn boek Troost. Als licht in donkere tijden. Wat maakten grote denkers, leiders en kunstenaars uit het verleden mee? En wat hadden ze aan het paradigma van waaruit ze leefden, of dat nu de joodse of christelijke religie was, of het denken vanuit het stoïcisme, epicurisme of de Verlichting?

Het boek is zowel een aangename kennismaking met de mensen achter die welbekende namen, als een leesbare vogelvlucht door de Europese ideeëngeschiedenis. Met één groot gebrek: vrouwen komen amper aan bod.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Sores te over in de levensverhalen. Zo moest de Romeinse keizer Marcus Aurelius in de tweede eeuw op de slagvelden zien te overleven, tussen afgehakte hoofden en handen, in eindeloze gevechten met de barbaren. Als hij niet kon slapen, schreef hij zijn zielenroerselen van zich af in zijn memoires. Die bewaarde hij achter slot en grendel: als een hoveling ze zou vinden, zouden ze weleens tegen hem gebruikt kunnen worden.

Vaak kampten ze met lichamelijke kwalen: Michel de Montaigne had bijvoorbeeld last van nierstenen, en David Hume beklaagde zich over zijn spijsvertering.

Geestelijke worstelingen kenden ze ook: zo verliest advocaat en politicus Marcus Cicero zijn dochter, en Max Weber, die de geschiedenis in is gegaan als een van de grondleggers van de sociologie, had als twintiger een soort burn-out. Hij reisde doelloos rond door Europa, ­nadat hij zijn baan op had moeten geven.

Een van de moeilijkste dingen die Ignatieff zelf beleefde was dat zijn vader alleen in een ziekenhuis moest sterven. Hij kon het maar moeilijk aanzien dat veel mensen hetzelfde meemaakten in de afgelopen anderhalf jaar, maar dan vanwege de pandemie. “Het is zo’n gekke manier waarop de doden verdwijnen. Die aantallen zijn zo gigantisch. En de onzichtbaarheid ervan is erg verontrustend. Wereldwijd zijn we gewoon vijf miljoen mensen kwijtgeraakt.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

Uw boek komt wat dat betreft op een goed moment. Na dit jaar, waarin de pandemie lastig uit te roeien bleek, kan de mensheid wel wat troost gebruiken.

“Het is verschrikkelijk dat het zo goed uit blijkt te ­komen dat we in deze situatie zitten. Ik ben trouwens al voor covid aan het boek begonnen. Aanvankelijk vroegen mensen om me heen, als ze hoorden dat ik over troost ging schrijven, of er misschien iets met me aan de hand was. Maar nee, ik ben niet in de rouw. Ik ben een gelukkig man.

Het religieuze gebeuren om troost heen, dat is meer wat me drijft. Ik ben kapot van de pracht van religieuze taal, echt waar. Je ziet nu met covid dat we troost alleen in wetenschappelijke termen gieten. Want: de wetenschap krijgt ons hieruit. Aan de ene kant is dat zo, maar ik vind het interessant hoe onbevredigend dat vooralsnog is. We worden alsmaar weer door nieuwe virus­varianten getroffen. Aan het rouwen zijn we nog niet.

Misschien komt dat omdat we niet weten waar we troost moeten zoeken. De meeste mensen zijn namelijk niet religieus, en degenen die dat wel zijn, hebben ook een probleem, want hoe vind je troost in een plan van een god als dit alles er onderdeel van is? Maar ikzelf, als niet-religieuze wetenschapper, heb ook een probleem. Het feit dat er hoop is in de toekomst voor iemand anders, biedt namelijk geen troost aan iemand die net een vader of moeder of kind heeft verloren. Ik ben zelf ­iemand die in het verhaal van vooruitgang gelooft, maar het biedt me geen troost. Vanuit die gedachte begon ik aan mijn boek.”

Wat verstaat u onder een zinvol leven?

“Ik geloof niet in God, en ik zoek het antwoord op je vraag dus niet boven in de wolken, of in een hiernamaals, maar hier op aarde, in dit leven. Ik ben historicus, en alles bij elkaar opgeteld, denk ik dat we vooruitgang geboekt hebben in de geschiedenis. Maar maakt dat het leven ‘zinvol’? Geeft dat ook betekenis aan onze individuele levens? Nee, dat denk ik niet.

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

En toch geloof ik vurig dat ons individuele leven zin heeft: door de liefde, door werk. Mijn leven is tjokvol betekenis. In de eerste plaats ben ik een kind van mijn ouders. Toen zij overleden voelde het alsof ik in een toneelstuk speelde waarbij het publiek ontbrak. Een tijdlang was het alsof het allemaal geen zin meer had. Hoe ik het precies weer terugvond, kan ik niet meer achterhalen. Maar wat ik wel weet, is dat mijn leven diepe betekenis krijgt door de relaties die ik heb, met mijn kinderen, mijn vrouw, en mijn beste vrienden. In de zin dat het een constante verantwoordelijkheid is om voor die mensen te zijn wie ik voor hen wíl zijn. Ook mijn werk geeft mijn leven zin. Dat is genoeg. En dan gaan we op een ­gegeven moment natuurlijk dood, en dan vergeet iedereen alles weer.”

U schrijft: ‘Troost is alleen mogelijk als hoop mogelijk is, en hoop is alleen mogelijk als het leven zin heeft voor ons’. Zo krijgen mensen die het leven niet meer zien zitten nul op het rekest. Terwijl zij troost misschien wel het meeste nodig hebben.

“Ik wil heel, heel graag dat iemand die met de vraag van zelfdoding tobt, getroost wordt, en weer hoop en betekenis vindt. Maar dit zijn niet dingen die op bestelling te verkrijgen zijn. Wat er goed moet komen zit zo diep in de ziel. Van wat ik er om me heen van heb meegekregen, weet ik: je moet in alle gevallen proberen iets te doen voor iemand. Neem iemand in de armen, luister naar diegene. Maar maak niet de fout te denken dat jij het verschil kunt maken. Vaak is dat namelijk niet zo.

En ja, dit is me wel duidelijk geworden uit de levens die ik heb beschreven: er zijn ervaringen die ons troosteloos achterlaten. Dat is iets belangrijks over het leven dat we moeten begrijpen. Er zijn dingen die geen zin hebben. Er zijn kwetsuren die niet hersteld kunnen ­worden. Dus moeten we naar elkaar om zien, zo goed als we kunnen.”

Bij welke historische figuur vindt u zelf troost?

“Bij Gustav Mahler. Ik heb een speciale liefde voor zijn muziek, en zijn ontluisterende vermogen om míjn emoties tot uitdrukking te brengen. Iets geks wat ik over hem leerde, is wat hij zei over de Kindertotenlieder. Die muziekstukken hadden hem geholpen bij het verwerken van de dood van zijn broertjes en zusjes. Maar toen hij zelf een kind verloor, zijn dochter Marie, vertelde hij een vriend dat hij die muziek daarna nooit meer zou hebben kunnen schrijven. Dat leert je iets heel dieps over troost. Er gebeuren dingen waardoor we gewoon ontroostbaar zijn. En er zijn dingen waar geen woorden voor zijn, én geen muziek. Zelfs deze meester heeft dat zo ervaren.

null Beeld

Michael Ignatieff

Troost. Als licht in donkere tijden

Vert. Pon Ruiter en Nannie Plasman
Cossee; 336 blz. €27,50

Wat er met mij gebeurt als ik naar zijn muziek luister, kan ik niet goed in woorden uitdrukken. We zoeken vaak onze toevlucht tot woorden als we iemand willen troosten. En dan schieten woorden tekort. Ik ben zo ­geïnteresseerd in troost omdat troost je iets leert over wat woorden wel en niet kunnen doen. Als je bent met iemand die een dierbare verliest, dan is er niets wat je kunt zeggen. Je kunt het niet beter maken voor ze, je kunt alleen maar bij ze gaan zitten.”

Dat is wel een ingewikkeld gegeven, voor een schrijver over troost.

“Michel de Montaigne, een van de grootste denkers van zijn tijd, zegt hier iets zinnigs over. Hoe lief hij zijn boeken ook heeft: als hij oud is, aan nierstenen lijdt, en zijn vrouw niet meer echt om hem geeft, dan zet hij ze juist weg. Hij zegt: ‘Ja, boeken kunnen je troosten. Maar niet als je geen vrede maakt met je eigen leven’.

Op mijn moeilijkste momenten wilde ik ook geen boek. Trouwens: mijn boek is géén zelfhulpboek. Ik zit niet in de gelukshandel. Er zijn wel mensen die zeggen dat mijn boek troostend is voor ze, en dat raakt me. Maar die uitkomst kan ik niet beloven. Het enige wat ik kan doen is mensen laten zien dat ze niet alleen zijn als ze lijden, aan de hand van voorbeelden uit de geschiedenis.

Troost is met iemand anders zijn, uit je eenzaamheid komen. Al kon je sinds het begin van de pandemie weinig in dezelfde ruimte met iemand zijn, je kon in plaats daarvan gelukkig nog wel tijd met mensen doorbrengen: zo heb ik veel gebeld met mijn broer en met mijn dochter. En ook met de doden kunnen we in zekere zin nog zijn. Degenen die grootse werken achterlieten, kunnen ons nog troosten. Mahler is al dood sinds 1911, maar je hoeft maar op de knop te drukken, en hij is daar.”

Lees ook:

Michael Ignatieff: ‘Vroeger was het slechter dan nu’

De wereld is niet wat we er na 1989 van verwachtten, zegt Michael Ignatieff, maar dat betekent niet dat alles verloren is. ‘Wij in het Westen hebben een geweldig verhaal.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden