NaschriftHubert Fermina (1948-2022)

Met humor en charme wist oud-Kamerlid Hubert Fermina velen te raken

Hubert Fermina in 2019. Beeld Merlijn Doomernik
Hubert Fermina in 2019.Beeld Merlijn Doomernik

Hubert Fermina richtte zijn leven in met kleur, diversiteit en variatie. Zijn missie was betekenis geven aan anderen. Dat deed hij niet alleen als politicus voor D66, maar vooral ook in zijn privéleven. Hij had een hekel aan hokjesdenken.

Dana Ploeger

Iemand een etiket opplakken deed Hubert nooit. Anderen wel veelvuldig bij hem: zo was hij het eerste Tweede Kamerlid met Antilliaanse roots. Maar ook een man die trouwde met een vrouw, daarna veertig jaar samenleefde met een man, maar nooit openlijk homoseksueel was. Wat Hubert niet wilde delen, vertelde hij gewoonweg niet.

Zo wisten maar weinigen dat hij een vertrouweling was van toenmalig koningin Beatrix over Antilliaanse zaken. Hij zou er nooit iets over loslaten. Diezelfde vertrouwelijkheid troffen ook gedetineerden in de penitentiaire inrichting in Lelystad, waar hij als toezichthouder vaak een-op-een met hen sprak. Hubert keek naar het verhaal achter de mens. Ineens zat zijn postbode in de vriendenkring, met wie hij de liefde voor kunst deelde. De bovenste verdieping van hun moderne torentjeshuis in Amersfoort richtte hij in als Hubertmuseum. Een eenheid in de kunstwerken kon je er niet in ontdekken; hij kocht alleen iets als hij een connectie voelde met de kunstenaar.

Zijn levensmissie was betekenis geven aan anderen, vertelde hij eerder aan Trouw. Dat op de rouwkaart zijn twee petekinderen, een aangenomen kind en een pleegkind vermeld staan, past daar mooi bij. Allemaal kinderen die op een of andere manier in hun leven een vaderfiguur misten en bij Hubert en zijn partner Izaak de Bruijne vaderlijke liefde vonden. Ze droegen hun gay dads op handen.

Hubert Fermina in de jaren zeventig in Scheveningen. Beeld
Hubert Fermina in de jaren zeventig in Scheveningen.Beeld

Hubert had nooit kunnen bevroeden dat zijn leven zo rijkgeschakeerd zou worden, zijn toekomst ligt al vrij vroeg vast. Hij groeit op in een middenklassengezin in Groot Kwartier op Curaçao. Zijn vrome, zachtaardige moeder ontdekt al snel dat Hubert anders is. Zijn strenge machovader, werkzaam voor Shell, ziet in zijn zoon vooral te weinig mannelijkheid. Hubert speelt niet graag buiten met de andere kinderen, hij is serieus en leergierig. Stoeien met zijn drie broers doet hij amper, hij trekt vooral op met zijn oudere zus Frida. Ook Ivetta is vaak bij hen thuis, een buitenkind van zijn vader, al hoort hij pas als volwassene dat zij een halfzus is. Op het eiland blijft veel onbesproken.

Op school zit hij vooraan in de klas en al snel wordt hij misdienaar. Voorbestemd om de eerste zwarte bisschop van de Antillen te worden, volgens zijn moeder. Hij ontpopt zich tot heilig boontje dat gerust zijn broers verklikt. Als achtjarige gaat hij bij de pastoor wonen: een bevoorrechte positie. Dat zet kwaad bloed bij buurtgenoten, want Hubert mag wel snoepen van de mango’s uit diens tuin, maar op de anderen wordt de hond afgestuurd. “Ik wentelde me in alle verwennerij”, zei hij later.

Prinsjesgedrag

Hij is elf jaar als hij verhuist naar het kleinseminarie van de dominicaanse paters. Dat door die opleiding geen cent overblijft om zijn broers en zus te laten studeren, heeft hij nog niet door. Terwijl hij op het strand voor de witte, gegoede burgers ligt, zoekt zijn familie een plekje op een ander, afgesloten deel. Zijn prinsjesgedrag blijft altijd de kop opsteken.

Op zijn 21ste vertrekt hij naar Nederland om naar het grootseminarie in Nijmegen te gaan, al begint het priesterschap hem afkeer in te boezemen. Maar zijn moeder zal hij nooit teleurstellen. Het is prettig dat ze zo ver weg zit, dat geeft hem ruimte zijn eigen pad te volgen. Hij gaat aan de slag als B-verpleegkundige bij psychiatrisch centrum St. Willibrord; het komt goed uit dat hij daar ook broeder wordt genoemd.

De psychiatrie bevalt hem niet, maar de gehandicaptenzorg en later het maatschappelijk werk wel en daar ontmoet hij Ria, met wie hij trouwt in 1977. Zij zijn verschillend, hij rijdt een dikke auto en zij richt hun huis in met tweedehandsspullen, toch vullen ze elkaar goed aan.

Hubert Fermina. Beeld Merlijn Doomernik
Hubert Fermina.Beeld Merlijn Doomernik

Als ze op een avond naar een tentoonstelling rijden, worden ze aangereden door een automobilist die door een rood licht rijdt. Na enkele weken wordt duidelijk dat Ria niet zal herstellen en moet hij de moeilijkste beslissing uit zijn leven nemen: de beademing stilzetten. Zij is dan 27 jaar. Hij houdt zijn hele leven contact met haar familie. Haar dood is een keerpunt: wat voor bedoeling heeft God met mijn leven, vraagt hij zich af. Het wordt de bron van zijn drijfveer iets te willen betekenen voor anderen.

Omdat hij merkt dat hij in de zorg van binnenuit te weinig kan bewerkstelligen, gaat hij de politiek in. Voor D66 is hij raadslid in Lelystad, daarna Statenlid in Zuid-Holland, wethouder in Dordrecht en tot slot Tweede Kamerlid. Zijn mooiste baan vindt hij het wethouderschap, waar zijn deur voor iedereen openstaat en hij voor bewoners in armoede het nodige betekent. Den Haag bevalt hem minder en in 1998 staat hij op een onverkiesbare plaats. Hij moet dan erkennen dat hij geen politiek dier is.

Huberts levensmissie komt beter tot zijn recht als directeur van het Landelijk Bureau Racismebestrijding. Het gaat hem nooit om kleur, altijd om acceptatie. Hij is wars van het pamperen van migranten. In overleggen staat hij bekend om zijn innemendheid en scherpe analyses; hij smeert geen stroop om de mond. Hij zegt rustig tegen iemand die te veel aandacht vraagt: “Praten kun je al, nu nog leren luisteren”. Met humor en charme bereikt hij veel: hij geeft iemand met wie hij in overleg gaat doelbewust eerst een complimentje. Het is lastig om met Hubert ruzie te krijgen. Hij geeft je altijd het gevoel dat je ertoe doet, dat jij het middelpunt bent. Een verbinder pur sang.

Geen zwarte homoseksuele burgemeester

In 2000 solliciteert hij als burgemeester in Zoeterwoude-Rijndijk, maar als ze ontdekken dat hij samenleeft met een man, gaat de baan niet door. Een zwarte homoseksuele burgemeester is te veel van het goede. Pas de laatste jaren komt Hubert openlijk uit voor zijn geaardheid. Zijn partner stelt hij tot dan bij officiële gelegenheden voor als ‘een vriend’, iets wat Izaak, die openlijk gay is, weleens steekt. Wellicht zit Huberts afkomst hem dwars. Op de Antillen is homoseksualiteit minder geaccepteerd. Hij blijft altijd rekening houden met de gemoederen op het eiland.

Hubert Fermina met zijn partner Izaak de Bruijne. Beeld
Hubert Fermina met zijn partner Izaak de Bruijne.Beeld

Nadat hij zich terugtrekt uit het publieke leven wordt hij bestuurlijk actief bij legio clubs en organisaties: altijd is hij direct de voorzitter. Of het nu bij de lokale atletiekclub, zijn PKN-gemeente of stichting Sokpo voor dove kinderen in Ghana is. Ook heeft hij een eigen adviesbureau: Binden en bouwen. Hij blust graag binnenbrandjes en bereikt veel met zijn immense netwerk en gunfactor. Hij neemt altijd het voortouw, maar laat vervolgens iedereen voor hem werken. Een zwak punt is zijn slordigheid, zijn adressenbestand is een chaos.

Hij blijft een prinsje, die rijdt in een Saab cabrio en als vanzelfsprekend zijn koffers laat dragen. Gelukkig is daar altijd Izaak, die hem ontnuchterend de stofzuiger in de hand drukt. De twee reizen veel, vooral naar Ghana, het land van zijn oorspronkelijke roots. Ze nemen de jonge Jerry onder hun vleugels. Zo raakt Hubert diverse levens aan en heeft voor mensen waar nodig een kruiwagen, liefst vol liefde.

Een dikke 9

Zijn gezondheid speelt hem steeds meer parten, naast diabetes doorstaat hij meerdere kankerepisodes. De laatste jaren heeft hij veel tijd om na te denken en blikt hij terug op zijn leven in zijn autobiografie Mijn waarheid. ‘Alles wat nooit meer goed leek te komen, kwam toch op zijn pootjes terecht’, schrijft hij daarin. Zijn leven geeft hij een dikke 9.

Spijt heeft hij niet. Al had hij wellicht wel meer voor zijn eiland kunnen betekenen en hij erkent ook dat hij eerder voor zijn homoseksualiteit had kunnen uitkomen. Voor Izaak. De man die op het eerste gezicht zo anders is, maar juist zo treffend bij hem past. Maar zoals het bij Hubert werkt: hij weet hoeveel hij van Izaak houdt, dat hoeft niet openlijk gezegd.

Hubert ondergaat meerdere oncologische behandelingen en blijft hoop houden. Op Koningsdag hoort hij dat hij is uitbehandeld. Angst voor de dood heeft hij niet, wel is hij bang alleen te sterven. En hij heeft nog twee wensen: voor de laatste keer jarig zijn en de ziekenzalving ontvangen. Allebei gebeuren op 9 mei. Zijn laatste dagen is hij geen moment alleen. De petekinderen, zijn zussen, enkele vrienden en Izaak zitten afwisselend naast hem. Passend sterft hij in verbinding met de mensen van wie hij houdt.

Hubert Geronimo Fermina werd geboren op 9 mei 1948 en stierf op 21 mei 2022 in Amersfoort.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden