Wil Kuijpers speurt naar restanten van het verleden met zijn metaaldetector.

ReportageSchatzoekers

Met een metaaldetector op zoek naar een schatten uit het verleden: ‘Wat komt er dit keer uit de grond?’

Wil Kuijpers speurt naar restanten van het verleden met zijn metaaldetector.Beeld Hanne van der Woude

Elke ‘zwaai’ is spannend voor de ­detectoramateur, die hoopt op een Romeinse mantelspeld of een lepel uit de zeventiende eeuw. ‘Na al die jaren ga ik nog uit m’n dak als ik een munt uit de oudheid vind.’

Het Kastanjedal in Beek, bij Nijmegen, is populair onder wandelaars. Ook op deze koele zomerdag is het druk op de wandelpaden, die voeren over de stuwwal en prachtige doorkijkjes geven op de lager gelegen Ooijpolder. Maar Nijmegenaar Paul Schurink (61) heeft uitsluitend oog voor de bodem naast de paden. Aandachtig kijkt hij tussen de kastanjebomen.

“De Romeinen liepen hier, dat staat buiten kijf”, mompelt hij. Aan zijn arm hangt een metaaldetector, die hij naar voren zwaait en dan met vloeiende bewegingen net boven de grond heen en weer zwiept. Het apparaat geeft krakende geluidjes. “Dat duidt op rotzooi”, legt Schurink uit. “IJzer, moertjes, troep. Niet interessant.”

Wat ik zoek is een mooie sinus

Waar de metaaldetectoramateur enthousiast van wordt, is geluid dat wijst op metalen als koper, zilver, brons of goud en dus mogelijk op Romeinse munten, mantelspelden of − wie weet – een helm. “Wat ik zoek, is een mooie sinus: een piep die langzaam opkomt, harder wordt en wegsterft.” Een geluid dat hij onmiddellijk herkent na twintig jaar zoeken met een detector. Bovendien heeft Schurink, als aan het conservatorium afgestudeerde jazzmuzikant, een ‘zeer geoefend oor’. Na een kwartiertje zwiepen is het raak: een fraaie ‘sinus’ klinkt uit de detector. De serieuze blik verdwijnt van Schurinks gezicht. Een glimlach breekt door, met pretoogjes kijkt hij op. “Misschien pak ik vandaag wel een munt.”

In Nederland zijn 8000 tot 10.000 metaaldetectoramateurs, schat Jos Bazelmans (58), hoofd archeologie bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze hobbyisten hebben zeker niet allemaal dezelfde motivatie om met een detector op pad te gaan, vertelt hij.

Veruit de grootste groep amateurs bestaat volgens de archeoloog uit ‘impulsaankopers’: een vader die online voor z’n zoontje − en stiekem voor zichzelf − een detector koopt, en samen met hem het nabijgelegen speeltuintje omploegt. Dit aantal nam gedurende de lockdowns sterk toe (zie kader). Bazelmans:“Mensen die denken binnen een paar uurtjes piepen een schat te vinden, maar thuiskomen met troep.” Met passie voor het ‘ambacht van het detectorzoeken’ heeft dit niks te maken, vindt de archeoloog. “Na een paar teleurstellende tochtjes is de lol er vanaf en belandt de detector achterin de schuur.”

Pieperaars op zoek naar militaria

Een andere grote groep detectoramateurs, of ‘pieperaars’, zoals Bazelmans ze noemt, is op zoek naar oorlogsmateriaal. Serge Boelhouwers (44) was zo’n amateur. Hij kocht zijn eerste detector drie jaar geleden vanwege zijn ‘diepe fascinatie’ voor de Tweede Wereldoorlog. “Het ging mij eerst gewoon om de kick om iets uit de oorlog te vinden. Daarna werd het verzameldrift, ik wilde per se bepaalde collecties vol maken.” Boelhouwers lacht. “Eigenlijk was ik verslaafd.”

In Nederland zit je geramd als je militaria zoekt, vertelt hij. “Er is een aantal hotspots, kuilen waar na de oorlog wapentuig in is gegooid. Het is streng verboden om daar te zoeken, maar dat doe je dan toch. En als je dan precies die ontbrekende kogel van de Duitse Wehrmacht vindt, dan voelt dat als het winnen van de jackpot.” Oog voor de gevaren had Boelhouwers niet. “Dat inzicht kwam pas toen ik met m’n schep midden in een landmijn zat. Het ding stond niet op scherp, anders was ik er geweest.” Boelhouwers zoekt nu alleen nog objecten van voor de wereldoorlogen. “Eigenlijk is de spanning hetzelfde, alleen loop ik nu veel minder gevaar.”

Metaaldetectoramateurs die zoeken naar oorlogsmateriaal: voor archeoloog Jos Bazelmans zijn het ‘roofgravers’. Uiteraard zijn er uitzonderingen, zoals amateurs die met toestemming speuren naar vliegtuigwrakken uit de Tweede Wereldoorlog, zodat nabestaanden afscheid kunnen nemen van een omgekomen piloot of boordschutter. Maar verder zijn roofgravers alleen maar tot last, vindt hij.

De kick van de archeologie

“Op zoek naar militaria piepen mensen ook op archeologische monumenten, terwijl dit strikt verboden is, en vernielen ze vindplaatsen, waar archeologen onderzoek willen doen.” Bazelmans noemt Heumen, bij Nijmegen, als voorbeeld. “Daar zijn twee pieperaars, zoekend naar oorlogstuig, gestuit op een uitzonderlijk Keltisch graf uit de vijfde eeuw voor Christus. Met het omploegen van het graf hebben zij de archeologische context vernield en het verpest voor de wetenschap.” Naar de daders loopt een strafrechtelijk onderzoek.

Tot 2016 was metaaldetectie in heel Nederland officieel verboden, maar het werd gedoogd. Nu geldt een verbod in circa 13 procent van de gemeenten en in tal van (natuur)gebieden, onder meer van Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten. Detecteren op andere plekken mag alleen na toestemming van de eigenaar en graven is alleen toegestaan tot 30 centimeter diep. Daarnaast moeten vondsten verplicht worden gemeld bij de minister, in de praktijk is dat bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed of Portable Antiquities of the Netherlands, dat de voorwerpen voor de wetenschap documenteert en online publiceert.

De detectoramateurs die hun vondsten netjes aanmelden, schat archeoloog Bazelmans op ongeveer duizend. “Dit zijn vaak die-hards: geoefende deskundigen die al jaren piepen. Zij hebben veel belangrijke vondsten gedaan, waarmee ze een grote bijdrage aan de wetenschap hebben geleverd.” Detectieamateurs vonden onder meer tweehonderd munten in het Brabanste Sint-Michielsgestel. De hypothese is dat hier eeuwenlang een ‘voorde’ was, een plek waar mensen een rivier overstaken en als dank voor het veilig passeren een munt in het water gooiden.

De passie van deze amateurs is vergelijkbaar met de passie van archeologen voor hun werk, zegt Bazelmans. “De kick van de archeologie is dat je de eerste bent die iets vindt dat honderden, duizenden jaren verborgen is gebleven. Elk object dat boven komt, vertelt een verhaal, waardoor de historie tot leven komt.”

Ik stond met trillende handen in het veld

Herkenbaar, zegt metaaldetectoramateur Kees Leenheer (69), die al 35 jaar piept. “De eerste keer dat ik een Romeinse munt vond, stond ik met trillende handen in het veld. Het besef dat een Romeinse soldaat dit als laatste vasthield, geeft een heel bijzonder gevoel.” Zelfs na al die jaren is elke tocht met de detector spannend, zegt Leenheer. “En als ik een Romeinse munt opgraaf, ga ik nog steeds uit m’n dak. Dat object is niks waard, misschien een paar tientjes, maar voor mij heeft het een grote emotionele en historische waarde.”

In het Beekse Kastanjedal graaft Paul Schurink een gat waar zijn detector een sinus liet horen. Met zijn handen gaat hij door de hoopjes zand tot een langwerpig, metalen voorwerp tevoorschijn komt. “Het lijkt op een kogelhuls, maar dat is het niet.” Thuis in Nijmegen spoelt Schurink zijn vondst onder de kraan af. Teleurgesteld draait hij het object tussen duim en wijsvinger. “Een stuk opgerold aluminium, waardeloos.”

Uit een kastje pakt Schurink een plastic schroevendoosje gevuld met munten, mantelspeld en broches. “Dit is een van m’n mooiste vondsten: een munt van ­Varus, een Romeinse generaal die diende onder keizer Augustus. Gevonden op het Kops Plateau in Nijmegen, waar de Romeinen ooit een vesting hadden. Weet je hoe dat plateau wordt genoemd? De Nachtwacht van Nijmegen, maar dan onder de grond. En dat bijna in m’n achtertuin. Ongelooflijk, toch?”

Veel meer pieperamateurs in coronatijd

Door de lockdowns nam het aantal metaaldetectoramateurs tijdelijk sterk toe, zegt Floris Hoefakker, boswachter in West-Brabant. “Ik zag er veel meer dan daarvoor in m’n gebied, ook al is het verboden op terrein van Staatsbosbeheer. En het waren niet alleen maar nette mensen. Ze gingen van de paden af, het bos in waar wild ligt te rusten, en trapten planten plat. Ik trof gaten aan, soms met gevonden oorlogsmunitie erin of ernaast. Levensgevaarlijk. En tijdrovend.” De boswachter moest geregeld de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) inschakelen.

De EOD is de afgelopen anderhalf jaar inderdaad veel drukker geweest dan normaal met door detectoramateurs gevonden explosieven. In 2019 kreeg de dienst 81 meldingen binnen, in 2021 waren dat er medio augustus al 390.

“De lockdowns speelden zeker een rol”, zegt majoor Peter (geen achternaam uit veiligheidsoverwegingen) van de EOD. Opvallend is dat vooral veel kinderen afgelopen periode explosieven vonden. “Jongens die van hun ouders een metaaldetector hebben gekregen, een hand- of mortiergranaat vinden en dan mee naar huis nemen. Niet verstandig. Een explosief altijd laten liggen en de politie bellen.”

Nu de lockdowns ten einde zijn, neemt ook het aantal detectoramateurs in de natuur weer af. “De hype is voorbij, de natuur kan weer tot rust komen”, aldus boswachter Hoefakker.

Sven Rodenburg Beeld Hanne van der Woude
Sven RodenburgBeeld Hanne van der Woude

Sven Rodenburg (13), middelbare scholier, en zijn moeder Gerdien Blom (51), werkzaam in de glastuinbouw, uit Alphen aan den Rijn zoeken elk weekend met de metaaldetector.

‘Het is altijd een verrassing wat je uit de grond haalt’

“Toen ik zes jaar was, zag ik iemand met een metaaldetector lopen en dat vond ik zo interessant, dat ik er ook een wilde voor m’n verjaardag”, vertelt Sven. Gerdien: “Nadat Sven een detector van mij had gekregen, ging ik elk weekend met hem mee zoeken naar metaal. Detectie was leuker dan verwacht, dus heb ik er ook een voor mezelf gekocht. Nu gaan we samen een of twee keer per weekend naar een weiland of speelveldje. Soms gaat m’n dochter Demi (18) ook mee. Gezellig, van negen uur in de ochtend tot zes uur ’s avonds. Koffie en broodjes mee voor de lunch.”

Sven: “We gaan ook naar zoekdagen, waar honderd metaaldetectoramateurs met z’n allen een akker doorzoeken. En van onze zoektochten maak ik ook filmpjes, die ik als Svens Metaaldetectie op YouTube zet. Ik vind het liefst oude spulletjes. Als m’n detector een mooi geluid geeft, hoop ik altijd dat het een gouden of zilveren munt is, uit de middeleeuwen of van de Romeinen.”

De vondsten van Rodenburg en zijn moeder na een middag ‘pieperen’.  Beeld Hanne van der Woude
De vondsten van Rodenburg en zijn moeder na een middag ‘pieperen’.Beeld Hanne van der Woude

Gerdien: “Het is altijd weer een verrassing wat je uit de grond haalt”. Sven: “Meestal is het troep, spijkers, blikjes, ijzer. Maar dat hoort erbij. Als ik iets interessants vind, ga ik fantaseren: wat is dit, van wie was dit ooit, hoe komt het hier?”

In de afgelopen zes jaar hebben ze best veel gevonden, zegt Sven: “Muntjes en lepels uit de zeventiende en achttiende eeuw, kaarsvetstempels en kinderspeelgoed. Veel daarvan ligt in de vitrinekast in de woonkamer. M’n mooiste vondst is een zilveren munt uit 1528.” Gerdien: “Die van mij een spinlood van een spinnewiel uit de periode 1300-1600. Sven heeft ook nog een gouden ketting gevonden.”

Sven: “Ja, maar die was maar twee jaar oud. Toch gaaf. In een parkje heb ik ook een zilveren trouwring gevonden, met trouwdatum. Via Facebook heb ik de eigenaar gevonden. Blij dat ie was.”

Pascal Winter en Randy Bloemhof Beeld Hanne van der Woude
Pascal Winter en Randy BloemhofBeeld Hanne van der Woude

Detectoramateurs Pascal Winter (33) uit IJsselmuiden en Randy Bloemhof (25) uit Kampen, operators bij een betonfabriek, gaan meerdere keren per week samen op pad.

‘Op mijn bucketlist staat een kanonskogel’

“Nee, op militaria zoeken we niet”, vertelt Randy. “Dat hebben we wel ’s geprobeerd, maar dat bleek te spannend voor ons, toch Pascal?” Pascal: “Voor je het weet, lig je twintig meter verderop, haha.” Randy: “Op m’n bucketlist staat nog wel een kanonskogel uit de vijftiende of zestiende eeuw, maar die zijn niet gevaarlijk, die spanning kan ik wel hebben.”

Pascal: “Zes jaar geleden raakten Randy en ik op het werk in gesprek over metaaldetectie. Randy had een detector, ik een vismagneet, waarmee ik in het water zocht naar metaal. Nadat ik een keer met Randy mee was geweest, heb ik ook een detector gekocht en sindsdien rijden we elk weekend het land door.” Randy: “We doen altijd vooronderzoek, bekijken oude topografische kaarten, luchtfoto’s en radarbeelden op internet. Dan weten we ongeveer waar we moeten zoeken.”

Randy Bloemhof vond onder meer deze ring. Beeld Hanne van der Woude
Randy Bloemhof vond onder meer deze ring.Beeld Hanne van der Woude

Ze zijn beiden ‘van de geschiedenis’, zegt Randy. “Er is niets leukers dan een stukje historie uit de grond halen en dan uitzoeken uit welke tijd het komt. Met een handelaarsring met familiewapen uit circa 1400, mijn mooiste vondst, ga ik nu kerken af op zoek naar grafstenen met dat wapen.” Pascal: “Ik probeer de geschiedenis van een opgepiepte 18-karaats gouden ring uit de zeventiende eeuw te achterhalen. Lastig, want er staat niks op.”

Randy: “Metaaldetectie is voor ons spannend − wat komt er dit keer uit de grond? − maar ook gewoon lol hebben, lekker buiten bezig zijn, een beetje socializen met andere amateurs.” Pascal: “En we delen onze hobby op YouTube. Elke week plaatsen we een filmpje.” Randy: “Het aantal volgers van Pascaliber Metaaldetectie, zoals we ons noemen, schiet omhoog. Het zijn er al 870, voornamelijk detectoramateurs, die best enthousiast zijn over de filmpjes, hè Pascal?” ­Pascal, lachend: “Volgens de ­reacties op YouTube zijn we een dynamisch duo”.

Wil Kuijpers Beeld Hanne van der Woude
Wil KuijpersBeeld Hanne van der Woude

Wil Kuijpers (71) uit Babberich, gepensioneerd opleidingsadviseur gezondheidszorg, is al 45 jaar metaaldetectoramateur.

‘Ik werd uitgelachen toen ik jaren geleden begon’

“In 1976 las ik een artikel in Nieuwe Revu over een apparaat waarmee je metaal in de grond kon vinden, een metaaldetector. Fascinerend vond ik dat. Dat wilde ik wel, zo’n gadget. Metaaldetectie was volstrekt onbekend in Nederland, dus als ik met die detector stond te zwaaien, lachten mensen me uit: ben je wormen aan het zoeken?

De eerste jaren heb ik vooral gezocht in Bunnik, op een stortplaats van grond die van de verbreding van de A12 kwam. Ik had een grote interesse in de Romeinse tijd en als je dan op zo’n plek Romeinse munten en kledingspelden vindt. Prachtig!

Wil Kuijpers duikelde onder meer dit ornament op. Beeld Hanne van der Woude
Wil Kuijpers duikelde onder meer dit ornament op.Beeld Hanne van der Woude

In 1978 deed ik op die stortplaats m’n allermooiste vondst: een Romeins ruitermasker. Een compleet, gaaf masker dat zo de vitrinekast in kon. Ik had het gevoel dat de tijd stilstond. Dat komt binnen hoor, zo’n prachtig geschenk uit het verleden. Het masker ligt nu in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.

Inmiddels zoek ik al jaren langs de Gelderse rivieroevers, van Spijk tot Wijk bij Duurstede, waar de grens van het Romeinse Rijk liep: de Limes. En ik ben m’n hobby gaandeweg wetenschappelijker gaan aanpakken. Vondsten en vindplaatsen onderzoek ik zoals een archeoloog zou doen. Ik ben erover gaan schrijven, heb wetenschappelijk gepubliceerd. Uit een van m’n onderzoeken is bijvoorbeeld gebleken dat in natuurgebied de Loowaard, bij Duiven, een castellum − Romeins fort − heeft gestaan.

Ik schrijf nu meer dan ik zoek, maar ik ben nog altijd een paar keer per week met de detector op pad. Het blijft spannend, elke zwaai weer. Geeft de detector een mooie piep, dan zorgt dat altijd voor een zekere opwinding, want je weet nooit wat er naar boven komt.”

Lees ook:

Geschiedenisfanaten met metaaldetectors vinden al anderhalf miljoen objecten voor het British Museum

Het wereldberoemde British Museum moet toegeven: amateurs met metaaldetectoren hebben hun kijk op de geschiedenis van de Britse eilanden voorgoed veranderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden