ColumnRosita Steenbeek

Met de zelfscankassa wordt het niet gezelliger in de winkel

Bij de Etos op Amsterdam Centraal koop ik haarspeldjes en ­vitamine D. Verder is er niemand, zelfs geen kassabediende. Die blijkt niet nodig, want er is een zelfscankassa. Na de piep schuif ik mijn pasje in de betaalautomaat, maar het ding ­reageert niet.

“Andere kant”, klinkt een luide stem.

Ik kijk om en zie het hoofd van een vrouw boven de kast met shampoo. Dan pas ontdek ik dat er aan de andere kant van de scanner nog een betaalautomaat is.

“Het wordt er niet gezelliger op”, zeg ik.
“Zeg dat wel”, reageert de vrouw met een grimmige uitdrukking op haar gezicht. “Ik vind er niks meer aan.”

Ze komt naar me toe.

“Mensen groeten niet eens meer.”
“Ook niet wanneer u dat doet?”
“Tachtig procent reageert niet. Men klaagt over eenzaamheid en opgesloten zitten, maar elkaar groeten, ho maar.”

Ik vertel dat ik mijn boodschappen voornamelijk haal in kleine winkels, waar ik de mensen ken. Zij ook, zij doet haar inkopen het liefst bij de boerderij.

Sinds het begin van de pandemie probeer ik supermarkten en ketens nog meer te vermijden dan daarvoor om kleine winkels te steunen en ook omdat het gezelliger is. In Rome koop ik brood bij Dino, die ik regelmatig tegenkom in een naburige bar waar hij bij de espresso vertelt hoe zeer hij hoopt dat zijn weggelopen vrouw terugkeert.

Groente en fruit haal ik in het Groenteparadijs, in een soort grot

Groente en fruit haal ik bij Pino en ­Palma, die kort voordat de pandemie uitbrak hun ‘Groenteparadijs’ openden in een soort grot aan de Piazza del Paradiso. Ik werd verleid door de entree, waar pompoenen en reusachtige gele vruchten van de sukadeboom lagen uitgestald op Romeinse zuilen en lange strengen felrode peperoncino de deurposten sierden.

We kregen een band, mede door de barre tijden die we doormaakten. Pino en Palma verhuisden in hun jonge jaren van Apulië naar Rome, plukten in de velden rond de stad wilde rucola, die ze schoonmaakten en in kleine bosjes met een touwtje eromheen verkochten aan restaurants. Het werd een rage.

Nu verkopen ze groente en fruit uit Apulië.

Ciao Rosita”, klinkt het hartelijk wanneer ik binnenstap. Ciao Palma, ciao Pino.”

Ze proberen de moed erin te houden, maar delen hun zorgen. De duizend artisjokken, die restaurants hadden besteld voor de feestdagen hoefden op het laatste moment niet te worden geleverd vanwege de plotselinge lockdown. In december lagen er tussen de druiven Apulische koeken die met de jaarwisseling gegeten worden en die ik meenam voor mijn moeder. Palma stopte me nog een glanzende granaatappel toe en ik moest ­zoenen geven aan la mamma.

Ik ben benieuwd of de vrouw van bakker Dino terug is en ik kijk ernaar uit Pino en Palma te vertellen dat er van hun koeken is gesmuld.

Voordat ik terugga naar Rome, loop ik nog even binnen bij de Etos voor een vrolijke groet bij de zelfscankassa.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden