null Beeld

ColumnRosita Steenbeek

Mensen die tot nummer waren gereduceerd, krijgen in kamp Amersfoort weer een gezicht

Rosita Steenbeek

Amersfoort was voor mij verbonden met geborgenheid en schoonheid, de sfeervolle pastorie van mijn grootouders waar ik logeerde als kind. De middeleeuwse binnenstad met de schilderachtige pleintjes en grachten, de groene berg waarop ik woonde. Zwitserse vrienden konden die berg overigens niet vinden.

Maar de naam Amersfoort is ook verbonden met een verschrikkelijk straf- en doorgangskamp waar tijdens WOII meer dan 45.000 mensen gevangen zaten.

Mijn moeder woont er een half uur lopen vandaan. Voordat ik terugkeer naar Rome, wandel ik erheen om het onlangs geopende ondergrondse museum te bezoeken. Het is elf uur en de zon straalt aan een blauwe lucht. Voor een villa staan twee verhuiswagens. Onwillekeurig denk ik aan al die mensen die met geweld hun huis uit werden gejaagd. Hoge bomen bieden verkoeling, bermen puilen van de bloemen, klaprozen in de hoofdrol. Twee mannen praten op een bankje, kinderen suizen op hun fiets voorbij. Alles krijgt iets schrijnends door het doel van mijn wandeling. Ik ervaar wat Armando bedoelde met ‘schuldig landschap’.

Aan het begin van een lieflijk pad staat op een bordje: ‘Kamp Amersfoort gedenkplaats.’ In 1964 werd het kamp gesloopt en daarna dreigde deze plek in de vergetelheid te raken.

De schrijfmachine heeft een toets met de SS-runentekens

Het is nog stil wanneer ik langs de maquette loop, langs de vroegere appèlplaats met de stenen schoenzolen, naar een rechthoekig grijs gebouw. Daar zie ik het bureau van kampcommandant Berg, zijn schrijfmachine met een toets waarop de runentekens staan van de SS. Wanneer ik de strakke grijze trap afdaal, komt kilte en duisternis me tegemoet. Twee houten koffers staan beneden.

In de grote schemerige ruimte zijn portretten te zien van tien mensen wier levensverhaal klinkt uit het audioapparaat, bijpassende voorwerpen liggen in een la. De Amsterdamse wethouder De Miranda bezweek aan de mishandelingen door Teun van Es, die ooit begon in het verzet. Een ander portret is van Willy Engbrocks, een SS’er die de gevangenen met respect behandelde. Van communistisch verzetsman Henk Sneevliet lezen we in zijn afscheidsbrief: ‘Voor de zwakken onder mijn naasten geef ik mijn krachten. Ten slotte ook mijn leven. Meer heb ik niet.’

De achterwand is bedekt met portretfotootjes. Mensen die tot nummer werden gereduceerd, krijgen weer een gezicht. Ik tik de naam in van Pieter Pot, waarna een foto oplicht. Een vriendelijke man, zei mijn moeder. Hij was elektricien in Klaaswaal. Ze ging weleens mee met haar vader, die bij hem naar verboden zenders luisterde. Piet Pot werd opgepakt, kwam uiteindelijk terecht in Kamp Amersfoort waar hij werd gefusilleerd. Toen hij eerder gevangen zat in het Haagseveer, had hij mijn opa die daar ook zat gezegd: ‘Wat de gevolgen voor mij ook zullen zijn, ik had niet anders kunnen en willen doen’.

Bij de laatste wand, waarop je een reactie kunt achterlaten, staan scholieren. Een van hen schrijft: ‘Nooit kwam de oorlog zo dichtbij’.

Rosita Steenbeek is schrijfster en woont deels in Rome. Meer van haar columns leest u hier.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden