ColumnErik Jan Harmens

Menselijk contact en mijn volumeknop: soms gaat het goed, soms wat minder

Beeld Jörgen Caris

Ik vind menselijk contact vaak ingewikkeld, maar heel soms loopt alles ineens op rolletjes en kan ik wel juichen van blijdschap. Gisterochtend liep ik naar buiten en de buurman, die boven de bloemenwinkel tegenover me woont, stond zijn auto uit te zuigen. Hij stak zijn hand op: ‘Hé Erik!’ en ik riep net zo luchtig terug, precies hard genoeg om zijn stofzuiger te overstemmen: ‘Hé buurman!’ Mijn stem was niet té hard geweest, de volumeknop in mij stond goed afgesteld.

‘Hé Erik!’ ‘Hé buurman!’ Een eenvoudige, maar perfect uitgevoerde sociale interactie en door dat succes vond ik het niet eens meer zo erg dat hij mijn naam wel weet (Erik, de helft dus, maar ik reken het goed) en ik de zijne niet. Hij heeft zijn naam gezegd bij het kennismaken zeven jaar geleden: ‘Hoi, ik ben...’ maar terwijl hij praatte was ik in beslag genomen door de stevigheid van zijn hand, die ook een beetje vochtig was, klam liever gezegd, maar hij voelde wel fris, zeker niet vies, en er was een tweede hand bijgekomen, boven op die van ons beiden, alsof er iets werd bezegeld.

Reigerzeik

Er kwam een een muskachtige geur van hem af, er waren houttonen en een hint van sigaar en het rook allesbehalve onprettig. Ik wist dat ik die geur al eens eerder had waargenomen, vijfendertig jaar geleden in een badkamer van een jeugdvriendje, in een tijd waarin wij adolescenten reigerzeik van het merk Amando Noir in onze nekken spoten. In die badkamer had ik een sierlijk flesje zien staan van de vader van dat vriendje en ik had er een drupje uit op mijn pols laten landen en ik snoof en het was alsof ik een gierput uit was getrokken en in een bloeiend papaverveld was neergelegd.

Deze om met Marcel Proust te spreken onvrijwillige herinnering was opgekomen tijdens het voorstellen zeven jaar geleden. De overbuurman had zijn naam gezegd: ‘Hoi, ik ben wiezewiezewoeze’ en omdat ik toen zo was afgeleid kan ik nu niet terugzeggen ‘Hé Rob!’ of ‘Hé Dick!’ of hoe hij ook maar heet, maar moet ik volstaan met ‘Hé buurman!’

Gisterochtend was het niet erg, want alles liep ineens op rolletjes. Dit in tegenstelling tot vanochtend, toen ik ’m wéér tegenkwam, maar nu stond mijn stem veel te hard: hij kwam een beetje van de grond toen ik mijn scheur opentrok en de ramen van de omwonenden trilden in hun sponningen.

Schrijver en dichter Erik Jan Harmens over de prikkels die het druk maken in zijn hoofd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden