Beeld Trouw

Column Bert Keizer

Meneer K. ging helemaal alleen de dood tegemoet

Soms denk ik dat mijn huid dunner wordt. Maar het kan ook zijn dat ik met het klimmen der jaren steeds beter ga zien. Hoe je het ook duidt, meneer K. drong heel erg tot me door. Hij was zevenennegentig jaar oud, weduwnaar, geen kinderen. Zijn leeftijd was hem aan te zien. Een scharminkelig kereltje in een veel te grote broek die zijn bretels vergeefs op zijn plaats probeerde te houden. Hij legde de bekende weg af, dat wil zeggen, de voor mij bekende weg, maar hij ging die gang voor het eerst. Dus toen hij voor de zoveelste keer gevallen was in zijn kleine huisje zei hij niet: ‘Dat zag ik wel aankomen’, maar riep hij: ‘Ze krijgen me hier nooit weg’.

Op de spoedeisende hulp werd hij gelukkig door een geriater gezien die al gauw doorhad dat hij geestelijk de boel niet meer op orde had. Dat bleek onder meer uit zijn onvermogen om het alarm te bedienen. Hij had wel zo’n drukknop om zijn hals hangen, maar eenmaal op de grond aangeland wist hij niet wat hij er mee aan moest.

Zo kwam het dat hij naar schatting anderhalf à twee dagen op de grond had gelegen voordat de thuiszorg er niet in kon en alarm sloeg.

‘Geluk’

Bij die laatste val had hij niks gebroken maar men besloot toch hem in het ziekenhuis op te nemen om te voorkomen dat hij weer naar huis ging. Na een week had hij al ‘geluk’: hij kon in een verzorgingshuis worden opgenomen. Al gauw bleek daar dat hij geestelijk en lichamelijk aan het eind van zijn krachten was.

Hij was gewoon een zware verpleeg­huispatiënt. Hij kreeg maar zelden bezoek, van een paar oude vrienden die hem niet waren vergeten, maar die zelf bijna net zo krakkemikkig waren als hij. Meneer was goeddeels blind, behoorlijk doof, kon door zijn versleten heupen geen stap meer zetten en wilde dood. In dat stadium leerde ik hem kennen.

Het trieste is dat zo’n man louter omgeven wordt door professionele aandacht. Als hoogbejaarde ben je zwaar in de aap gelogeerd als je geen kinderen hebt die voor je opkomen. De zorg in een verzorgingshuis was niet goed genoeg voor hem, want hij had verpleeg­huiszorg nodig.

Dat betekende dat hij urenlang alleen op zijn kamer zat, of lag meestal. Televisie of radio ging niet meer. De afstandsbediening betekende niets voor hem. Lezen ging ook niet. Zijn oude hobby, motorrijden, was nog wel aanwezig in de vorm van een foto waar hij als jonge motorduivel op stond.

Maar wat professionals niet kunnen is een uur of wat samen met hem doorbrengen. Want je had heel wat tijd nodig om hem uit zijn gemijmer omhoog te takelen voor een gesprek. Dat hij dan gretig aanging, hoewel hij meestal niet ver kwam. Tegen mij zei hij steevast: ‘Hoe komt dat nou zo ineens dat u hier bent?’

‘Het zal mij benieuwen'

Want hoewel we zijn euthanasie al hadden afgesproken bleef hij tegen mij zeggen: ‘Ik begrijp het allemaal niet meer. Ik weet niet wat ik zeggen moet.’ Als ik hem dan weer een keer uitlegde dat alles geregeld was zei hij: ‘Nou, het zal mij benieuwen’. Waar hij graag aan toevoegde: ‘U weet wat ik wil doen hè?’ Waarna ik weer uitlegde dat alles goed geregeld was. Dat schoof hij dan terzijde met zijn twijfelend: ‘Het zal mij benieuwen of die dokter ...’

Wat mij nu zo aangreep in de nadagen van deze man was het feit dat hij nog nauwelijks met liefde gezien werd. Je kind, als alles goed gaat, blijft altijd van je houden. Maar hij had geen kinderen. Alleen die arts, van wie het hem zou benieuwen, de zusters, die hij niet uit elkaar kon houden en die verre motorvrienden.

Tijdens het weekend voor zijn dood trof ik hem alleen aan. Ik belde een van zijn vrienden om te vragen of die misschien wat bij hem kon zitten. Het antwoord was: ‘Ik heb ook mijn eigen leven, weet u’. De man had toen nog één dag te gaan. Een collega uit Dordrecht schreef mij eens dat hij, hoewel niet gelovig, tijdens het toedienen van de dodelijke medicatie altijd stilletjes psalm 138 prevelt: ‘Hij laat niet varen het werk zijner handen’.

Bert Keizer is filosoof en arts bij de Levenseindekliniek. Voor Trouw schrijft hij wekelijks een column over zorg, filosofie, en de raakvlakken daartussen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden