Naschrift

Martine (1935-2020) bleef ook na haar toneeldebuut nog jaren Anne Frank

Martine Crefcoeur. Beeld Ilse van Kraaij
Martine Crefcoeur.Beeld Ilse van Kraaij

“Je wordt je hele leven met die rol vereenzelvigd”, zei Martine Crefcoeur lange jaren nadat zij in 1956 als eerste Nederlandse actrice de rol van Anne Frank op toneel had gespeeld. Hoelang en veelzijdig haar carrière ook is geweest, haar naam bleef gerelateerd aan die eerste Anne, ­tevens haar debuut.

Nog tijdens haar opleiding aan de toneelschool van Maastricht werd Martine daar door Rob de Vries, directeur van de Arnhemse toneelgroep Theater, weggehaald voor de titelrol in ‘Het dagboek van Anne Frank’. In de opbouwfase na de oorlog was de première, in aanwezigheid van de koningin, een bijzondere gebeurtenis. Met haar frêle gestalte, even heldere als kwetsbare oogopslag en o zo expressieve uitstraling maakte ze meteen diepe indruk. Trouw roemde “haar vanzelfsprekende natuurlijkheid, waardoor zij aan Anne zowel de teerheid en ontroering als de levenslustigheid en blijheid kon geven”.

Zo’n vijfhonderd voorstellingen later en ­mede door een eenmalige televisie-uitzending van ‘Het dagboek’ in 1960 was ze bij een breed publiek bekend. Toch maakte ze de toneelschool af en schoolde zich en passant in klassiek ballet. Na haar eindexamen was ze jarenlang verbonden aan achtereenvolgens toneelgroep Theater en Nieuw Rotterdams ­Toneel.

Een aangrijpend, vitaal wezen

In 1967 werd haar Ophelia in ‘Hamlet’ uitgeroepen tot de beste vrouwelijke bijrol van dat seizoen. In de jaren zeventig ging ze verder als freelance-actrice. Intens plezier beleefde zij aan de toneelfeuilleton ‘The Family’ van ­Lodewijk de Boer, dé sensatie van seizoen 1972/1973. In deze doldrieste toneelhit over een onbesuisd stelletje jongeren in een kraakpand maakte zij van het stomme en misbruikte zusje Gina een aangrijpend vitaal wezen.

Martine verdiepte zich graag in uiteen­lopende disciplines als dans, poëzie, beeldende kunst, in oud en nieuw repertoire. In een versie van Heijermans’ ‘Op hoop van zegen’ speelde zij vissersvrouw Jo. Daarnaast was zij vanaf de oprichting in 1985 als docente betrokken bij het Jeugdtheater Hofplein in Rotterdam.

Op de planken was Martine deze eeuw nog te zien, onder meer als Klytaimnestra in ‘Elektra’ in 2003. In ‘Struisvogels op de Coolsingel’ (een jaarlijkse herdenking sinds 2005 van het bombardement op Rotterdam op initiatief van regisseur Peter Sonneveld met toneelgroep Bonheur) deed zij een monoloog van Anne Vegter. Voor het laatst in de Laurenskerk in 2010/2011.

Afgelopen april werd, in een zorgcentrum, het coronavirus haar zwakker wordende gezondheid fataal. Met Martine – altijd samen met haar partner, de in 2012 overleden actrice Petra Verbeek – raakte het Rotterdamse theater een graag geziene en altijd nieuwsgierige bezoekster kwijt.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden