Grip op coronaleven

Marjolijn van Heemstra: ‘Een lijstje als geestelijk verzet tegen de pandemie’

Beeld Marjolijn van Heemstra

Theatermaker en schrijver Marjolijn van Heemstra maakt lijstjes om grip te krijgen op dit nieuwe leven. Lijstjes maken als verzet en verlangen om door te gaan met wat je wilt doen.

Over een week mogen de kinderen weer naar school. Vreemd genoeg voelde ik bij die aankondiging geen opluchting en zelfs een lichte teleurstelling. Ik denk dat ik langzaam gehecht raak aan deze windstille toestand. Deze chaos en rust ineen. Tot het zover is, beweeg ik me nog even voort zonder ergens heen te gaan. Omringd door lijstjes, dat wel. Kleine ladders naar die ongewisse toekomstige tijd.

Vlak na de persconferentie van 12 maart, waarin Rutte de coronamaatregelen aankondigde, liep ik naar mijn bureau en begon te noteren wat ik allemaal van plan was te gaan doen de komende weken:

-  dichtbundel afmaken
-  kastdeur verven
-  brief schrijven aan mijn ouders
-  podcastserie maken
-  opiniestukken schrijven
-  cursus sterrenkijken (online)
-  vrijwilligerswerk

Mijn paniekreflex is klaarblijkelijk niet vluchten of vechten, maar lijstjes maken. Er was lopend werk dat doorging, de kinderen moesten plotseling fulltime worden opgevangen; deze lijst was volstrekt onhaalbaar, maar daar ging het niet om. Het ging om het houvast, de manier waarop de opsommingsstreepjes die ik voor elke geplande activiteit zette een ladder vormden van boven naar beneden. Een rustige afdaling, stap voor stap de toekomstige tijd in.

Ik ben altijd al verslaafd geweest aan lijstjes. Ze geven me een gevoel van overzicht en de bevrediging zo nu en dan iets door te kunnen strepen. Niet iedereen begrijpt dat. Soms zegt iemand dat ik met die lijstjes spontaniteit uit de dagen haal, of dat ze een typisch symptoom zijn van een overproductieve samenleving waarin vooral veel dingen moeten.

Verzet tegen de eindigheid

Misschien is dat zo, maar lijstjes zijn óók een verzet tegen de eindigheid. Dat hoorde ik de schrijver Umberto Eco ooit zeggen in het (inmiddels gesneuvelde) tv-programma ‘Boeken’. De opsomming, zei hij, is in principe oneindig, er kan altijd iets worden toegevoegd, een lijstje heeft geen punt. Het is open, onaf. Het is de uiting van een diep verlangen om door te gaan met wat je wilt doen, tegen de klippen van de tijd op. Een uitdrukking dus van de wil om tijd te overleven.

Het is alweer even geleden dat ik dit interview zag en het geheugen is onbetrouwbaar, dus grote kans dat Eco het anders formuleerde en misschien zelfs anders bedoelde, maar ik houd graag aan deze uitleg vast. Met mijn lijstjes verzet ik me tegen eindigheid en dus ook tegen de sterfelijkheid. Misschien dat ik daarom met opsommen begon na die naargeestige persconferentie. Een lijstje als geestelijk verzet tegen de pandemie. >>

Inmiddels zijn we vijf weken verder en loopt mijn liefde voor lijstjes uit de hand. Hoe leger mijn agenda raakt, hoe langer de ladder van voornemens. En tegelijkertijd valt er nauwelijks iets weg te strepen. Ik kom – om de metafoor door te trekken – geen tree verder op die ladder, ik blijf hangen in het heden, hoog en ver van toekomstige tijd.

Beeld Marjolijn van Heemstra

Dat ligt niet alleen aan het feit dat mijn kleuter en peuter mij nu elk uur van de dag omringen, er is meer aan de hand. Deze lockdown heeft een vreemd effect op de dagen. Ze strekken zich als windstil water voor me uit, maar nog voor ik een halve letter op papier heb, kukel ik al over de rand van de horizon en is er weer een dag voorbij. Ik ben nog nooit zo snel door de uren heen gegleden.

Misschien is het omdat er geen houvast is van afspraken, optredens, schooltijden en alles door elkaar loopt. Routine klinkt saai, maar scheelt zoveel energie. Het voortdurend schakelen en meebewegen met de situatie vreet stiekem minuten, uren, hele ochtenden uit mijn dag. Ik denk vaak aan die zinnen van Vasalis: ‘Er is geen tijd. Of is er niets dan tijd?’

Extra tijd?

En intussen krijg ik steeds meer e-mails die beginnen met ‘nu je zoveel extra tijd hebt’ of een variant op die zin waarna een verzoek volgt om mee te werken aan een corona-gerelateerd initiatief. Tijd en hebben. Een combinatie van woorden die ik na deze pandemie misschien wel nooit meer zal gebruiken. Als je de tijd zomaar kunt verliezen, heb je haar nooit echt gehad. Zonder vaste ijkpunten, zonder de geruststellende herhaling van routine beweeg ik me door een tijdloos landschap waarin ik rustig een halve dag vastzit in de modder om dan in een enkele ochtend door een spiegelgladde week te glijden.

Soms is er plotseling iets af, een artikel, een gedicht, een podcast, twee liedjes, maar vraag me niet hoe of hoeveel tijd het kostte. En intussen vullen lijstjes mijn bureau.

Gisteren las ik het bericht van een influencer die deze crisis ziet als een fijne time-out van haar hectische leven. Ze bakt nu broden en leest Russische klassiekers, vertelt ze haar duizenden volgers trots. Een time-out, dacht ik, is voor mij de juiste omschrijving van deze periode, maar dan wel in de meest letterlijke vertaling: de tijd staat uit.

Behalve onmogelijk, vind ik dat interessant en soms ook mooi. Nu de klok ons niet meer achtervolgt, bewegen we ­anders. Ineens zitten we met het gezin wekelijks in ons ­familiehuisje in Friesland. Een fantastische plek waar we veel te weinig kwamen omdat onze weekenden vaak al zo vol zijn en we doordeweeks op andere plekken worden verwacht. Bovendien vonden we het altijd best lang rijden, maar als de tijd niet meer bestaat, valt zo’n rit reuze mee.

Beeld Marjolijn van Heemstra

Dus zitten we daar naar het weiland te kijken, naar de zon die achter het weiland ondergaat en de verlegen schapen langs het hek. Ik heb er laatst vijf gedichten geschreven op een avond die zomaar twee weken duurde. Ze stonden aanvankelijk niet op mijn lijstje, maar ik heb ze er snel bij gezet en kon eindelijk weer eens iets afstrepen. Al schrijvend vond ik een naam voor deze vreemde periode en een mogelijke manier om me staande te houden in de kalmste chaos die ik ooit heb meegemaakt.

Bamboetijd

Ik weet niet hoe te buigen in de wind, ik loop

er stijf tegenin. Nu elke dag nog voor zonsopgang

uiteen waait, geen seconde op zijn plek laat, roep ik

het riet aan, lied van lang en lenig gras, hoe blijf ik

waar ik ben in deze tornado –

En dit is wat er in mijn oren fluit:

De bamboetijd is aangebroken, ze vraagt om

soepele wervels, de kracht van gewas dat in één

zwaai tot de grond zwiept en naar de wolken strekt,

vliegensvlug beide kust, voortdurend in beweging,

op steeds dezelfde plek.

Ik gooi mijn stramme rug de storm in, laat haar

langs mijn botten blazen, daar is de aarde, daar

de lucht, ik buig me, strek en buig weer terug. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden