NaschriftMarino Carasso (1943-2019)

Marino Carasso (1943-2019): Een uitvinder die mensen raakte

Bruiloft van Marino en zijn Ruth in 1969.

Toen Marino Carasso zijn toekomstige vrouw foto's liet zien van zijn gekoelde kikkers begreep ze dat hij geen doorsnee jongen was. De natuurkundige zou een rol gaan spelen bij de uitvinding van de compactdisc, maar eer daarvoor wuifde hij weg.

Marino Carasso had niet het talent om te praten over koetjes en kalfjes. Tijdens zijn regelmatige concertbezoeken in de Amsterdamse Noorderkerk kon het zomaar zijn dat hij naast een vage bekende op de bank schoof en plompverloren vroeg: ‘Wat heb je gedroomd vannacht?’ Of: ‘Wat betekent geluk voor jou?’ Veel mensen raakten even van hun à propos, maar vonden zo’n onverwachte filosofische vraag ook leuk, zeker als ze Marino’s bruine ogen zagen twinkelen. Hij stelde deze vragen niet omdat hij zo geïnteresseerd was in de zieleroerselen van anderen, maar eerder om te prikkelen en te shockeren.

Marino had meer passie voor dingen dan voor mensen. Dat had hij als kind al toen hij zelf radio’s bouwde en vanuit de kleine slaapkamer – die hij deelde met zijn oudere broer Dedalo – een verbinding met de huiskamer aanlegde waarmee hij de gesprekken van zijn ouders met hun kunstenaarsvrienden niet ­alleen kon ­afluisteren maar ook opnemen.

Gevangen kikkers

Met een Italiaanse beeldhouwer als vader, een Friese apotheker als moeder en twee overgrootvaders die vuurtorenwachter waren, kon het niet anders dan dat Marino een origineel kind was. Hij was bovengemiddeld intelligent, zeker als het ging om de exacte vakken, maar spijbelde dikwijls van school om in de velden op zoek te gaan naar insecten die hij onder de microscoop van zijn moeder bestudeerde. Soms legde hij gevangen kikkers in de koelkast zodat ze stil genoeg werden om te kunnen fotograferen. Foto’s die hij zelf ontwikkelde met ontwikkelvloeistof gemaakt van chemische stoffen die zijn moeder uit de apotheek voor hem meenam. Gepassioneerd volgde hij als kind al zijn eigen interesses, nooit paste hij zich aan aan hoe het hoorde.

Het gezin woonde aan de rand van Amsterdam-Zuid, in een van de eerste atelierwoningen, een huis dat voor driekwart bestond uit atelier en verder een piepkleine leefruimte. In dat atelier bracht zijn Italiaanse vader de meeste tijd door met het maken van sculpturen waaronder veel naakten, geïnspireerd op het volslanke lichaam van zijn vrouw. Marino’s moeder was kostwinner, deed het huishouden en voedde de kinderen op. Thuis sprak het gezin Frans. Moeder had dat op school geleerd en vader had, gevlucht voor Mussolini, een tijd in Frankrijk gewoond. Nederlands zou zijn vader nooit leren. Marino was niet geïnteresseerd in talen, daarom sprak hij ook maar weinig met zijn vader. Wel zat hij graag bij hem in het atelier en hielp met het bouwen van houten stellages en het aanmaken van gips.

Marino en Ruth voor hun huis in Amsterdam

Ondanks zijn vrijbuiterige aard lukte het Marino om zijn weg te vinden binnen het middelbareschoolregime. Hij slaagde met hoge cijfers, waarna hij wis- en natuurkunde ging studeren.

Op een avond in 1965 was er een feest in het studentenhuis waar hij woonde. Daar kwam ook de studente Ruth met lang golvend haar in een rode jurk. Ze was gewaarschuwd dat er in dat huis allemaal botte roeiers woonden. Marino was een van de eerste jongens die ze die avond ontmoette, hij had geen grove praatjes, maar was eerder verlegen. Ze was meteen verliefd op zijn filmische naam en ook zijn zwarte haar en bruine ogen vond ze leuk. Het viel haar wel op dat Marino heel hard lachte om zijn eigen grappen. Dat hoorde toch niet? Toen hij haar foto’s liet zien van zijn kikkers begreep ze dat dit geen doorsneejongen was. 

Knap meisje

Marino op zijn beurt vond Ruth mooi en waardeerde het dat ze ‘geen streken’ had. Toen hij haar voor het eerst meenam naar zijn ouders, sprak ze de hele avond geanimeerd met zijn normaal stille vader, die blij was dat zijn zoon verkering had met een knap meisje dat ook nog zong, viool speelde en vloeiend Frans sprak. “Je hebt meer met mijn vader gesproken dan ik in mijn hele leven”, zei Marino verheugd aan het eind van de avond.

Vier jaar later trouwden ze. Zijn uitvindersgeest vond onderdak bij het Natuurkundig laboratorium (Natlab) van Philips, waar hij later directeur werd. Hij en zijn team waren bepalend voor de ontwikkeling van de compact disc (cd). IJdelheid was hem vreemd en wanneer deze belangrijke uitvinding ter sprake kwam en hij erom werd geprezen, wuifde hij dat weg.

Als manager wist hij zijn team te stimuleren, maar in zijn hart bleef hij uitvinder. Tegen een goede vriend bij Philips zei hij ooit: “Ze hebben het er steeds over dat het management iets moet doen, ik begin te begrijpen dat ze mij daarmee bedoelen”. In deze jaren woonde hij in Eindhoven, samen met Ruth, die inmiddels concertzangeres en zangdocente was. Het stel kreeg twee dochters. Voor zijn werk reisde Marino vaak naar Japan of de Verenigde Staten, Ruth deed veel van de opvoeding. Marino was een vrolijke, creatieve en gekke vader. Hij vertelde verhalen over vliegende nijlpaarden, krokodillen op rolschaatsen en over het hondje Kies dat altijd honger had. Moeilijke zaken als zwarte gaten wist hij sappig uit te leggen. Ook zijn kinderen stelde hij uitdagende vragen met vaak een plagende humoristische ondertoon: Als welk dier zou je willen reïncarneren? Zijn jongste dochter zei weleens over hem dat hij een absoluut briljante, creatieve en humorvolle man was, maar dat hij vooral niet je vader of echtgenoot zou moeten zijn.

Kleurrijk en soms lastig

Dat hij zich nooit aanpaste was kleurrijk, maar soms ook lastig voor mensen dichtbij. Niet altijd kon hij zich inleven in de ander, hij liet duidelijk merken als hij iets niet interessant vond, kon grillig zijn, plotseling boos worden of in zichzelf gekeerd zijn. Een van de geheimen waardoor Marino en Ruth het samen goed bleven hebben, was dat ze allebei een eigen leven hadden en dat van de ander respecteerden en volgden. 

Marino kon zich enorm verheugen op zijn pensionering na zijn zestigste. Er was nog zoveel te doen en te ontdekken. Hij had talloze ‘projecten’ in zijn hoofd. Hij sprak niet over hobby’s, dat vond hij een kinderachtig woord. Hij en Ruth verhuisden van hun zelf ontworpen huis in Eindhoven naar een grachtenpand in Amsterdam. Daar begon Marino met koken en dat ging bepaald niet met de Franse slag. Door uitgebreide studie, het aanschaffen van geavanceerde keukenapparatuur, aandacht voor natuurkundige processen en chirurgische precisie kwamen er perfecte taarten, bonbons en patés op tafel. Ruth bracht de mensen, onder wie veel musici, mee naar huis en Marino verwende ze met lekkernijen. Andere projecten waren varen en fietsen. Met een driemaster voer Marino rond Kaap Hoorn. En hij fietste duizenden kilometers naar Rome, Bretagne en Salzburg. ‘Door enthousiasme vooruit’ liet hij in zijn fiets graveren, naar de naam van een voetbalclub waar hij kort had gespeeld.

Marino in de keuken. Beeld Eddy Posthuma de Boer)

Over zijn dagen op de fiets schreef hij blogs vol zelfspot. Bijvoorbeeld over de oude vrouw in het café die hem nooit teruggroette op zijn ‘bonjour madame’. ‘Ik denk dat ik word ingedeeld bij een via gele hesjes uit te roeien deel van de maatschappij.’ Hij had een paar goede vrienden, maar zocht mensen uit zichzelf niet op. Het liefst was hij dingen aan het uitvinden in zijn kelder thuis of zat hij problemen uit de dokteren achter zijn computer. Maar als hij eenmaal in gezelschap was kon hij een echte gangmaker zijn. Door zijn unieke karakter wist hij mensen te raken. Met zijn dochters en kleinkinderen had hij een goed contact, sinds zijn pensionering zagen ze elkaar regelmatig. ‘Marientje’ werd hij genoemd door zijn dier­baren. 

Reïncarnatie van Scipione de Ricci

Een paar jaar geleden kreeg hij van zijn oudste dochter een reading cadeau. Zo’n energetisch consult was misschien wat vaag voor een analytische wetenschapper als Marino, maar hij was nieuwsgierig en wist ook wel dat niet alles te verklaren was. Uit de reading kwam dat hij een reïncarnatie zou zijn van Scipione de Ricci, een tegendraadse bisschop van de Italiaanse stad Pistoia. Toen Marino zich verveelde tijdens een vakantie begon hij zich te verdiepen in deze man die meer dan tweehonderd jaar geleden leefde en kritisch was op de rooms-katholieke kerk. Marino’s fascinatie voor de bisschop werd steeds groter en mondde uiteindelijk uit in een bedevaartstocht met Ruth naar het graf van de bisschop. Daar te staan ontroerde beiden.

De laatste tijd was Marino wat rustiger over nieuwe projecten. Een paar keer zei hij: ‘Als ik dat maar haal’. Op 11 december zouden hij en Ruth vijftig jaar getrouwd zijn. Op 2 december waren ze met twee vrienden op Terschelling om te fietsen. Ze hadden gevieren juist koffie gedronken in het Heartbreak Hotel en waren weer op de huurfiets gestapt toen Marino werd getroffen door een hartstilstand. Hij overleed op het eiland waar zijn overgrootvader vuur­torenwachter was geweest.

Marino Giuseppe Carasso werd geboren op 25 november 1943 in Amsterdam en overleed op 2 december 2019 op Terschelling.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden