Levenslessen Feminist Dorien van Linge

Mannelijk, vrouwelijk, of allebei: volgens feminist Dorien van Linge moet iedereen dat lekker zelf weten

Beeld Merlijn Doomernik

Op school hoorde Dorien van Linge (25) niets over feminisme. Nu is het haar drijvende kracht. In haar net verschenen handboek ‘Feminist fataal’ staat precies wat ze als puber had willen weten.

1  Feminisme is goed voor iedereen

“Op de middelbare school kwam feminisme nauwelijks aan de orde, pas rond mijn achttiende kwam ik er voor het eerst echt mee in aanraking door de Ted Talk ‘We should all be ­feminist’ die de Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie in 2012 hield. In combinatie met mijn studie sociologie werd feminisme een veel breder begrip: een strijd voor gelijkheid. Feminisme gaat niet alleen over mannen en vrouwen, maar ook over wat huidskleur, seksualiteit of leeftijd betekent voor je leefwereld. Ik denk dat feministen zich ook actief moeten inzetten tegen racisme: dan zullen niet alleen witte vrouwen iets aan feminisme hebben. Zelf voelde ik door feminisme meer ruimte om los te breken uit hokjes rond gender en seksualiteit.

Pas na mijn kennismaking met het feminisme durfde ik aan mezelf toe te geven dat ik biseksueel was: dat was een kant die ik tot dan toe had onderdrukt, omdat hetero zijn nou eenmaal makkelijker is in onze maatschappij. Als meisje wilde ik geen rokjes aan en vocht ik in de zandbak: aan de ene kant hoorde ik niet te vechten als meisje, aan de andere kant werd dat ook wel cool gevonden. Maar voor een jongen was het beslist niet cool als-ie een beetje vrouwelijk gedrag vertoonde.

Ik bedoel daarmee niet dat er geen mannelijkheid of vrouwelijkheid meer mag bestaan, maar dat het erom gaat dat je zélf kiest voor bijvoorbeeld een bepaalde sport of het soort kleren dat je draagt of de manier waarop je praat, in plaats van dat je – vaak onbewust – door ouders of vrienden of de media een bepaalde richting in wordt gestuurd omdat je nu toevallig een jongen of een meisje bent. Het losbreken uit hokjes heeft mannen ook iets te bieden: zij hoeven niet meer zo strikt aan de normen van mannelijkheid te voldoen.”

2  Dun maakt niet gelukkig

“Een groot deel van mijn leven ben ik bezig geweest met eten: van ongeveer mijn zevende tot twee jaar geleden had ik – de ene periode wat meer dan de andere – last van een eetstoornis. Soms voelde het alsof ik een gespleten persoonlijkheid had: dan voerde een deel van mij gewoon een gesprek met iemand, maar was een ander deel alleen maar bezig met gedachten als: ‘oké, wat heb ik vandaag allemaal al gegeten?’ of ‘wanneer kan ik gaan sporten?’. Ik heb zo lang gedacht dat ik eindelijk gelukkig zou zijn wanneer ik nóg vijf kilo zou afvallen – daar zat geen eindpunt aan. Maar inmiddels weet ik dat mijn gewicht niet uitmaakt voor hoe ik mijn lichaam ervaar. Want hoe dunner ik werd, hoe meer ik in mijn hoofd bezig was met naar welke sociale gelegenheid ik wel of niet kon gaan – overal krijg je immers met eten en drinken te maken.

Bij een eetstoornis leef je altijd met een doel en dat is heel verslavend voor het persoonlijkheidstype dat ik ben: planmatig en doelgericht – dat blijft een valkuil. Uiteindelijk heeft de eetstoorniskliniek Human Concern, waar alle psychologen zelf ook een eetstoornis hebben gehad, mij stapje voor stapje geholpen. Zo raakte ik vroeger op vakantie in paniek omdat de schaaltjes andere groottes hadden dan ik gewend was en ik geen overzicht meer had over hoeveel ik precies van iets mocht eten: mijn ­lichaam was totaal van regels afhankelijk. Die regels leerde ik in therapie langzaam te doorbreken.

Beeld Merlijn Doomernik

Ook ging ik oefenen om mezelf elke week te wegen, wat ik verschrikkelijk vond, maar wat me deed inzien dat er niet zo veel gebeurde als je een keer uit eten ging. Of je zag juist wel dat je aankwam, maar dan leerde ik om daarmee in het reine te komen – iets wat nog altijd moeilijk blijft.”

3  Wees niet bang om een directe vraag te stellen

“Tijdens mijn eetstoornis merkte ik dat mensen vaak niet naar mijn problemen durfden te vragen omdat we het dan bijvoorbeeld net gezellig hadden, terwijl dat juist kon voelen alsof ik niet gezien werd. Vaak durven mensen niet te zeggen dat het niet goed gaat omdat ze je niet tot last willen zijn, en daarom probeer ik altijd door te vragen: ik merk dan dat mensen zich juist graag open willen stellen. Laat dus – door te luisteren en vragen te stellen – merken dat je er graag voor de ander wil zijn, ook door vragen te stellen die misschien moeilijk zijn.

Bij mensen met wie het slecht gaat, vraag ik soms ook of ze weleens aan zelfmoord denken. Nou, dat is echt niet iets wat je graag uit jezelf vertelt, maar door ernaar te vragen valt de schaamte hopelijk een beetje weg. Makkelijk is het niet, maar je hoeft niet voor iemand in te vullen waar diegene wel of niet over wil praten: iemand kan het ook zeggen als-ie ergens liever niet over praat. Bovendien kunnen lastige gesprekken ook rust en verdieping in een vriendschap brengen.”

4  Grijp elke gelegenheid aan om iets te vieren

“Omdat ik best activistisch ben en ik soms kan denken dat de wereld eraan gaat, helpt het me om juist ook de luchtigheid op te zoeken. Ik ga veel uit en proost graag met vrienden en familie en dat brengt me zo veel blijdschap: het is een goede tegenhanger voor mijn idee dat alles in mijn leven een functie moet hebben. Ik hou enorm van dansen: als je danst is het vaak donker en zie je de mensen om je heen niet in hun eigen context.

Ook ontmoet je mensen met een andere culturele achtergrond of opleiding die ik anders in het dagelijks leven niet zo snel zou tegenkomen. Socioloog Émile Durkheim verwoordde dat al als het collectief genieten van één moment. Ik voel me dan heel vrij.

Mijn vader had ook nog een goed advies: je kunt het beter maar meteen vieren als je als freelancer een opdracht binnenkrijgt, in plaats van te wachten tot je de opdracht hebt afgerond. Want in de tussentijd kan er alweer van alles gebeurd zijn, of ben je zo blij dat je eindelijk klaar bent met die opdracht dat je geen zin meer hebt om erbij stil te staan.”

Beeld Merlijn Doomernik

5  Activisme helpt

“Ik geloof dat je zelf kleine dingen kunt doen om de wereld te veranderen: demonstreren, aanwezig zijn op lezingen, je koopgedrag veranderen. Het is een privilege om er überhaupt over na te kunnen denken, maar zelf probeer ik geen fast fashion meer te kopen en zoveel mogelijk veganistisch te eten. Soms helpt het om tegen mezelf te zeggen: dit heeft echt wel invloed. Want het is zo verleidelijk om steeds van alles te kopen en te denken: wat maakt het ook allemaal uit. En ik ben geen heilige hè, want ik vlieg nog steeds en ik vind het echt lastig om bewust te leven.

Maar toch denk ik dat activisme helpt. Kijk maar naar de beslissing om Zwarte Piet te vervangen door de roetveegpieten tijdens de intocht van Sinterklaas op tv: dat komt doordat Jerry Afriyie en Quinsy Gario hun mond hebben opengetrokken. Ik snap wel dat dat voor sommige mensen moeilijk kan zijn. Maar ik denk dat het kan helpen door het te zien als een verandering in plaats van een inperking.

Het is lastig om voor veranderingen open te blijven staan omdat je kunt denken: huh, mag dit nu ook al niet meer? Maar de realiteit is dat de populatie van ons land verandert en dat we daar rekening mee moeten houden. Ik zie politieke correctheid als vooruitgang die emancipatie bevordert: zo worden we secuurder in ons taalgebruik in de hoop niemand te kwetsen.”

Beeld Merlijn Doomernik

6  Blijf jezelf in het diepe gooien

“Ik ben snel toe aan nieuwe impulsen: dat houdt me scherp, maar ik ben ook heel bang voor nieuwe dingen. Dus heb ik een soort afspraak met mezelf gemaakt dat ik eerst iets moet proberen, en daarna pas mag besluiten of ik ermee door wil gaan. Zo had ik voor mijn master een half jaar vrij en heb ik de Volkskrant gevraagd of ik daar stage kon lopen. Dat kon, en de eerste drie maanden vond ik het verschrikkelijk – ik dacht dat iedereen me stom vond. Maar uiteindelijk heb ik er toch een baan uitgesleept.

Zo geef ik nu ook af en toe les in schrijven bij De Upstarter, een plek waar mensen zich kunnen laten omscholen. In eerste instantie dacht ik: ik heb geen studie journalistiek gedaan, dus hoe moet ik hier les in geven? Maar behalve dat er best een paar schrijftrucjes zijn die ik kan delen, is het juist ook goed om te vertellen over die kwetsbaarheid: dat ik in eerste instantie bij de Volkskrant ook niet wist hoe het allemaal moest, maar dat ik er uiteindelijk zo veel heb geleerd. Dus als ik kansen krijg, probeer ik me niet te laten weerhouden door mijn angst.”

7  Lange relaties zijn de moeite waard

“Ik heb relatief gezien – ik ben 25 – al best lang een relatie: zesenhalf jaar. Dat is iets wat op mijn leeftijd misschien gek is, maar ik vind het heel waardevol. Enerzijds is het fijn dat je elkaar al zo lang en goed kent en je van alles met elkaar hebt meegemaakt, anderzijds leer je dat een relatie niet altijd leuk hoeft te zijn en dat je soms ergens doorheen moet en dat dat de moeite waard is. We leven in een snelle cultuur, maar in een relatie en in vriendschappen hou ik van verdieping. Intussen leer ik ook dat mijn vriend en ik elkaar vrij moeten laten omdat we allebei nog jong zijn en dingen willen ontdekken: hij hield mij niet tegen toen ik in New York wilde studeren.

Dat is ook iets wat ik van mijn ouders heb meegekregen: zij gaan nu nog steeds af en toe los van elkaar op vakantie. Ik vind het een fijne gedachte dat we niet bij elkaar zijn omdat we niet zonder elkaar kunnen – ik heb ook een leuk leven met mezelf en ik kan mijn eigen hachje redden – maar dat we er echt voor kiezen om samen te zijn. Soms kan het een tijdje minder gaan, maar dat kan ook weer omslaan naar de goede kant. Ook al twijfelt de een of gaat het even niet zo lekker, dat betekent niet dat je er zomaar mee moet stoppen.”

Dorien van Linge (Haarlem, 1994) is journalist. Ze studeerde sociologie met een specialisatie in genderstudies in Amsterdam en New York (beide cum laude). Onlangs verscheen haar boek ‘Feminist fataal’ (Das Mag): een persoonlijk handboek voor iedereen die geïnteresseerd is in feminisme en aanverwante zaken als seksualiteit, gender, racisme en het lichaam. In het weekend draait ze als dj dorien in onder meer het Van Gogh Museum en bij Red Light Radio.

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden