EssayBlack Lives Matter

Mag ik zwijgen in het racismedebat, of ben ik dan medeplichtig?

Beeld Colourbox

Als je niet je mond opendoet in het racismedebat, ben je medeschuldig aan het in stand houden van het systeem, las Yonah Sint Nicolaas veelvuldig. Maar dat wringt met het recht om ons innerlijk leven voor onszelf te houden.

Wekenlang ging vrijwel elk bericht op mijn instagram-tijdlijn over Black Lives Matter – of het nu een bericht was over ‘tien dingen die witte mensen moeten doen om af te komen van hun onbewuste racisme’ of een link was naar petities die je kunt tekenen om de borgtocht van een onschuldige demonstrant te betalen.

Hoewel ik mezelf graag als idealist beschouw, wekt internet-activisme vaak een bepaalde argwaan bij me op. Hartstikke leuk dat je op Facebook zet dat zwarte levens er toe doen, maar hoe vertaal je die uitspraak naar je eigen leven en handelingen? Spreek je je racistische buurman in het vervolg aan wanneer hij weer begint over ‘negers die maar terug moeten gaan naar hun eigen land als ze het hier niet leuk vinden’? Veranderen er echt dingen door in twee seconden een activistisch bericht te plaatsen wat ook al door honderden anderen is geplaatst, en iedereen die je volgt al tientallen keren heeft gezien? En ook al ben ik het inhoudelijk met veel berichten wel eens, de soms belerende toon roept bij mij vooral weerstand op.

Tussen dit soort berichten is er een specifieke categorie die me sinds het begin van de internetstorm niet loslaat: de berichten die zich uitspreken over zij die niet fervent activistische berichten delen. ‘White silence is violence’, ‘Wie neutraal blijft in onrechtvaardige situaties kiest voor de kant van de onderdrukker’, of ‘Wie zwijgt, stemt toe’. Dit soort berichten komt in vele verschillende soorten en maten voor, maar ze lijken allemaal te propageren dat wie in een situatie als deze zwijgt, met dat zwijgen in feite een daad van geweld pleegt. Door te zwijgen houd je het systeem in stand, door te zwijgen laat je zien dat het lot van zwarte mensen je niet kan schelen, door te zwijgen beken je kleur. Waar ik met een hopelijk onnodige mate van cynisme de berichten van anderen probeerde te interpreteren, werd mijn zwijgen op zijn beurt dus ook uitgebreid door anderen geïnterpreteerd.

Aversie

Het was een ontdekking die aanvankelijk enorme aversie bij me opriep. Waarom zou ik een bericht moeten delen als ik niet geloof dat die actie ook maar iets uit zou maken? Waarom zou ik me uitspreken als ik niet weet wat te zeggen, en ik vervolgens wellicht het verkeerde zeg? Wie zijn anderen überhaupt om te bepalen dat ik ergens wel of niet over mag zwijgen?

En toch, tussen al die irritatie en al dat cynisme, was het overwegende gevoel dat ik bij mezelf bespeurde schaamte. Was mijn zwijgen inderdaad een teken dat ik, zelf nota bene zwart, medeschuldig ben aan de instandhouding van het systeem van racisme? Ik wilde me met mijn zwijgen niet uitspreken tegen de internetbeweging, maar me enkel afzijdig houden. Kan zwijgen onbedoeld een scala aan betekenissen met zich meedragen?

Beeld Getty Images/EyeEm

Zwijgen is een fascinerend fenomeen, en neemt in onze moderne maatschappij een veelheid van vormen aan. Zwijgen is soms instemmen, maar soms ook afkeuren. Zwijgen is een teken van ongemak, een gebrek aan prestatiedrang of soms ook symbolisch: wie tijdens de jaarlijkse Dodenherdenking zwijgt, toont daarmee respect voor alle oorlogsslachtoffers die tijdens de Tweede Wereldoorlog werden gemaakt. In het recht kennen we ook het zwijgrecht: verdachten hebben het recht om te zwijgen omdat zij zichzelf met hun eigen woorden verdacht kunnen maken. Tegelijkertijd kan zwijgen voor verdachten vaak juist negatief uitpakken. Een verdachte die zwijgt, zwijgt omdat hij schuldig is aan zijn misdaad. Iemand die zwijgt over een onrechtvaardig systeem, is medeschuldig aan dat systeem.

Recht op privacy

In een poging om een beter begrip te krijgen van de morele dimensies van zwijgen, stuitte ik op Felix Adlers ‘The Moral Value of Silence’. Adler bespreekt in zijn artikel verschillende morele invalshoeken van zwijgen, waaronder de opvatting dat het recht om te zwijgen onderdeel is van ons recht op privacy. We hebben volgens hem het recht om onze gedachten en meningen niet naar andere mensen te communiceren: de mogelijkheid om ons innerlijk leven voor onszelf te houden is volgens Adler een kenmerk van een geciviliseerde samenleving. Het neemt ons in bescherming, zeker in die gevallen waarin onze gedachten complex zijn en we al snel verkeerd kunnen worden begrepen. 

Ook wanneer je een bericht publiekelijk deelt, spreek je daar iets mee uit. Je zegt als het ware dat je de woorden van die ander onderschrijft, of ze in ieder geval zo belangrijk vindt dat anderen ze ook moeten zien. Vasthouden aan Adlers recht om te zwijgen zou, kortom, betekenen dat niemand je moet kunnen dwingen om een bericht te schrijven, een video te posten of een bericht van iemand anders te delen.

Maar hoe belangrijk autonomie en privacy ook zijn, als iedereen zwijgt over racisme en discriminatie zal niemand beseffen dat het bestaat, en hoe groot het probleem is. En dan verandert er nooit iets. Zwijgen betekent: geen actiegroepen, geen wetsvoorstellen, geen financiële middelen voor campagnes. Dat ik het me kennelijk kan permitteren om me te beroepen op mijn zwijgrecht, is daarmee ook een voorrecht: ondanks mijn huidskleur heb ik persoonlijk weinig last van discriminatie, in elk geval niet in zo’n mate dat ik daarover mijn mond open moet doen. In een wereld waarin andere zwarte mensen worden vermoord, gedehumaniseerd of buitengesloten, is dat een luxepositie.

Het is ook gelijk de mate waarin ik schuldig ben aan het systeem van racisme wanneer ik me niet uitspreek: nee, ik lynch geen zwarte mensen, maar door te zwijgen over de racisten die zwarte mensen wel lynchen, verander ik ook niets aan die situatie. Dat ik in de ‘privacy of my own head’ tegen racisme ben, heeft geen invloed op het racisme dat een zwarte vrouw in Amerika ondervindt. Mijn ene bericht op sociale media zal uiteraard niet in een klap een einde maken aan institutioneel en systematisch racisme. Maar de afgelopen maanden hebben laten zien dat een collectief van mensen die zich wel uitspreken, impact kan hebben.

Mobiliserende werking

Uiteraard is niet elke vorm van spreken even zinnig. Berichten die linken naar petities en plekken om geld te doneren, zijn veel concreter dan het delen van de tiende variant op de uitspraak ‘Black Lives Matter’. Maar de aangenomen motie voor meer aandacht voor racisme in het onderwijs, en de discussies die zijn opgelaaid over standbeelden, laten zien dat de activistische berichten op sociale media op zijn minst een mobiliserende werking hebben.

Dat betekent nog niet dat je je móet uitspreken, dat je het recht om te zwijgen moet opofferen ten behoeve van het hogere doel van gelijkheid. Zolang je niet werkelijk achter je eigen woorden en daden staat, leidt gedwongen activisme enkel tot holle claims die niets aan het systeem van racisme ver­anderen. Eerder dan een duidelijke handelingskeuze, ervaar ik een ongemakkelijke spanning tussen zwijgen en spreken.

Het eerder genoemde artikel van Adler biedt mogelijk perspectief op een manier om die spanning op te lossen. Adler meent dat onze moraliteit zich toont in de stiltes en intervallen die voorafgaan aan onze handelingen en ons spreken. Wanneer een kind een leugen vertelt is onze eerste impuls misschien om boos te worden. Als we echter niet gelijk reageren maar in plaats daarvan eerst in stilte nadenken over onze relatie tot het kind, kunnen we afwegen of een strenge of juist milde reactie voor het kind het beste is. Om te kunnen bepalen wat we in specifieke situaties het beste kunnen doen of zeggen, hebben we kortom stiltes en intervallen nodig waarin we reflecteren op de morele verplichtingen die we tegenover anderen hebben.

Beeld Colourbox

Het is een theorie die ik graag toe zou passen op de spanning tussen zwijgen en spreken. De morele waarde van ons zwijgen ligt naar mijn mening in die momenten van stilte waarin we overdenken aan welk principe we ons vast moeten houden om integer te zijn – ons recht op zwijgen, of het streven naar gelijkheid. In die stilte moeten we reflecteren op de verplichtingen die we hebben, zowel tegenover onszelf als naar anderen, en het is in die reflectie dat we kunnen bepalen of we integer handelen, naar onze eigen waarden. Wat is het meest trouw aan mijn eigen principes? Zwijgen omdat ik niet wil worden gedwongen me ergens over uit te spreken en mijn autonomie het hogere goed is? Of toch tegen die aversie ingaan, omdat ik weet dat ik met mijn spreken kan bijdragen aan gelijkheid, en gelijkheid voor mij het hogere goed is?

Intervallen

Die reflectie, en de daaropvolgende keuze voor zwijgen of spreken, is niet eenvoudig. Integer zijn aan je eigen principes is makkelijker gezegd dan gedaan. Een mens is een verzameling van voortdurend veranderende en vaak zelfs tegenstrijdige belangen en principes. En om te weten of je zwijgen integer is, moet je niet alleen weten waar je over zwijgt, maar ook wat de gevolgen van je zwijgen zijn. Om zinvol en eerlijk te kunnen spreken, moet je op de hoogte zijn van wat je nou daadwerkelijk zegt en in hoeverre wat je zegt ook echt invloed heeft. Alleen al om die reden zouden we anderen de tijd en de mogelijkheid, de zogenaamde ‘intervallen’ moeten gunnen om zich in te lezen.

Moet je spreken, mag je zwijgen? Net zoals ik zelf niet opgelegd wilde krijgen dat ik me uit moest spreken op een manier waar ik niet achter stond, zou ik niet voor een ander willen bepalen wat voor hem of haar in een situatie als deze de beste morele handeling is. Het hele punt dat de Black Lives Matter-beweging in haar gevecht tegen institutioneel racisme probeert te maken, is dat mensen niet langer klakkeloos moeten overnemen wat hen, expliciet of impliciet, door iets of iemand buiten hen wordt verteld. Om die reden zou ik, wat je reactie ook is op de vele ­activistische berichten op sociale media, pleiten je in te lezen, je in te kijken en te luisteren naar anderen: acties die je kunt om­hullen met net zo veel stilte als je zelf wilt. 

 Yonah Sint Nicolaas (1999) is student Filosofie aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees ook: 

De raciale zwart-witverdeling zit niet in de botten van de Nederlanders

Het raciale onderscheid tussen zwart en wit zit in ­Nederland veel minder diep in de botten dan in bijvoorbeeld de VS. Dat is nu eens een achterstand die we niet hoeven weg te werken, schrijft Stephan Sanders.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden