Ik heb een droomMaarten Asscher

Maarten Asscher: Het Japanse lakdoosje van mijn oma zit vol herinneringen

Beeld Jorgen Caris

In deze interviewrubriek vraagt de redactie van Trouw aan bekende én minder bekende mensen waar ze over dromen, overdag of ’s nachts. Vandaag: Maarten Asscher.

“Ik ben een heel slechte slaper, soms word ik na een uur alweer wakker en dan begint het grote sprokkelen om nog één of twee uurtjes te slapen. Als kind had ik daar geen last van. Vooral tijdens zomervakanties bij mijn grootouders in Kew, een voorstadje van Londen, sliep ik altijd heerlijk. Mijn oma legde bij het instoppen haar hand op mijn voorhoofd, zei: God bless you, drukte daar nog een kus op, waarna ik een minuut later in slaap viel en pas de volgende ochtend ontwaakte. Onvoorstelbaar: ik zou nu een injectie moeten krijgen om acht uur achtereen te slapen.

Om niet aldoor te liggen malen werd Kew een nachtelijk toevluchtsoord: ik probeerde telkens dat dierbare huis tot in detail op te roepen. In 2018 begon ik aan de hand van deze herinneringen te schrijven, wat nu is uitgemond in mijn boek ‘Een huis in Engeland’: het belangrijkste project van mijn leven.

Sindsdien heb ik één keer over het huis gedroomd. We zaten daar met familieleden in de tuin aan een gedekte tafel voor de lunch. Dat was raar, want mijn grootvader zou nooit getolereerd hebben dat we met de stoelpoten putten in het gazon maakten. Wat ook niet klopte was dat mijn huidige echtgenote erbij zat: zij was toen nog niet in beeld. Nog vreemder was dat mijn grootouders er niet waren – twee plaatsen waren voor hen vrijgehouden. Steeds dacht ik: waar blijven ze nou?

Zoektocht in mijn geheugen

Achteraf ben ik blij met deze gedroomde versie van mijn gemis: ik ben heel dichtbij dat paradijs geweest. Scherpe herinneringen vind ik een enorme waarde, al is de vraag waar je ze met verbeelding aanvult. Voor gesprekken heb ik een slecht geheugen, ik ben dan ook geen dialogenschrijver, meer een beschrijver. Ik wilde het uiterste eruit halen en ben zelfs op plintniveau door de woonkamer gegaan, want als kind speel je op de grond. Wat stond er onder de theetafel, wat lag er op de vloer? Sommige hoeken kreeg ik niet goed meer in beeld, heel frustrerend, maar deze zoektocht in mijn geheugen, in oude dagboeken en brieven leverde me ook veel op. Zo heb ik nu een completer beeld van het leven van mijn grootouders: hoe ze in de oorlog met hun kinderen uit Westerbork zijn vrijgekomen; waarom ze in 1947 naar Engeland zijn verhuisd.

Er zitten een paar smartelijkheden in het verhaal. Ik ontdekte geen makkelijke waarheid over mijn grootvader die ik in het reine moest brengen met de liefde die ik nog steeds voor hem voel. Ook realiseerde ik me voor het eerst dat mijn grootmoeder met die verhuizing haar journalistieke en literaire leven opgaf. Ik ben blij dat ik een Japans lakdoosje bezit dat op haar kaptafel stond. Ik bewaar er nu mijn scheerapparaat in. Het is, net als de menselijke geest, een doosje vol herinneringen.”

Maarten Asscher (1957), voormalig uitgever, directeur Kunsten van het ministerie van OCW en boekverkoper, schrijft verhalen, poëzie, columns en essays. Zijn roman ‘Een huis in Engeland’ ligt nu in de boekhandel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden