EssayDoe het zelf

Maak gewoon weer eens iets zelf, begin met een broodplank

Auteur en maker Merel Kamp. Beeld Patrick Post
Auteur en maker Merel Kamp.Beeld Patrick Post

We kunnen geen gat meer in de muur boren, laat staan een simpele boekenkast timmeren. Of nu ja, kúnnen? We beginnen er gewoon niet aan. Wat lopen we allemaal mis als we nooit meer zelf iets maken?, vraagt filosoof en maker Merel Kamp zich af.

Merel Kamp

Toen ik zestien was, ging ik met mijn eerste vriendin op jongerenreis naar Italië. De andere ‘jongeren’ die ons bij het busje van de reisorganisatie opwachtten, waren allemaal eind twintig, begin dertig. Een van hen, zo bleek op de eerste ochtend van een zich twee weken voortslepende tocht langs de treurigste campings van Italië, had nog nooit zijn eigen ontbijt klaargemaakt. Niemand toonde zich bereid het voor hem te doen. Onwennig nam hij een mes en een pot chocopasta ter hand.

Als een volwassen persoon nog nooit zijn eigen brood heeft gesmeerd, vinden we dat vreemd. Maar wanneer iemand op volwassen leeftijd niet weet hoe je een sok stopt, een gat in de muur boort of een eenvoudige boekenkast maakt, vinden we dat doodnormaal.

De klus komt op Werkspot en de kast komt van Ikea

De welvarende westerling is over het algemeen niet bijzonder handig, maar daardoor zelden onthand; de klus komt op Werkspot en de kast wordt bezorgd door Ikea. Niks aan de hand, zou je denken. Of gaat er met al dat uitbesteden toch iets verloren? Wat lopen we mis als we nooit meer zelf iets maken?

Er zijn door de geschiedenis heen al veel romantische lofzangen op het maken en het ambacht geschreven. Sinds het begin van de industrialisering en daarmee het fabrieksmatige productieproces, geldt handvaardigheid, waarbij één ding het liefst in zijn geheel door één persoon wordt vervaardigd, als tegengif voor de vervreemding.

Over de auteur

Merel Kamp (1983) is schrijver, maker en docent ethiek & schrijven aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag en de Hogeschool van Amsterdam. Ze schrijft onder meer voor Trouw, NRC, ­Filosofie Magazine en het Stimuleringsfonds.

‘We weten niet meer hoe een product wordt gemaakt, wat de problemen bij de fabricage ervan zijn, hoe het ­eruit zou moeten zien, hoe het moet aanvoelen of ruiken, en wat het los van de winst van de tussenpersoon zou moeten kosten’. Dit citaat doet misschien recent aan, maar dateert uit 1894. In zijn tekst De terugkeer van het ambacht maakt vormgever en typograaf William Morris (1834-1896) zich kwaad over wat er teloor dreigt te gaan door industrialisering en bijbehorende standaardisering. Zo kan hij nergens meer een degelijke wandelstok vinden en worden meubels nog uitsluitend geleverd met ‘idiote imitatieversieringen erop’.

Morris heeft het niet letterlijk over vervreemding, maar wel over de ‘tirannie van de arbeidsdeling’. Hij stelt onomwonden dat machinale productie niet alleen leidt tot ‘utilitaire lelijkheid’ maar ook tot een ‘degeneratie van het menselijk bestaan’.

Een wel heel rooskleurig beeld van het ambacht

Nu waren de arbeidsomstandigheden in de fabrieken in die tijd inderdaad erbarmelijk. Maar Morris, die zelf blijkbaar geprivilegieerd genoeg was om zich bezig te houden met schrijven en het ontwerpen van luxeproducten als behang, tapijten en tegels, heeft een wel heel rooskleurig beeld van het ambacht. Vervullend is het vast en zeker, maar hoeveel mensen kunnen er nu werkelijk rondkomen van het met de hand vervaardigen van wandelstokken? Een stukadoor staat echt niet vijf dagen per week vervuld op haar steiger.

Onlangs nog zocht een van de beste ambachtelijke bakkers in Amsterdam personeel met een ‘niet al te romantisch beeld van het beroep’, aldus de vacaturetekst. Om vier uur ’s nachts honderdvijftig croissants draaien onder tl-licht, daar komt het op neer. Ook veel ambachtelijk werk was en is repetitief, zwaar en geregeld zelfs gevaarlijk. Wie wil daar niet van vervreemden? Of juist gewoon vanaf?

Vervreemding veronderstelt een soort oorspron­kelijke, essentiële, menselijke manier van zijn – de juiste. En essentiële, juiste manieren van zijn, werden en worden niet zelden opgevoerd om alles wat daarvan afwijkt af te keuren en de dingen bij het oude te houden. De ironie wil dat juist machines de herwaardering en verheerlijking van de handvaardigheid mogelijk maakten: ‘Juist omdat we nu de industrie hebben en machines zoveel saaie en repetitieve taken van ons overnemen, kan wie aan armoede ontstegen is het zich veroorloven handvaardigheid en ambacht te vieren als plezierige vrijetijdsbesteding’, schrijft de Britse antropoloog Daniel Miller in zijn essay The Power of Making (2011).

Jij woont in een museum

In mijn huis is bijna alles zelf gemaakt. Ik betegelde en timmerde de keuken. Ik maakte de (boeken)kasten, mijn bed, het bankje op het balkon, grofweg een derde van de plantenpotten en op het glaswerk na al het servies. Een collega kwam bij me langs en noemde mijn huis een museum. Een andere collega kwam langs en zei: “Jij bent de enige persoon die ik ken die echt een hobby heeft”.

Dat zelf doen begon ooit uit geldgebrek, maar toen ik merkte dat ik niet onhandig ben en de vervulling ervoer die het met zich meebracht, raakte ik er een beetje aan verslaafd. Bij alles wat ik dacht nodig te hebben, was mijn eerste gedachte: hoe kan ik dat zelf maken? Dit ging, vanzelfsprekend, ook gepaard met mislukkingen: er was de keer dat ik huilend mijn keukenblad heb staan afbikken, omdat er iets misging bij de afwerking. Er was een incident met gips dat niet hard werd en het balkon af stroomde. En waren ‘uitvindingen’ die in praktijk verre van handig bleken. Maar er was vooral veel plezier.

‘Werk dat niet scherp is afgegrensd van speelplezier’, noemt Miller dit vrijblijvende maken in een niet-professionele setting. Net als spelen, gaat zelf maken behalve met plezier ook gepaard met het risico van de mislukking. Maar dat risico is heel goed te overzien, omdat het zich voordoet binnen een veilige context. Het is niet écht erg als er een paar tegels scheef zitten.

Bovendien heeft de mislukking, of de dreiging daarvan, een functie binnen de praktijk van het maken. Het is bruikbare feedback waardoor je leert over wat je aan het doen bent.

Wanneer ik schrijf – in mijn ogen ook een maakproces – lees ik mijn tekst vaak hardop terug om te zien waar deze hapert, om er dan aan te schaven. In mijn keuken is het leerproces zichtbaar: de dingen die ik als laatst maakte, werken het best en zien er het best uit. Mijn eerste kastje is een wat onbeholpen ding dat de gebruiker uitnodigt tot vergevingsgezindheid en geduld, omdat het niet helemaal lekker sluit. Het zou me niet verbazen als een deel van de reserve ten aanzien van het zelf doen te maken heeft met het groeiende onvermogen om risico’s en imperfectie toe te laten in onze ­levens.

Een licht uitdagende taak motiveert

Cruciaal bij het ervaren van plezier in dit spelwerk, ­zoals ik het maar even noem, is het uitkiezen van de taak bij je vaardigheden. De Amerikaans-Hongaarse psycholoog Mihály Csíkszentmihályi stelt de juiste verhouding tussen de vaardigheden die we bezitten en de vaardig­heden die een taak vereist als voorwaarde voor flow, een staat van diepe concentratie, waarin we volledig in een taak opgaan. Een té moeilijke taak frustreert. Een licht uitdagende taak motiveert en zet aan tot ontdekkingen.

Ofwel: als je net begint met maken, begin dan niet met een Venetiaanse gondel, maar met een snijplank.

Flow is niet alleen heel prettig om te ervaren, het is een essentieel onderdeel van menselijk welzijn, ­aldus Csíkszentmihályi. Een proces waarbij je nieuwe dingen in het leven roept, met tastbare materialen in de weer bent, nodigt uit tot deze staat van zijn, omdat het behalve het hoofd ook het lijf aanspreekt.

Maakt u weleens iets zelf?

Reacties van maximaal 150 woorden zijn welkom via tijdgeestreacties@trouw.nl. Graag uw naam en woonplaats vermelden.

In een gesprek tussen grafisch ontwerper Sherida Kuffour en dichter Babeth Fonchie Fotchind, getiteld Between Gut and Belly, lees ik dat beiden een bepaald gevoel in hun buik krijgen wanneer ze iets maken. Kuffour beschrijft dat ze er onrustig van wordt en soms letterlijk niet op haar stoel kan blijven zitten. Ik herken dat, zowel van het schrijven als van het timmeren. Het is, denk ik, een mengeling van vreugdevolle anticipatie (dit zou weleens kunnen lukken!), lichte angst (dit zou weleens kunnen mislukken!) en opperste concentratie.

Wie alleen maar consumeert en maaltijden, kledingstukken en kasten laat bezorgen met wat swipes, loopt deze ervaringen mis. En niet alleen deze.

Wanneer je een boekenkast timmert, kun je zelf bepalen hoe groot die wordt, hoe de vakken eruit komen te zien en welk materiaal je gebruikt. Je ziet en voelt dat je met je eigen handen je directe omgeving kunt vormgeven. Je ervaart, kortweg, bekwaamheid (ik kan dit) en autonomie (ik bepaal dit zelf). Dit zijn, volgens de zelfbeschikkingstheorie van psychologen Richard Ryan en ­Edward Deci, naast verbinding dé psychologische basis-­behoeften waarin voorzien moet worden om onze groei en ons welzijn te stimuleren.

Yoghurt-emmertjes gooi ik zelden weg

Hoe richt je je leven zo in dat er ruimte en aandacht is voor ervaringen van verbondenheid, autonomie en ­bekwaamheid? Wie in zijn werk die laatste twee te weinig vindt, kan ernaar op zoek gaan in extracurriculaire activiteiten als koken, klussen en kleding maken. Niet om een betere, productievere werknemer te worden, overigens, maar om zich een vollediger, tevredener persoon te voelen.

Sinds ik meer verdien – en een lagerughernia kreeg – koop ik iets vaker ‘dingen die af zijn’. Een tafel, of een maaltijd. Dat iemand die al voor mij heeft gemaakt, ervaar ik nog altijd als uitzonderlijk.

Ik kan niet langs een stapel grofvuil lopen, zonder te kijken of er bruikbare scharnieren of ladegeleiders tussen zitten – dit zijn heel prijzige onderdelen! Mooie kartonnen doosjes of yoghurt-emmertjes gooi ik zelden zomaar weg, omdat ik denk dat ik er nog iets mee kan. Dat is vaak ook zo.

Wie zich als maker tot de wereld verhoudt, snapt de kostbaarheid der dingen – van energie, tijd en materiaal – en heeft daardoor een reëler beeld van wat er allemaal wel niet nodig is om de wereld tot stand te brengen. En dan neem je haar net iets minder vaak voor lief. Neem nu het schrijven van een stuk als dit: dat was echt een heel gedoe. Maar wel een enorm bevredigend gedoe.

Een broodplank in 9 stappen

Voor de beginnende of herintredende maker laat Merel Kamp zien hoe je een broodplank maakt, helemaal zelf. De foto’s zijn gemaakt door Patrick Post.

Benodigdheden

Haal een gevlakt en geschaafd stuk hout, geschikt voor snij- of broodplank. De houthandel heeft altijd incourante stukken liggen. Deze plank is van eiken en ruim 2,5 cm dik.

Overig materiaal:
Voedselveilige snijplankolie
Een oude lap
Stevig ijzerdraad (optioneel)
Koord (optioneel)

Gereedschap:
Potlood
(Decoupeer)zaag
Schroefboormachine
Schuurblokje en -papier of schuur­machine
Houtboor met flinke diameter, nijptang en ovenwant
Optioneel: soldeerbout

null Beeld

STAP 1

Teken thuis de ­gewenste vorm van je snij- of broodplank met potlood op het hout.

null Beeld

STAP 2

Zaag de vorm uit met een decoupeerzaag of een handzaag. Het geeft niet als je soms een beetje naast de lijn zit.

null Beeld

STAP 3

Boor een flink gat in het handvat van de plank. Houd de boor goed recht (maar een beetje scheef heeft ook zijn charme).

null Beeld

STAP 4

Schuur de ruwe, ­gezaagde randen en het boorgat met grof schuurpapier (korrel 80) en schuur daarna alles eerst met korrel 120 en tot slot met korrel 180.

null Beeld

STAP 5

Breng een decoratief gebrandmerkt patroon aan met een soldeerbout. ­Teken weer eerst het patroon uit op de plank.

Geen probleem als je geen soldeerbout hebt. Voor schuine streepjes als in het voorbeeld: maak van een stuk stevig ijzerdraad een soort stempel. Buig het ijzerdraad op ongeveer 5 mm van het uiteinde in een hoek van 90 graden.

null Beeld

STAP 6

Maak de markeringen met de soldeerbout. Of trek een ovenwant aan om je stempel in een gasvlammetje te houden. Als de draad witheet is, het hout bestempelen.

null Beeld

STAP 7

Giet wat olie op de plank en wrijf uit.

null Beeld

STAP 8

Laat even intrekken en wrijf eventuele overtollige olie eraf.

null Beeld

STAP 9

Rijg een koord door het boorgat in het handvat en leg er een knoop in.

Klaar!

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden