Maaike Oubouter: ‘Soms zie ik mezelf daar weer staan, op het podium van De beste singer songwriter van Nederland, en dan denk ik: ach meissie toch… Het was zo veel, allemaal.’

Tien GebodenMaaike Ouboter

Maaike Oubouter: Jezelf in de spiegel aankijken is niet altijd prettig, maar het levert wel waarachtig werk op

Maaike Oubouter: ‘Soms zie ik mezelf daar weer staan, op het podium van De beste singer songwriter van Nederland, en dan denk ik: ach meissie toch… Het was zo veel, allemaal.’Beeld Mark Kohn

Ze zegt nooit zomaar iets, weegt haar woorden, zoekt de juiste toon. Singer-songwriter Maaike Ouboter (29) over haar angst voor de stilte, de onvoorwaardelijke liefde van haar ouders en de mediastorm die opstak nadat ze in 2013 was doorgebroken met het nummer Dat ik je mis: ‘Het voelde te groot allemaal, het was een jas die nog niet paste’.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Mijn ouders hebben elkaar op 23 april 1980 in de Amstelkerk ontmoet waar hij piano speelde en zij één van de bezoekers was. Of ze nog in God geloofden kan ik je niet vertellen. Voor zover ik weet, kent mijn familie een Gereformeerde en een Hervormde tak. Mijn oma – de moeder van mijn vader – was gelovig, maar ook zoekende. Er zijn veel mensen onder haar, op jongere leeftijd, doodgegaan en ik kan me voorstellen dat zij op een gegeven moment is gaan twijfelen of er een God kon bestaan die zoveel verdriet zou toelaten… uiteindelijk besloot ze dat niet alles te verklaren of te begrijpen was en ze probeerde met ons in gesprek te gaan door God voortaan Liefde te noemen. Dat kon ik wel meevoelen. Het is ten slotte ook de liefde geweest die ervoor heeft gezorgd dat ik, twaalf jaar na die eerste ontmoeting van mijn ouders, werd geboren. Ik vind het een mooi idee om te accepteren dat dingen nu eenmaal gebeuren zoals ze gebeuren, dat het loopt zoals het loopt. ‘Dit is geen toeval’, zei mijn oma altijd, ‘het valt je toe.’”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“In één van de verhalen in Harnas van glas vertel ik over een tekening die ik op de basisschool van mezelf had gemaakt. Ik mocht op een vel papier gaan liggen en de juf maakte met een blauw potlood een omtrek van mijn lichaam, een vorm die ik daarna precies zo mocht invullen als ik wilde. Ik was er uren mee bezig, maar op het eind toch niet helemaal tevreden. Die papieren versie van mezelf kreeg ik, opgerold in een bruine koker, mee naar huis. Toen ik hem tevoorschijn haalde, zei mijn moeder onmiddellijk: ‘Je bent prachtig, werkelijk prachtig!’ Ze zag niet de tekening, niet het beeld dat ik van mezelf had en waarover ik zo ontevreden was, maar ze zag mij, wie ik werkelijk was. Die herinnering kan me nog steeds ontroeren.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Ik zeg nooit zomaar iets. Zelfs tijdens een ruzie lukt het me niet om er van alles uit te floepen. Als ik mijn teen stoot, roep ik ‘fuck’ of ‘godver’, maar dan toch liever ‘fuck’ omdat ik mensen niet wil kwetsen. En je zult me nooit iemand een ernstige ziekte horen toewensen.”

‘Ik zeg nooit zomaar iets. Zelfs tijdens een ruzie lukt het me niet om er van alles uit te floepen.’ Beeld Mark Kohn
‘Ik zeg nooit zomaar iets. Zelfs tijdens een ruzie lukt het me niet om er van alles uit te floepen.’Beeld Mark Kohn

Maaike Ouboter (Gouda, 1992) deed in 2013 mee met het tweede seizoen van De beste singer-songwriter van Nederland en werd met haar liedje Dat ik je mis in één klap beroemd. In 2015 werd haar debuutalbum En dat het dan ook weer dag wordt uitgebracht. Deze week verscheen haar derde album Harnas van glas plus een boek met songteksten en autobiografische verhalen.

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Feestjes zijn leuk en ik houd van mensen om me heen, maar op een gegeven moment wordt het me te veel en raak ik overprikkeld. Dan zou ik ruimte moeten nemen voor mezelf, maar dat doe ik niet, dus treedt er een fascinerend systeem in werking en dat heet: het lichaam. Ik word ziek. Toch lukt het me steeds beter om niet over de grens te gaan, om dichter bij mezelf te blijven. Een paar jaar geleden stond alles nog in het teken van: zo veel mogelijk ervaren. Ik zal niet zeggen dat ik de drukte opzocht om de confrontatie met mezelf te vermijden, maar het was zeker een mooie bijkomstigheid. Ik was bang voor de stilte. Er was heel veel emotie. Daar had ik geen zin in. Ik was er nog niet klaar voor.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Mijn moeder overleed toen ik veertien was. Twee jaar later ging mijn vader dood. Toen ik als eenentwintigjarige student meedeed aan De Beste Singer Songwriter van Nederland en vertelde waar het liedje ‘Dat ik je mis’ over ging, wilde iedereen daar in elk interview alles over weten: hoe waren mijn ouders dan dood gegaan? Was je erbij? Hoe heb je die momenten beleefd? En ik kon alleen maar denken: ben je gek geworden? Je denkt toch niet dat ik al die details met iedereen wil delen? Ik werd ook ineens een soort rouwdeskundige; mensen klampten me aan op straat, vroegen hoe ze met hun verdriet moest omgaan. Hoe kon ik dat nou weten? Ik voelde me een soort alien; ik had iets meegemaakt wat maar weinig mensen hier, in het westen, overkwam, maar het voelde te groot allemaal, het was een jas die me niet paste.

“Nu ben ik bijna dertig. Het klinkt een beetje cru, maar het begint normaler te worden dat ouders overlijden; ik behoor straks niet meer tot die groep van uitzonderlijk verdrietige gevallen. En ik denk ook anders over het gemis: iedereen moet zich tot zijn ouders verhouden. Het maakt in zekere zin niet uit of ze aan- of afwezig zijn. Wat ik deel is persoonlijk, maar niet privé. Ik denk dat veel mensen zich kunnen herkennen in de verhalen die ik over mijn jeugd, mijn opvoeding vertel. Wat het lastig maakt voor mij is dat ik mijn ouders al heel lang niet heb gezien.”

“Ik weet nog hoe mijn moeder ruikt, hoe ze klinkt. Ze was expressief, mijn vader was bedachtzaam, net als ik. Van mijn vader herinner ik me net iets meer, omdat ik hem twee jaar langer heb meegemaakt. Hoe we schaakten, muziek maakten samen... Het zijn twee personen en tóch zijn ze één blok geworden, met elkaar versmolten, samen verdwenen in de tijd.

“Ik word verdrietig als ik er aan denk dat ik mijn ouders m’n nieuwe album niet kan laten horen. Bij het horen van Neem me mee – dat vind ik zelf één van de mooiste nummers – overvalt het me wel eens; het gevoel dat mijn vader het óók mooi zou hebben gevonden, dat hij trots op me zou zijn, en dat ik hem ’t liefst nú nog zou opbellen, maar de paradox is dat ik het liedje nooit geschreven zou hebben als dat nog mogelijk was geweest.

“Weet je wat ik tijdens het schrijven opnieuw besefte? Hoe liefdevol ik ben opgevoed. Ze zeggen wel eens dat je het als ouder nooit helemaal goed kunt doen, een perfecte opvoeding bestaat niet, maar mijn ouders hebben me wel met veel vertrouwen de wereld ingestuurd. Ik ben gezien. Ik weet hoe het voelt als er onvoorwaardelijk van je wordt gehouden. Dat is de liefde die ik kan doorgeven.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Toen mijn moeder net was overleden, pleegde er iemand in mijn omgeving zelfmoord. Daar was ik heel boos over omdat ik dacht: zij heeft zo hard gevochten om in leven te blijven, hoe kan een ander er dan zomaar een einde aan maken? Mijn vader zei dat ik daar niet over mocht oordelen omdat ik niet in het hart van de ander kan kijken, omdat ik nooit kon bepalen wat draaglijk is en wat niet. Daar ben ik het nog steeds mee eens. Als je ergens geen idee van hebt, kun je beter je mond erover houden. Ik weet niet hoeveel leed er aan zo’n beslissing vooraf is gegaan en het lijkt me vreselijk om gevangen te zitten in het idee dat je zoiets stiekem moet doen. Dat niemand er vanaf mag weten. Ik zou het iedereen die echt geen andere uitweg meer ziet gunnen om op een minder hartverscheurende manier afscheid van het leven te kunnen nemen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Mijn vriend en ik hebben de intentie uitgesproken om bij elkaar te blijven. Ik ben heel erg verliefd op hem, het voelt vertrouwd om samen te zijn, maar je weet nooit wat er onderweg gebeurt... Toch denk ik soms ook dat dingen meant to be zijn: we zaten op ons dertiende bij elkaar in de klas, we raakten bevriend en toen we zeventien, achttien waren kregen we een relatie. Het was kort na de dood van mijn ouders. Als ik er nu naar kijk, denk ik dat het onbewust iets te maken had met de angst om hem snel weer kwijt te raken; dan kon ik maar beter meteen de deur dichtgooien. We verloren elkaar een tijdje uit het oog tot hij – ongeveer vijf jaar geleden – samen met een paar vrienden een kaartje voor een optreden van mij had gekocht. We raakten na afloop aan de praat, spraken daarna af, en daarna nog eens, en ik weet nog dat ik dacht: mooi dat hij me weer gevonden heeft. Dit keer laat ik hem niet meer los.”

'Ik kan net zo lang schaven aan liedje tot het me is gelukt om iets wat groots en onoverzichtelijk is klein en behapbaar te maken.' Beeld Mark Kohn
'Ik kan net zo lang schaven aan liedje tot het me is gelukt om iets wat groots en onoverzichtelijk is klein en behapbaar te maken.'Beeld Mark Kohn

VIII Gij zult niet stelen

“Ook het stelen van onbenullige dingen zoals straatnaamborden – dat heeft iedere puber wel eens gedaan, toch? – vond ik lastig. Ik heb in een dronken bui wel eens een fiets in een boom gehangen, maar ik heb er nooit een mee naar huis genomen... Nooit, zogenaamd voor de grap, een fles wijn vanachter de bar gejat, of als ik iets uit een supermarkt meegenomen zonder het af te rekenen. Nature or nurture; het is lastig uit elkaar te houden. Ik ben opgevoed met het idee dat je moet nadenken over wat je je medemensen aandoet, maar niet op een dogmatische manier zodat ik me daar later tegen af moest gaan zetten. Het is ook een intrinsiek gevoel: waarom zou ik iemand opzettelijk kwetsen of benadelen? Als ik kijk naar hoe wij, hier in het westen, ons gedragen ten opzichte van de rest van de wereld voel ik me wel eens bezwaard... nee, bezwaard is niet het goede woord want het heeft geen zin om je bezwaard te voelen. Tegelijkertijd kun je ook niet zeggen: oké, dan voel ik me toch niét bezwaard? Zo werkt dat niet.

“De belangrijkste vraag is: wat doe je er aan? Hoe los je ongelijkheid op? Ik voer gesprekken, ik denk er veel over na, maar uiteindelijk doe ik toch bar weinig. Dat heeft ook met de complexiteit van de wereld te maken. Ik ben niet zo goed in het beklimmen van de barricades omdat ik niet zo absoluut kan denken. Hoe zou ik in een paar zinnen iets over het klimaat of de verdeling van de welvaart kunnen zeggen? Die problemen zijn zó gelaagd; het verhaal is al eeuwen terug begonnen, toen wij er op uit trokken om de wereld te ontdekken. Moet ik dan nu een statement doen – waarop ik vervolgens voortdurend zal worden aangesproken? Ik ben van het wikken en het wegen, er nog eens over nadenken, woorden terugnemen, anders formuleren, oordeel uitstellen… maar daar is vaak geen tijd of ruimte meer voor. Daarom geniet ik zo van het schrijven. Ik kan net zo lang schaven aan liedje tot het me is gelukt om iets wat groots en onoverzichtelijk is klein en behapbaar te maken.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“In het gedicht ‘Spiegelbeeld’ noem ik mezelf een leugenaar, maar dat moet je niet te letterlijk nemen. Het gaat over bij jezelf naar binnen kijken, eerlijk durven zijn. Toen ik Dat ik je mis schreef was ik nog erg jong, het was heel persoonlijk en oprecht, maar door de mediastorm die daarna opstak ben ik een beetje om dat gevoel heen gaan meanderen. Ik was heel kwetsbaar geweest, wilde ik dat nog eens, kon ik dat eigenlijk wel? Ik denk dat ik nu, met Harnas van Glas die boog heb kunnen maken. Jezelf in de spiegel aankijken is niet altijd prettig, maar het levert wel waarachtig werk op en daar voel ik me uiteindelijk het prettigst bij.

“Het helpt ook dat ik ouder ben geworden, meer rust heb gevonden. Soms zie ik mezelf daar weer staan, op het podium van De Beste Singer Songwriter van Nederland, en dan denk ik: ach meissie toch... Het was zo veel, allemaal. De zenuwen, het optreden, juryleden in tranen, de tekst die ik weliswaar zelf had geschreven, maar nog niet helemaal kon doorvoelen... Ik vertel nu weer over mooie en verdrietige periodes in mijn leven maar het verschil met een paar jaar geleden is dat het persoonlijk maar óók universeel is, waarachtig maar niet feitelijk. Ik wil niet alleen maar zenden, ik wil communiceren. Meer nog dan aan applaus, heb ik de behoefte aan een bevestiging op het emotionele vlak: jij en ik, wij voelen hetzelfde.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Soms zit ik op Instagram en denk: de hele wereld is iets aan het doen en ik zit hier maar, thuis, op de bank. Ik had er een handje van om mezelf vervolgens te veroordelen. Ik mocht niet jaloers zijn. Daarin ben ik veranderd. Op het voelen van jaloezie heb ik geen invloed – misschien kan ik voortaan Instagram iets eerder uitzetten – maar ik bepaal wel zelf wat ik met die gevoelens doe. Ik probeer het af te leren om mezelf stom te vinden.

“Er is ook niets mis met begeren. Ik begeer succes, natuurlijk. Ik wil graag dat mensen mijn boek lezen of mijn nieuwe album luisteren en het liefst dat ze het mooi vinden. Ik wil zoveel mogelijk tijd met mijn vriend doorbrengen. Ik houd van koken, eten, muziek maken – het kleine leven – maar ik wil ook graag op avontuur, met een oude Landrover naar Mongolië rijden ofzo. Dat ga ik zeker doen. Ik wacht alleen nog op het juiste moment. Weet je waar ik, onbewust, toch altijd rekening mee houd? Dat ik niet zo oud zal worden. Het zet me niet onder druk, het geeft me geen haast of zo, maar dit is nu eenmaal de enige zekerheid die we hebben in dit leven: iedereen die geboren wordt, gaat op een dag ook weer dood. Ik wil nog zoveel dingen doen, maar als het er niet van komt, dan komt het er niet van. En dat is niet erg. Alles is goed.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden