null Beeld

RommelenLiesbeth Mende

Ma wist van alles wel wat te maken, behalve van de kolen van Floran

In de keuken staan veel apparaten die ik amper gebruik. Een grote broodbakmachine, een donutmaker, een fonduestel, een pastamachine, Pizzarette, gourmetstel en wafelijzer. Het wafelijzer mag mee, de rest van de apparaten nemen vooral veel plek in, dus daar moet ik vanaf.

Hoeveel uur heb ik in deze keuken doorgebracht? Avondeten maken, koekjes bakken, pizza’s en taarten voor de verjaardagen van de jongens. Mijn moeder stond nog vaker in de keuken. Ze maakte veel zelf: van appelmoes tot gebakken pinda’s met knoflook. Ze bereidde geregeld uitgebreide Indische rijsttafels. Toen ze met mijn vader trouwde, kon ze nog niet Indisch koken. Als de zussen van mijn vader op bezoek kwamen, namen ze pannetjes met verschillende gerechten mee. Mijn moeder leerde steeds beter Indisch koken, er werden steeds minder pannetjes meegebracht. Op een gegeven moment brachten ze niets meer mee.

Als kind hing ik graag bij mijn moeder rond als ze stond te koken. Ze joeg me dan weg. “Hup, de keuken uit, jij!” zei ze lachend. Even later sloop ik weer terug. Ik vond het altijd gezellig bij haar in de keuken, een beetje kletsen en steeds wat snaaien. Ik likte een lepel cakebeslag af, doopte een korstje brood in de jus of liet pas gebakken kroepoek nog warm in mijn mond smelten. Ma wist van alles wel wat te maken. Behalve van de kolen van Floran, een oude man die in de buurt woonde. Hij kwam vaak langs om even met mijn moeder te kletsen. Elke herfst smeerde hij haar een tiental kolen aan die hij van een boer uit de buurt kreeg.

null Beeld Werry Crone
Beeld Werry Crone

Fazantenveer

Ik zat een keer op zaterdag in mijn pon te ontbijten en zag Floran door de poort de achtertuin inlopen.
“Nee hè,” zei ik. “Daar heb je hem weer.”
“Wie?” riep mijn broer vanuit de woonkamer.
“Floran”, zei ik.
Mijn broer verdween snel naar boven. Floran schuifelde door de tuin naar de achterdeur. Hij had zoals altijd zijn jagershoedje met fazantenveer op. Langzaam deed hij de deur open.
“Is uw moeder er ook?” vroeg hij.
“Die is naar de winkel”, zei ik.
“Ik heb iets voor uw moeder.” Hij bleef in de deuropening staan. Aan zijn neus hing een druppel snot. Ik probeerde er niet naar te kijken en nam een hap van mijn beschuit.
“Ik heb nog kolen voor uw moeder,” zei Floran. “Van de boer.”
“We hebben nog kolen”, zei ik.
“Schitterende kolen,” zei Floran. “Ge hebt toch een vriezer?”
“In de schuur”, zei ik.
“Wanneer komt ze terug?”
“Geen idee.”
“Zeg uw moeder maar dat ik kolen heb,” zei Floran. De druppel snot werd steeds langer. “En zeg dat ze de kolen invriest.”
“Ja ja”, mompelde ik. Ik nam de laatste hap van mijn beschuit.

Schrijfster Liesbeth Mende (1975) is gescheiden en moet kleiner gaan wonen. Ze schrijft over wat ze tegenkomt tijdens het opruimen. Eerdere afleveringen vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden