null Beeld
Beeld

RommelenLiesbeth Mende

Ma’s sneeuwlaarzen met glitters stonden op de mat, ik voelde een steek van jaloezie

Achter in haar kledingkast vindt Liesbeth Mende laarzen die ze maar één keer droeg. Die van haar moeder waren ook geen succes.

Achter in mijn kledingkast staan lange laarzen met hoge, dikke hakken. De laars bestaat uit aan elkaar genaaide lapjes van verschillende kleuren leer. Ik heb die dingen maar een keer gedragen, op de begrafenis van mijn moeder. Een slechte keuze, want de laarzen maakten mij een stuk langer op een dag waarop ik juist onzichtbaar wilde zijn. Ik draag nooit hoge hakken. Mijn moeder droeg ze ook niet. Al haar schoenen hadden lage hakjes. Ze was heel klein, dus die twee centimeters waren mooi meegenomen en daar kon ze prima op lopen. Thuis liep ze altijd op blote voeten, of het nu zomer of winter was.

Een keer had mijn moeder warme sneeuwlaarzen gekocht. Toen ik van school kwam, stonden ze midden op tafel. Ze waren van blauw nepleer met glitters en nepbont dat er bovenuit kwam. Ik was een jaar of vijftien. Ik was niet veel met mode bezig, maar deze dingen vond ik echt afschuwelijk en ordinair.

“Hoe kom je daar aan?” vroeg ik. Misschien had ze die van de buurvrouw gehad, dat mens droeg wel vaker glitterkleren.
“Bij de Leeuwtjes gekocht”, zei ma. “Ze waren wel duur, maar ze zijn lekker warm.”
“Die ga je toch niet echt aantrekken?”
“Wel als er sneeuw ligt.”
“Het sneeuwt niet.”
‘Ze zijn zo zacht van binnen”, zei ma. “Ze lopen heerlijk.”
“Het zijn glitterlaarzen.”
“Kijk eens naar de zool”, zei ma. “Ik hoef niet bang te zijn dat ik uitglij.”
“Er ligt geen sneeuw, ma.”

Een paar weken later ging het sneeuwen en ma haalde meteen met een grote glimlach de sneeuwlaarzen tevoorschijn.

“Niet die lelijke dingen”, zei ik.
“Zie je nou wel!”, riep ma. “Nu komen ze goed van pas. Zal ik ze voor jou ook kopen?”

Vol afschuw keek ik naar de ordinaire glitterlaarzen. Ma trok ze aan en stapte kordaat de tuin in waar ze een paar rondjes door de sneeuw liep. Met een triomfantelijke grijns op haar gezicht kwam ze weer binnen. “Ze zijn misschien lelijk en ze waren iets te duur, maar ze zitten heerlijk”, zei ma. “Ze zijn lekker warm en ik glij er niet mee uit.”
“Jaja”, zei ik. Zelf liep ik op gympen.

De volgende dag trok ma weer vrolijk de sneeuwlaarzen aan. “Heerlijk, hoor”, herhaalde ze nog een keer. “Ze zitten heerlijk!”
“Ja, ma”, zei ik bot terug. Ik strikte de veters van mijn dunne gympen. ‘s Middags kwam ik met ijskoude voeten terug van school. De laarzen stonden op de mat. Ik voelde een steek van jaloezie.

Een dikke week later stonden de sneeuwlaarzen onder de verwarming. Er zaten bloedvlekken op het witte nepbont. Ma trok haar schoenen met kleine hakjes weer aan. Over de laarzen zei ze niets meer.

Schrijfster Liesbeth Mende (1975) is gescheiden en moet kleiner gaan wonen. Ze schrijft over wat ze tegenkomt tijdens het opruimen. Eerdere afleveringen vindt u hier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden