NaschriftLouisa van Rooij (1940-2020)

Louisa van Rooij (1940-2020) bleef hunkeren naar haar broers en zussen

Louisa en Diel op hun trouwdag in 1966 Beeld Familie Louisa van Rooij
Louisa en Diel op hun trouwdag in 1966Beeld Familie Louisa van Rooij

In de oorlog werd het gezin van de jonge Louisa Looijschelder uit elkaar gescheurd. Ze ging met succes in de herkansing bij de jonge bouwvakker met wie ze eigenlijk niet mocht gaan.

Boos en onverzettelijk kijkt ze de lens in. Louisa is twee jaar als ze in 1943 samen met haar broers en zussen wordt gefotografeerd voor het Nijmeegse rooms-katholieke weeshuis waar ze verblijven. De zes kinderen Looijschelder zijn keurig aangekleed, want de foto is bedoeld als verkoopplaatje voor gezinnen die de kinderen mogelijk willen opnemen.

Het jaar daarvoor is hun vader van hen weggegaan. Zijn echtgenote is zwanger, maar hij gaat weg voor een andere vrouw die ook een kind van hem verwacht. Hij verdient zijn geld door handeltjes te drijven met de Duitsers. Moeder blijft achter zonder geld en eten. Al snel legt ze het aan met een Duitse soldaat en laat de kinderen steeds meer aan hun lot over.

Voor het weeshuis Beeld Familie Louisa van Rooij
Voor het weeshuisBeeld Familie Louisa van Rooij

De oudste zus van Louisa is dan dertien jaar. Ze gaat verschillende adressen af om te proberen de kinderen onder te brengen. Haar broer van tien bedelt langs de deuren om eten. De jongste uit het gezin, een baby nog, wordt ziek omdat hij niet de voeding krijgt die hij nodig heeft. Gelukkig wordt Louisa in huis genomen door het echtpaar van het café tegenover het ouderlijk huis. Wanneer pleegzorg lucht krijgt van de situatie, worden ze allemaal in het rooms-katholieke weeshuis geplaatst. Op zondag moeten ze op een rij staan om gekeurd te worden door mogelijke pleegouders. De afwijzing is telkens weer een steek. Na negen maanden worden de kinderen uitgeschreven uit de Nijmeegse gemeente en verspreid over verschillende pleeggezinnen, de meesten in Brabant. Het is dan half januari 1944, ruim een maand voor het grote bombardement op Nijmegen waarbij het weeshuis grotendeels wordt verwoest.

Twee mensen dragen het kleutertje op handen

In die tijd worden pleegkinderen niet zelden opgenomen als extra hulp in huis of bedrijf. Zo vergaat het een aantal van de kinderen. Meerderen worden verwaarloosd of zelfs mishandeld. Louisa niet. Zij komt terecht in Moergestel bij een aardig en welgesteld echtpaar zonder kinderen, twee mensen die het kleutertje op handen dragen.

Haar pleegvader en -moeder, die voor haar als haar echte ouders voelen, hebben een aannemersbedrijf. Vader is goedig, strijkt vaak de hand over het hart voor mensen die niet kunnen betalen. Moeder is zakelijker, een dame, weet wat ze wil. Louisa krijgt iets mee van beide kanten. Materieel wordt ze verwend, maar ze moet ook gewoon meehelpen. Zoals in die tijd gebruikelijk wordt ze naar de kostschool gestuurd, bij de nonnen in Made. Daar vindt ze het zo verschrikkelijk dat ze al snel weer naar huis mag. Via pleegzorg heeft ze soms contact met haar biologische broers en zussen en ook door sommige pleeggezinnen die elkaar kennen.

Kisten naar de kelder

In het aannemersbedrijf van haar pleegvader werkt de 17-jarige Diel als metselaar, hij volgt er zijn vader op die jong is overleden. Soms doet hij ook klusjes in en rond het huis. Bij het huis in Moergestel is een kleine boomgaard. Op een dag vraagt Louisa’s moeder hem om een kist appels in de kelder te zetten, ‘ons Louisa laat wel even zien waar dat is’. Dat uit die ontmoeting een ontluikende liefdesrelatie voortkomt, vindt moeder minder leuk. Een arbeidersjongen die vieze handen maakt, dat had zij niet voor Louisa in gedachten. De verkering raakt uit omdat Diel voor de missie naar Afrika gaat om huizen te bouwen.

Wanneer hij na twee jaar terugkomt houdt hij een dia-avond over zijn belevenissen. Louisa, die inmiddels verloofd is met een ander, komt kijken. De liefde voor Diel blijkt onverminderd. En al vindt Louisa het verschrikkelijk om een ander teleur te stellen, ze verbreekt haar verloving voor Diel en trotseert de afkeuring van haar moeder. Elf jaar hebben ze verkering. Diel werkt van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat om geld te sparen voor het huwelijk. Hij waarschuwt Louisa dat ze van een kast vol dure jurken zal moeten omschakelen naar leven van een arbeidersloon. Louisa werkt enige tijd als kraamverzorgster, waarvoor ze is opgeleid, en ook in de bejaardenzorg.

Wanneer ze in 1966 trouwen hebben ze 68 gulden als startkapitaal. Louisa’s pleegmoeder blijft tot op hoge leeftijd haar ontevredenheid uiten over een bouwvakker als man van haar dochter. ‘Heb je hem ook weer meegebracht?’ vraagt ze steevast aan haar dochter met een hoofdknik naar Diel. Eigenlijk is het steeds meer een rituele dans geworden tussen moeder en schoonzoon, want ze hebben allang een wederzijdse waardering voor elkaar ontwikkeld.

Verlatingsangst blijft haar parten spelen

Wanneer Diel en Louisa hun eerste kind krijgen in Spoordonk, wonen ze vlak bij water. Elke dag ziet Louisa in gedachten hun zoontje verdrinken. Daarop bouwt Diel eigenhandig een nieuw huis in Moergestel op een veiliger plek. Het doet hem pijn dat Louisa door haar vroege jeugd blijft lijden aan verlatingsangst. ‘Je gaat toch niet van me weg, hè?’ vraagt ze dan. Diel peinst er niet over. ‘Louisa, je bent een mens en net zo veel waard als een ander’, zegt hij als er weer eens iets is gebeurd waardoor haar onzekerheid de kop opsteekt. Hij wil haar beschermen, ook omdat ze moeilijk ‘nee’ kan zeggen.

Maar naast haar lieve meegaandheid weet Louisa, net als haar pleegmoeder, precies hoe ze het wil hebben. Op tafel moet een damasten tafelkleed en geen ander en de taart dient te worden bedekt met een glazen stolp. Haar zilververzameling glanst in het glazen kastje in de woonkamer en de volle boekenkast toont haar met zorg verzamelde oude kinderboeken. Als de dingen niet gaan zoals ze wil kan ze met toegeknepen ogen fel uit de hoek komen.

Louisa is een zorgzame moeder die het middelpunt vormt van het gezin met vijf kinderen. Voor het werk van Diel zijn ze begin jaren zeventig naar Limburg verhuisd. Diel bouwt en verbouwt huizen om ze later te verkopen en zo krijgen ze steeds meer eigen vermogen. In veel van die huizen gaan ze eerst zelf wonen. Wanneer ze eenmaal gesetteld zijn is Louisa vaak degene die Diel aanmoedigt weer een nieuw bouwproject te starten. Zelf helpt ze enthousiast mee door bijvoorbeeld bakstenen af te bikken. Het gezin woont in de dorpen Melick, Heythuysen, Heibloem en Sint Joost. Later zal Louisa een van haar dochters vragen of het niet te onrustig voor ze is geweest, al die verhuizingen.

Een meterslang rijm over haar leven

Soms denkt Louisa terug aan haar eerste levensjaren. Naast verdriet voelt ze ook dankbaarheid voor hoe zij terecht is gekomen. Aan haar broers en zussen ziet ze hoe het ook anders had kunnen lopen. Allemaal hebben ze hun wonden. Louisa blijft contact houden met een aantal van hen, maar anderen willen dat niet omdat ze te zeer beschadigd zijn. Van haar jongste broer had ze bij haar huwelijk nog een meterslang rijm gehad over haar leven, maar dat contact verwaterde later weer.

Liousa hielp Diel mee door bakstenen te bikken. Beeld Familie Louisa van Rooij
Liousa hielp Diel mee door bakstenen te bikken.Beeld Familie Louisa van Rooij

Haar biologische ouders zijn in haar leven nauwelijks in beeld, daar heeft Louisa ook geen behoefte aan. De moeder verschijnt als Louisa al kinderen heeft een paar keer aan de deur in de hoop een oma-rol te kunnen vervullen. Diel is er duidelijk over: de kinderen hebben al een oma die er wás.

Nadat de kinderen uit huis gaan verhuizen Louisa en Diel naar een zelfgebouwde woning in Echt en later naar een gelijkvloerse woning in Koningsbosch. Diel blijft tot zijn vijfenzeventigste werken en Louisa gaat aan de slag bij de thuiszorg, in een apotheek en doet later vrijwilligerswerk waarbij ze ouderen bezoekt. Daarnaast geniet ze van haar elf kleinkinderen.

Haar oudste broer is er slecht aan toe

Door de jaren heen verlangt ze steeds meer naar contact met al haar broers en zussen, zij vormen toch de kern van waar ze vandaan komt. Met sommigen lukt het tot haar intense vreugde om weer verbonden te raken. Zoals met haar oudste broer en een oudere zus die ze een half leven niet had gezien en gesproken. Ook met haar jongste broer komt ze weer in contact als ze hoort dat die er slecht aan toe is. Hij is getrouwd geweest met een gewezen non die hem na bijna vijftig jaar verliet, waarna hij aan de drank raakt. Louisa bezoekt hem in de daklozenopvang. Als hij overlijdt regelt zij een begrafenis en zorgt ze ervoor dat er toch nog enkele familieleden aanwezig zijn.

Niet lang daarna krijgt Louisa klachten van kortademigheid. De diagnose is duidelijk: uitgezaaide lymfeklierkanker. Veel valt er niet meer aan te doen. Louisa wil niet in het ziekenhuis blijven. Thuis gaat het nog maandenlang goed, al kan ze stil zijn en nadenkend uit het raam kijken. Soms heeft ze haar handen gevouwen en haar ogen dicht, al is ze in haar leven geen praktiserend katholiek geweest.

Louisa op latere leeftijd. Beeld Familie Louisa Van Rooij
Louisa op latere leeftijd.Beeld Familie Louisa Van Rooij

Ze stond in een zaal met blauw licht

Louisa is bang voor de dood, bang om haar geliefden te moeten verlaten. Tijdens een afscheidsbezoek van haar neef en nicht vertelt ze over een droom die ze had waarin ze zich bevond in een zaal met blauw licht. Iemand zei dat ze op een stip mocht gaan staan en dat deed ze. Plotseling zag ze haar eigen leven en zelfs de geschiedenis van de hele mensheid voorbijkomen. Dat geeft haar rust.

In de dagen voor haar dood bestelt Louisa de kapper, zorgt ervoor dat er vlaai wordt gehaald voor het door haar geselecteerde afscheidsbezoek en geeft Diel de meest hartstochtelijke kus die ze hem ooit heeft gegeven.

Louisa van Rooij-Looijschelder werd geboren op 2 oktober 1940 in Nijmegen en overleed op 5 augustus 2020 in Koningsbosch

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden