Louis Theroux: ‘Ik bevind me precies op de plek waar ik wil zijn’.

Tien Geboden Louis Theroux

Louis Theroux: Ik kan me voorstellen dat mensen soms dachten dat ik hen in de maling nam

Louis Theroux: ‘Ik bevind me precies op de plek waar ik wil zijn’. Beeld Mark Kohn

Louis Theroux (Singapore, 1970) maakte naam als documentairemaker van subculturen. De laatste jaren kiest hij voor ernstiger onderwerpen, zoals anorexia, seksueel misbruik en euthanasie. Op 6 december zendt de VPRO ‘A Different Brain?’ uit waarin Theroux de gevolgen van hersenschade onderzoekt. Deze maand verscheen bij Ambo Anthos zijn autobiografie ‘Geen taboe voor Theroux’.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Op een dag – ik was tien of elf jaar oud – vroeg ik aan mijn vader: ‘Als God niet bestaat en we alles zelf maar moeten uitzoeken, is er toch ook geen reden meer om goed te doen?’ Hij antwoordde aarzelend met een wedervraag: ‘Dat denk je toch niet écht?’ ‘Nee, natuurlijk niet...’ zei ik, maar toch: waar kwamen die ethische principes vandaan? Volgens mij bestaan ze al vóór je er over gaat nadenken. Ik heb nooit besloten me zus of zo te gaan gedragen, ik leefde gewoon mijn leven: als ik iets deed wat niet deugde, schaamde ik me en een goede daad was een beloning in zichzelf omdat ik me meestal gelukkiger voelde als ik iets voor anderen kon betekenen.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Er is een religieuze groepering die het Vliegende Spaghettimonster verafgoodt en ik ken ook mensen die geloven dat hun leider boodschappen doorkrijgt van prehistorische grotbewoners. Dat zijn vermakelijke spirituele fenomenen, maar niet per se heel interessant. Het wordt een ander verhaal als zo’n malle overtuiging ten koste gaat van anderen, zoals bij de familie Phelps (‘The most hated family in America’, in 2007, 2011 en 2019 onderwerp van een documentaire, AV) die gelooft dat God homo’s verafschuwt en dat Hij de Amerikaanse bevolking wil straffen voor hun homosympathieën door militairen in Irak te laten sneuvelen... Dat is niet alleen een krankzinnige overtuiging, maar ook een die veel leed veroorzaakt. De paradox is dat de reactie op de haat die de familie Phelps zaait hen als groep juist hechter maakt. Los van die extremen, de malligheid en het verdriet, geloof ik dat religie ook mooie aspecten heeft. Met name voor gevangenen, geesteszieken of mensen die worstelen met een ernstige verslaving lijkt het geloof het enige georganiseerde principe met een beetje positieve impact te zijn. Ik probeer niet agressief atheïstisch tegenover de veronderstelde irrationaliteit van religie te staan – een maagd die een kind ter wereld brengt, hoe kan dat nou? – maar waardering op te brengen voor het feit dat kwetsbare mensen zich juist gesteund weten door ergens in te geloven.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Toen mijn elfjarige laatst ‘Jesus Christ!’ riep, zei ik: ‘Ik heb liever niet dat je zoiets doet.’ ‘Waarom niet?’ ‘Omdat het niet prettig klinkt.’ Meer kon ik er ook niet van maken. Ik wil ook niet dat ze de hele dag fuck of shit roepen. Met religie heeft het niet zo veel te maken; mijn ouders zijn allebei kerkelijk opgevoed, maar ze hebben hun twee zonen niets op willen leggen. We hadden thuis een boek over wereldgodsdiensten en toen mijn twee jaar oudere broer Marcel op een dag zei dat hij later hindoe zou worden, zei mijn moeder: ‘Why not?’ Op zijn veertiende heeft hij zich trouwens nog laten dopen in een protestantse kerk. Dat was gewoon een fase, denk ik. Het paste in ­ieder geval binnen de filosofie van mijn ouders die vonden dat je iedere over­tuiging aan mocht hangen en dat je sowieso elk geloof in zijn waarde moest laten.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij ­arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Als ik tien dagen weg moet, probeer ik het zo te plannen dat ik maar één weekend hoef te missen. Het is de grootste nachtmerrie van Nancy, mijn vrouw, dat ik langer weg zou blijven. Het is namelijk heel zwaar om er in het weekend alleen voor te staan met drie jonge kinderen die het huis overhoop halen, ruziemaken en voortdurend vragen: wat gaan we nou doe-hoen? Ik denk dat ik op dit gebied als ouder misschien wel­eens tekortschiet. Als je die drie jongens later gaat vragen hoe de taken vroeger verdeeld werden, zullen ze waarschijnlijk zeggen: ‘Mum was the linchpin’. Zij is de spil. Als je wilt weten waar je voetbalschoenen liggen, hoe laat de crickettraining begint of toestemming wil krijgen om bij een vriendje te mogen logeren: ‘Don’t ask dad!’”

V Eer uw vader en uw moeder

“Toen jij met mijn vader sprak (Tien Geboden met Paul Theroux, Trouw, 15 augustus 2005, AV), vertelde hij onder andere dat hij, toen we klein waren, heel vaak met ons heeft gespeeld. Dat is zeker waar – ik herinner me vooral een spelletje dat we ‘Tem het monster!’ noemden – maar hij was óók een workaholic, werkte sowieso vijf dagen per week en vaak ook nog op zaterdagmorgen tot lunchtijd... Oké, tot op zekere hoogte herhaal ik het gedrag van mijn vader, maar hij was soms maanden van huis terwijl ik... ‘Dat zal allemaal wel’, onderbreekt Nancy me doorgaans op dit punt, ‘maar ik ben met jou getrouwd en niet met je vader!’ Ik breng dus heel bewust meer tijd door met mijn kinderen, maar ik zou niet willen beweren dat mijn vader geen betrokken ouder is geweest. Er werd goed voor ons gezorgd en ik heb me altijd zeer geliefd gevoeld. Mijn ouders vormden een blok. Ze waren het niet over alles eens, maar wat de opvoeding betreft waren ze toch heel consistent. Mijn moeder was politiek geëngageerd, een feminist, betrokken bij de CND (Campaign for Nuclear Dis­armament, AV), mijn vader was wat vager, mysterieuzer, deed niet aan politiek omdat hij – dat zei hij tenminste altijd – als Amerikaan toch niet mocht meedoen aan de Britse verkiezingen. We woonden in Londen, een beetje als hippies... hoewel mijn moeder zich toch ook weleens zorgen kon maken over de buren. ‘Wat zullen de buren hiervan zeggen?’

“Mijn ouders waren, zeker voor die tijd, heel vooruitstrevend. Racisme werd op geen enkele manier getolereerd, ze spraken zich uit voor homorechten en ze drongen er bij mijn broer en mij op aan dat we ons over gevoelige onderwerpen heel zorgvuldig zouden uitdrukken. Ik kan me herinneren dat ik in de speeltuin al andere kinderen aansprak op hun taalgebruik. Als ik terugdenk aan die eerste veertien, vijftien jaar van mijn leven dan zie ik een gelukkig, harmonieus gezin. Daarna, toen de ruzies begonnen die uiteindelijk in 1993 tot de echtscheiding van mijn ­ouders zouden leiden, ben ik er op een andere manier naar gaan kijken. Het doet niets af aan mijn liefde voor hen, maar doordat ze er allebei, op verschillende momenten tijdens hun huwelijk, affaires op na hielden, ben ik me toch gaan afvragen of ons gezin wel zo hecht is geweest als ik altijd had gedacht. In ieder geval was het niveau van hun inzet om er samen iets van te maken, minder hoog dan ze het in die tijd hebben doen voorkomen. Dus als je vraagt of ik mijn ouders heb geëerd: ja, zeker, en dat doe ik nog steeds, maar in die relatie naar elkaar toe hebben ze wel een paar steken laten vallen.”

VI Gij zult niet doodslaan

“Als een van mijn kinderen mij, zonder het te willen, of nee... misschien zelfs met opzet zeer doet door iets op m’n voet te laten vallen, boven op mijn hoofd springt als ik lekker lig te slapen of me zomaar, uit het niets, een stomp in m’n maag geeft dan kan ik woedend worden en zelfs – ik schaam me ervoor je dit vertellen – de aandrang voelen om zo’n actie te vergelden. Het duurt niet langer dan een seconde en ik zal die grens nooit oversteken, maar toch... Er zijn mensen, impulsiever of explosiever van aard, vatbaarder voor het ongeremde, die op zo’n moment wel een tik uitdelen of meer dan dat. Dat is niet alleen een karakterkwestie; de invloed van de omgeving speelt daarin ook een grote rol. Een chaotische opvoeding zal zeker een bijdrage leveren tot een grotere neiging om je asociaal te gedragen. Het is nooit één ding. Goed en kwaad zijn met elkaar vervlochten, je zou het haast non-binaire begrippen kunnen noemen. Max Weber (Duitse socioloog, 1864-1920, AV) heeft het over ideaal­types, overdreven generalisaties die je gebruikt om verschijnsels in de samenleving mee te kunnen vergelijken. Dat is de theorie, maar in de echte wereld bestaan goed en kwaad niet in een pure vorm. Ik vind het ook te simpel om er zo’n etiket op te plakken; je hebt goede mensen die slechte dingen doen en vice versa.

“Jimmy Saville (Britse tv-presentator, werd in 2000 door Theroux geïnterviewd en vijf jaar na zijn dood in 2011 nog eens door hem geportretteerd) was een zedendelinquent, een sinistere, manipulatieve man, iemand die zijn leven lang bezig is geweest met het bevredigen van zijn eigen seksuele behoeftes. Maar hij was óók grappig, slim en in staat om goed te doen. Snap je? Weet je wat me, nu we het over bad ­behaviour hebben, ineens te binnen schiet? Ik weet niet of het aansluit bij dit verhaal, zie maar of je er iets aan hebt: ik was samen met mijn vriendje Richard van school op weg naar huis. We waren zes of zeven jaar oud. Een paar honderd meter achter ons kwam Tom aangelopen. Ineens stopte Richard, haalde een stuk krijt uit zijn zak en schreef ‘Fuck off Tom’ op de stoep. Ik kan me niet meer herinneren of hij me vroeg mee te doen of dat ik zelf graag een bijdrage wilde leveren, maar hoe dan ook: al snel zat ik op mijn knieën om Tom’s achternaam aan de boodschap toe te voegen. Niet veel later haalde Tom ons in. Hij was totaal overstuur, huilde hartverscheurend. ‘Hebben jullie gezien wat daar op de stoep staat?’ ‘Eh nee’, zeiden wij, ‘wat dan?’ En toen... god, sorry, maar het raakt me weer nu ik er aan denk... toen zei Tom: ‘Ik weet in ieder geval zeker dat jullie het niet hebben gedaan, want mijn achternaam is verkeerd gespeld’. Hij hield het niet voor mogelijk dat wij, zijn beste vrienden, in staat zouden zijn om zoiets gemeens te doen.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Ik heb als puber gezien hoe schadelijk ontrouw kan zijn, maar het zou onzin zijn om te nu te beweren dat ik me toen al heb voorgenomen om mijn vrouw later nooit te bedriegen. Sterker nog, ik dacht alleen maar: krijg ik eigenlijk ooit nog een keer schaamhaar? En: is er een meisje op de wereld dat mij zou willen kussen? Dat waren mijn grootste zorgen. Dus, nee, ik ben niet met een setje principes de relatiewereld binnengestapt. Tegen de vrouw met wie ik van mijn achttiende tot mijn dertigste samen ben geweest, heb ik nog gezegd dat wel elkaar misschien zelfs een beetje vrij moesten laten. Met Nancy is het anders. We hebben inmiddels ook minder goede tijden doorstaan, we zijn in therapie geweest – ik denk dat ik vooral heb ingezien onder welke druk de relatie heeft gestaan – maar het gaat nu al jaren heel goed tussen ons. Natuurlijk zie ik weleens een aantrekkelijke vrouw, maar het komt niet in me op om aan die verleiding toe te geven. Ik word niet makkelijk verliefd. Ik vind het sowieso lastig om relaties met meerdere mensen te onderhouden. Dus, nee: ik ga niet vreemd. Ik wil haar niet kwijt. Zij is het en niemand anders.”

VIII Gij zult niet stelen

“In het televisiewereldje is diefstal net zo zondig als daarbuiten. Een idee is ook handelswaar, intellectueel eigendom; iets waar je geld mee kunt verdienen. Voor zover ik weet heb ik nog nooit iets gepikt en ik zou me schamen als ik het, per ongeluk, toch had gedaan. Ik zie dat mijn manier van werken wel enige navolging heeft gekregen, maar dat zie ik vooral als een compliment. Ik heb zelf ook bepaalde dingen van Michael Moore (Amerikaanse film- en documentairemaker, AV) afgekeken – met een handheld camera werken, lange dagen draaien, ook de spontane, onverwachte momenten meenemen in je ­reportage – maar tegelijkertijd staat natuurlijk ook mijn persoonlijkheid centraal. Ik ben wie ik ben. Ik stel de vragen op mijn manier.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Mijn ex heeft ooit gezegd: ‘There’s nothing real about you’. Dat zei ze vooral omdat ze boos was en pijn voelde, vanwege het feit dat we – tegen haar zin in – uit elkaar gingen. Het is dus niet zo dat ik een onwaarachtige natuur heb, al ben ik wel lange tijd iemand geweest die liever observeerde dan meedeed met de rest. Misschien was ik wel bang voor intimiteit. Dat ik niet meer wist hoe ik me uit de voeten moest maken als iemand eenmaal te dichtbij was gekomen? Zoiets? Zou dat kunnen? Ik weet het niet. Daar moeten we een andere keer wat langer over doorpraten, want ik weet oprecht niet wat ik er nu over zou kunnen zeggen. Die houding, de social anxiety, van de verlegen jongen die de boel liever van een afstandje bekijkt, zie je natuurlijk ook terug in mijn televisiewerk. Vooral in die eerste programma’s, de ‘Weird Weekends’, ben ik de charmante, incompetente slungel. Ik kan me voorstellen dat mensen in die tijd weleens hebben gedacht dat ik hen in de maling nam. Ik zou ook achterdochtig zijn geweest als Louis Theroux met een draaiende camera voor mijn neus stond om over ufo’s te praten. Maar de onderwerpen die ik nu onder handen neem – anorexia, seksueel misbruik – zijn veel serieuzer. Bovendien ben ik zelf ook een stuk volwassener geworden.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws ­naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Ik wil niet al te zen gaan klinken nu, maar waarom zou ik mezelf pijnigen met het verlangen iets te kunnen wat buiten mijn vermogen ligt? Ik was me er heel erg bewust van dat mijn vader iets voorstelde, dat hij een internationaal bekend en gevierd schrijver was, maar dat idee heeft me nooit in de weg gezeten. Ik ben trots op hem. Trots op mijn moeder. En op mijn broer. Waarschijnlijk heb ik onbewust gedacht dat ik óók moest proberen ergens goed in te zijn, maar ik wist heel lang niet waarin. Ik heb hard gewerkt, veel van mijn energie gebruikt om iets van mijn leven te maken, des te prettiger is het om nu te kunnen zeggen dat ik me ­precies bevind op de plek waar ik wil zijn.”

Arjan Visser interviewt iedere twee weken iemand aan de hand van de Tien Geboden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden