null Beeld Judith Jockel
Beeld Judith Jockel

Wat bezieltLodewijk Asscher

Lodewijk Asscher: ‘Doe de gordijnen open, zet de radio aan, toon moed, ga’

Hij wilde de rechtsbuiten van Ajax worden, of schrijver. En kijk wat Lodewijk Asscher is gaan doen. Aflevering 1 van een interviewreeks waarin Trouw-columnist Stevo Akkerman mensen vraagt wat hen drijft.

Stevo Akkerman

Lodewijk Asscher is sinds zijn vertrek uit de nationale politiek ‘een beetje mediaschuw’ geworden, zegt hij zelf. Journalisten en talkshow-redacties bleven aan zijn mouw trekken om hem te verleiden commentaar te geven op het vierde kabinet-Rutte of op de turbulentie binnen de PvdA, maar Asscher wil niet de recensent worden van het toneel waarop hij zelf een hoofdrol speelde. Wat niet wil zeggen dat zijn betrokkenheid bij de publieke zaak verdwenen is, integendeel. Hij merkte dat hij zingend in de auto zat toen hij begin dit jaar werd ingeschakeld om nieuwe kansen te scheppen voor de bewoners van Heerlen-Noord, waar allerlei achterstanden heersen. Over de bronnen van die betrokkenheid gaat dit gesprek, dat begint met een jeugdfoto die hij op ons verzoek heeft meegebracht.

Lodewijk Asscher toen hij 19 of 20 was. Beeld
Lodewijk Asscher toen hij 19 of 20 was.

Welke Lodewijk Asscher zien we hier?

“Ik moet een jaar of negentien, twintig zijn geweest. Ik had de middelbare school in Den Haag achter de rug, en was naar Amsterdam gegaan om te studeren. Het voelde als het begin van het echte leven, met branie, bevlogenheid en vrolijkheid. Nog geen idee welke kant het op zou gaan, maar ik wilde wel graag van betekenis zijn, mijn bijdrage leveren, een stempel drukken. Ik twijfelde tussen rechten en psychologie. Mijn ouders waren beide jurist, die taal was me met de paplepel ingegoten, maar ik vond veel dingen interessant en ben er in het tweede jaar psychologie bij gaan doen, totdat dat toch te veel van het goede bleek.”

U wilde van betekenis zijn – zou u dat toen ook al zo gezegd hebben? Of zijn dat woorden van nu?

“Ik kan niet terughalen hoe ik dat letterlijk zou hebben geformuleerd, maar dit was zeker het gevoel dat ik had. Als kind wilde ik schrijver worden of rechtsbuiten bij Ajax – dat laatste bleek al heel snel te hoog gegrepen, schrijven kun je heel lang blijven ambiëren. In taal een andere werkelijkheid schetsen, en mensen daarin meenemen. Dat is ook wat de politiek wil doen.”

Als u spreekt over wat u drijft, noemt u altijd uw beide ouders.

“Ja, en dat klopt ook echt, hoor.”

Hoe droegen zij hun ideeën aan hun kinderen over?

“Niet in de vorm van een preek of een redevoering, het was meer dat het leven ervan doordesemd was. Hoe kom je achter waarden? Die ontdek je in de redeneringen die mensen gebruiken, de keuzes die ze maken, de manier waarop ze spreken over wat goed is en wat niet. Er waren geen aparte gesprekken met de kinderen, je nam deel aan dé gesprekken, en daar kreeg je het in mee. De trots die je kunt ontlenen aan het feit dat je iemand kunt helpen, zoals mijn vader als advocaat. Of dat je kunt bijdragen aan een rechtvaardiger samenleving, zoals mijn moeder als hoogleraar sociaal recht. En tegelijkertijd een besef van fragiliteit.

“Ik werkte onlangs mee aan een documentaire over Ed van Thijn, en toen besefte ik weer scherp: de oorlog is voor veel mensen al heel lang voorbij, behalve voor diegenen die nog met een granaatscherf in hun ziel rondlopen. Dat verschaft het decor voor het besef dat de rechtsstaat fragiel is, en dat je daar zelf verantwoordelijkheid voor moet nemen.

“De grondtoon thuis was: woeker met je talenten, denk zelf na en realiseer je dat je een bijdrage moet leveren voor een samenleving waarin iedereen vrij en veilig kan zijn. Dat is bepaald niet vanzelfsprekend. Bij de toeslagenaffaire is het op dit punt heel erg misgegaan.”

Er zat geen religieuze component in het denken van uw ouders?

“Zeker niet expliciet. Mijn moeder is van huis uit katholiek en mijn vader was Joods, maar hij groeide op in een niet-religieus gezin. Na de oorlog was voor hem, zoals voor meer overlevenden, de verhouding met God moeizaam geworden.”

Uw overgrootvader, tijdens de oorlog mede-voorzitter van de Joodse Raad, was ook voorzitter van de Nederlandsch-Israëlitische Gemeente – hij geloofde wel in God?

“Van mijn overgrootvader weet ik dat niet, die heb ik ook niet gekend. Maar met mijn grootvader Lodewijk heb ik er wel over gesproken en die heeft zijn geloof in de tyfusbarak van Bergen-Belsen verloren. Er lag iemand in de brits onder hem wiens einde naderde, en bij wie een geestelijke langskwam. ‘Dit is Gods wil’, zei die geestelijke. Toen was het voor mijn grootvader klaar. Dan maar niet die God.”

Hij had ook kunnen denken: een geestelijke is ook maar een geestelijke.

“Jawel, maar het geloof in een God is moeilijk voor te stellen als je zo geconfronteerd bent met het absolute kwaad. Dat valt niet te verenigen.”

Zeker als je uitgaat van een almachtige God.

“Al was het maar een God die ergens bedoeling aan geeft. Wat kan nou in vredesnaam de bedoeling van ­Auschwitz of Bergen-Belsen zijn? Maar ik wil erbij zeggen dat wij gewend zijn dit als een binaire discussie te beschouwen, terwijl de werkelijkheid genuanceerder is. Ik wantrouw mensen die een absoluut geloof hebben, en ik denk dat mensen die niet geloven vaak toch ook op zoek zijn naar zingeving en dat daar semi-religieuze elementen in kunnen zitten.”

Lodewijk Asscher (Amsterdam, 1974) studeerde rechten aan de Universiteit van Amsterdam, en doceerde na zijn promotie informatierecht aan diezelfde universiteit. Vanaf 2002 maakte hij voor de PvdA deel uit van de Amsterdamse gemeenteraad, in 2006 werd hij wethouder.

Asscher stapte in 2012 over naar de nationale politiek, als vice-premier en minister van sociale zaken. Na een interne strijd om het lijsttrekkerschap werd hij in 2016 partijleider van de PvdA. De verkiezingsnederlaag van 2017 bracht de partij in de oppositie, met Asscher als fractieleider. Kort voor de verkiezingen van 2021 stapte hij op vanwege de toeslagenaffaire, waar hij als minister mede-verantwoordelijk voor was, en die nog onderwerp zal zijn van een parlementaire enquête. Sinds maart 2022 is hij als consultant verbonden aan Van de Bunt Adviseurs.

U komt uit twee tradities, maar ik associeer u met de Joodse lijn, niet met de katholieke.

“Door de maatschappelijke context, die achternaam, mijn publieke rol, de geschiedenis van de Joden in Nederland en het antisemitisme waar ik mee word geconfronteerd, is dit een veel zichtbaarder deel van mijn identiteit geworden. Ik ben me daardoor ook Joodser gaan voelen. Op een gegeven moment is dat dan gewoon zo. Het heeft mij wel geleerd dat het consequenties heeft als je mensen steeds aanspreekt op één element van hun identiteit. Ik ben er beducht voor dat bij anderen te doen.”

Maar misschien is uw Joodse identiteit ook wel sterker dan de katholieke, mede door de tragiek van de oorlog.

“Wat is een sterkere identiteit?”

Een die je meer bepaalt.

“Dan denk ik dat dat waar is, ja. Maar er huizen natuurlijk verschillende elementen in je identiteit. Mijn moeders familie is er een van onderwijzers en musici, dat is ook een sterk deel van mijn identiteit, zonder dat het samenhangt met religie. Bij mijn vader is het ook niet het joodse geloof, maar de cultuur, zijn afkomst en zijn levensgeschiedenis die mijn identiteit kleuren, en ik heb mezelf toegestaan dat ook zo te voelen.”

Uw vader werd als baby in een vuilnisemmer de Hollandse Schouwburg uitgesmokkeld en naar onderduikouders gebracht, dat drukte een stempel op zijn leven. Had dat ook gevolgen voor u?

“Hij overleed in 2018 en ik mis hem nog elke dag. Het heeft me troost geboden dat hijzelf dankbaar was voor het leven dat hij had geleefd, met name in het overwinnen van zijn demonen, de stemmen die in twijfel trokken of hij er wel mocht zijn. Als je bestaan als baby in twijfel getrokken wordt, in de meest letterlijke zin, dan blijven die demonen in zekere zin altijd bij je. Hij was er trots op dat hij er desondanks in slaagde daadwerkelijk veel geluk te ervaren, en het hielp mij dat hij daar zo naar keek. Ik heb de toespraak teruggevonden die hij hield bij het overlijden van zijn onderduikmoeder. Daarin verwoordt hij jegens haar – het is bijna ondraaglijk om te lezen – de dankbaarheid voor zijn leven. Het tegendeel van een achteloos, nonchalant leven.”

Zijn er andere bronnen die uw denken hebben beïnvloed?

“Ik ben een ontzettende veelvraat van kennis, ik vind het verrukkelijk om zo snel mogelijk zoveel mogelijk te weten te komen, en ik maak daarin geen onderscheid. Ik kan gefascineerd zijn door Louis Brandeis, de eerste Joodse rechter in het Amerikaanse hooggerechtshof, of door Thurgood Marshall, de eerste zwarte rechter in datzelfde hof. Maar ik vind het ook heerlijk om wetenschappelijke literatuur te lezen over virussen, als er zo’n coronacrisis komt, ik ben eigenlijk altijd op zoek om dingen te begrijpen. Anders kun je ze niet naar je hand zetten.”

‘De grondtoon thuis was: woeker met je talenten, denk zelf na en realiseer je dat je een bijdrage moet leveren voor een samenleving waarin iedereen vrij en veilig kan zijn.’ Beeld Judith Jockel
‘De grondtoon thuis was: woeker met je talenten, denk zelf na en realiseer je dat je een bijdrage moet leveren voor een samenleving waarin iedereen vrij en veilig kan zijn.’Beeld Judith Jockel

Hebt u ook de Hebreeuwse bijbel gelezen?

“Zeker, en ik vind vooral de taal interessant. Het is deels juridische literatuur, geschreven om de woeste wereld te beheersen. Het zijn leefregels: hoe overleven wij als vervolgd volk in de vijandige omgeving van een woestijn. Als je het op die manier leest, vind ik het fascinerend. Taal is een krachtig instrument om dingen te benoemen, om verhoudingen te bepalen. Maar je vindt er ook de taal in terug van het verlangen, en verlangens zijn universeel. Ze kunnen een mens in vuur en vlam zetten.”

Ze kunnen ook in hun tegendeel veranderen. Dan wordt de liefde een crime passionnel, het patriottisme vreemdelingenhaat.

“Maar uiteindelijk vind ik het goede interessanter dan het kwade. Je bent geneigd nieuwsgierig te zijn naar het kwade, maar het goede is misschien raadselachtiger, bijzonderder. Als je dat geheim kunt ontrafelen, bereik je meer. De heldhaftigheid om het kind van een ander te redden – hoe meer je probeert je daarin te verplaatsen, hoe fascinerender het is, zeker als je zelf vader bent geworden. De vanzelfsprekendheid waarmee zoiets gebeurde! Je vermoedt allerlei besluitvorming, maar het is vaak veel intuïtiever.”

Zou u zeggen dat de meeste mensen deugen?

“In zo’n formule wordt mensen te weinig recht gedaan. Ik geloof dat in ieder mens het goede en het kwade zit. En vervolgens gaat het dan om context: afkomst, opvoeding, geluk. Morele superioriteit: mensen indelen in verschillende soorten, is gemakzuchtig – je moet jezelf confronteren met je eigen keuzes, je eigen beslissingen. En een spiegel laat altijd ook de rimpels zien.

“Tegelijkertijd denk ik dat je een goede samenleving niet opbouwt met een politieke filosofie die uitgaat van wantrouwen jegens de burgers. Als je wantrouwen zaait, dan zul je dat ook oogsten. Gebaseerd op het idee dat je solidair moet zijn, zullen sociaaldemocraten geneigd zijn te zeggen: we geven liever een beperkt aantal mensen ten onrechte wél een uitkering, dan een beperkt aantal mensen ten onrechte géén uitkering. In de VVD-ideologie is dat andersom. Daar zit een mensbeeld achter en een politieke filosofie.”

In de jaren dat u in de politiek zat, bent u – soms in alle vriendelijkheid, soms ook vilein – hard geweest voor anderen. Is zo’n hardheid, en de bedoeling de ander te laten struikelen, eigenlijk wel goed voor jezelf?

“De opzet om een ander te laten struikelen, die heb ik niet. Hardheid is er wel. Waar ik altijd naar heb gestreefd is ‘hard op de zaak, zacht op de relatie’, al zal ik niet zeggen dat dat altijd is gelukt. Ik ben er niet trots op, dat ik weleens vilein was. Maar je moet wel willen winnen – ik verzet me tegen het idee dat politiek geen strijd zou moeten zijn, en ik wilde juist winnen voor degenen die zo vaak niet winnen in onze samenleving. ­Politiek is de plek waar wij de machtsstrijd afwikkelen, als je dat daar niet doet, zal die strijd zich elders gaan ­afspelen.”

Buitenstaanders waren weleens verbaasd, met name toen u de degens kruiste met Diederik Samsom bij de lijsttrekkersstrijd binnen de PvdA. Gert-Jan Segers zei: als Carola Schouten zo over mij zou spreken, zou ik me ernstig zorgen maken.

“Daar had hij helemaal gelijk in, dat was dramatisch, dat had ik nooit zo moeten doen.”

Uw vertrek bracht voor u onverwachts een moment van bezinning, misschien ook evaluatie. Hoe hebt u dat gedaan?

“Ik stond op het punt om een soort sportfinale te spelen, de campagne voor de landelijke verkiezingen, vol energie, en kwam in één klap tot stilstand. Dan duurt het wel even voordat je toe bent aan beschouwen. Als politicus heb je een bestemming, opeens was die weg.

“Maar gaandeweg heb ik mezelf toegestaan veel dingen te verkennen, veel mensen te spreken, om me vervolgens weer nuttig te maken. Toen kwam gelukkig al heel snel Heerlen voorbij, dat was bijna lotsbestemming. Proberen de samenleving te veranderen waar die zo weerbarstig is – Heerlen-Noord kampt sinds de mijnsluiting met een veelvoud aan achterstanden – daar mocht ik plannen voor helpen maken. Dat soort werk zal ik als consultant blijven doen. Ik werk bijvoorbeeld met een klein team mee aan een groot project om te komen tot grootschalige duurzame energie-opslag, zonder gebruik te maken van de dominante, vervuilende technologie. Als ik dat soort werk mag doen, als ik daaraan mag bijdragen, wat wil je dan nog meer?”

U bent een groot liefhebber van poëzie, ook bij debatten kwam u ermee op de proppen. Wat betekent het voor u?

“Het ontroert me, het blijft bij me, taal die je opeens weer te hulp schiet, met een dodelijke precisie. Een ambigue precisie, heel anders dan de juridische. Ik ben een grote fan van Judith Herzberg, de beste Nederlandse dichter, met alledaagse taal die een totaal andere glans krijgt.”

U citeert vaak haar gedicht ‘Daglicht’, dat eindigt met: nu alles is zoals het is/ komt het, hoewel, misschien/ hoewel, tenslotte nog in orde. Wat is dat ‘in orde komen’?

“Wat zij beschrijft! Ze begint met zintuiglijke ervaringen: ‘Uit chaos van lakens en voorgevoel opgestaan, gordijnen open, de radio aan, was plotseling Scarlatti heel helder te verstaan’. De chaos van hoe je uit je bed stapt en dat verwachtingsvolle voorgevoel. Dan de handeling: gordijnen open, radio aan. Je besluit: ik treed de dag tegemoet. Daar zit het optimisme, dat geeft troost, plotseling is daar Scarlatti, zijn pianomuziek, en opeens versta je die: het komt misschien toch in orde. Ik geloof niet in goedkoop optimisme, maar ik geloof ook niet dat je in bed moet blijven liggen. Wij zijn op aarde om op te staan: doe de gordijnen open, zet de radio aan, toon moed, ga. Voor mij is dit hele gedicht een buitengewoon ontroerende manier om hoop op te roepen. Maar wel gekoppeld aan het dagelijkse leven. Geen hoop waar je niet bij kunt, geen wonder van een brandende braamstruik, maar een hoop die je uit je lakens op doet staan.”

Lees ook:

Lodewijk Asscher moest één keer te veel excuses maken

Lodewijk Asscher treedt terug als lijsttrekker en kandidaat-Kamerlid voor de PvdA. Zijn rol in de toeslagenaffaire werd hem fataal.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden