Naschrift

Liesbeth (1938-2020) overleed aan corona in het bijzijn van haar steunpilaar David

Liesbeth en David van Huiden-Hamburg. Beeld Ilse van Kraaij
Liesbeth en David van Huiden-Hamburg.Beeld Ilse van Kraaij

Over haar ervaringen als ondergedoken kind sprak Liesbeth niet veel. Ze was positief ingesteld, weinig bracht haar uit evenwicht. Maar de confrontatie met het verleden maakte veel emoties los.

Ze leerden elkaar in 1958 kennen op een feestje. Liesbeth, een twintigjarige verpleegster in opleiding, drong zich niet op de voorgrond, toch viel ze David van Huiden meteen op. Het was haar blik die hem trof: open, oprecht. Ze was een knappe verschijning, dat ook. Om die reden werd ze, toen ze eenmaal ging werken bij de Centrale Israëlitische Ziekenverpleging (CIZ) in Amsterdam, liefkozend ‘Miss CIZ’ genoemd. Hun ontmoeting maakte ook op haar indruk: ze werd verliefd en binnen korte tijd kregen ze een relatie. Toen ze twee jaar later trouwden, betrokken ze een woning in Amsterdam. Dat was een compromis: voordat ze elkaar leerden kennen had Liesbeth het plan naar Israël te emigreren, haar familie achterna, terwijl David zijn blik op Amerika had gericht.

Beiden waren overlevenden van de Holocaust. Een groot deel van Liesbeth’s familie was gespaard gebleven, de meeste familieleden van David hadden de oorlog daarentegen niet overleefd. Als onderduikkinderen hadden ze alle twee al jong geleerd zich aan te passen aan nieuwe situaties. Tot haar vierde woonde Liesbeth onbekommerd met haar ouders en oudere zusje Lien in Amsterdam waar haar vader werkte als advocaat. Haar moeder was een poos werkzaam bij een bank. Ze waren overtuigd zionisten, vader was enige tijd voorzitter van de Nederlandse Zionistenbond.

In 1942 raakte het gezin verspreid over verschillende onderduikadressen. De ouders vonden een schuilplaats in hartje Amsterdam en sloten zich aan bij het verzet. Ze brachten illegale krantjes rond waarvoor vader af en toe iets schreef. Lien was ondergebracht in Drenthe; Liesbeth moest telkens opnieuw wennen op een ander adres, totdat een kinderloos echtpaar in Overijssel zich over haar ontfermde. Haar zwarte haar werd rossig geverfd: ze was een ­hüpsches Mädel vonden de Duitse ­officieren die in het grote huis waren ingekwartierd en door haar ontbijt geserveerd kregen. Na de oorlog werd het gezin herenigd – Liesbeth en haar pleegouders, die haar het liefst voorgoed in huis hadden genomen, bleven altijd contact houden met elkaar.

Proces tegen Iwan Demjanjuk

Liesbeth en David spraken later weinig over wat ze hadden doorgemaakt, maar ook zonder woorden vonden ze steun bij elkaar: hun gedeelde achtergrond was zo aangrijpend dat ze zich als het ware één familie voelden. Het joodse geloof speelde een belangrijke rol. Hun zoons Daniel en Gideon kregen een joodse opvoeding: bepaalde feestdagen werden gevierd en tradities nageleefd, zonder daarin al te strikt te zijn.

Terwijl David als directeur in- en verkoop van een groothandel veel reisde, was Liesbeth op haar eigen bescheiden wijze thuis de managing director. Met haar immer positieve aanwezigheid zorgde ze voor stabiliteit in het gezin. Ze had haar deeltijdbaan als hoofdverpleegster bij een medisch specialist opgezegd en gaf haar aandacht aan de jongens, het huis en de tuin. Zorgzaam maakte ze thee en fruit klaar als ze uit school kwamen en hielp hen met overhoringen voor hun examens, zelfs als zij hiervoor al om vijf uur ’s ochtends moest opstaan.

De sluimerende herinneringen aan de oorlog werden wakkergeschud door de conferentie ‘Het ondergedoken kind’ in 1992 in Amsterdam. Hoewel Liesbeth het verleden liever liet rusten, besloot ze er met David aan deel te nemen. De ontmoeting met lotgenoten maakte veel emoties los en leidde ertoe dat beiden zich meer gingen verdiepen in wat hun familie was overkomen. De ingrijpendste ervaring was het anderhalf jaar durende proces tegen Iwan Demjanjuk, voormalig kampbewaker in Sobibor. Ze steunde David met volle overtuiging toen hij in 2009 medeaanklager werd en vergezelde hem geregeld naar de rechtszaal in München. Het pleidooi dat hij daar hield, bracht haar in tranen.

In 2010 kreeg ze een levensbedreigende hersenaandoening die mentaal en fysiek een zware klap betekende. David, inmiddels gepensioneerd, werd mantelzorger. Toch knapte ze zover op dat een bezoek aan Israël, sinds jaar en dag hun tweede thuisland, mogelijk was. Het weerzien met de familie was als altijd een hoogtepunt. Van een gepland bezoek dit jaar kwam het niet: Liesbeth kreeg een nieuwe aanval en werd opgenomen in verzorgingshuis Beth Shalom. Het gezin vierde er wekelijks sabbatavond met elkaar.

In maart ging het onverwacht mis. Bij een grote corona-uitbraak in het huis raakte ze besmet. Er was weinig bekend over het virus en haar weerstand was zwak: na een korte opleving zakte ze steeds verder weg. ­Bezoek was niet meer toegestaan, Liesbeth en haar familie zagen elkaar alleen door het raam. In haar laatste uren konden Daniel en ­Gideon bij haar waken, toen David afscheid van haar nam, was ze niet meer bij kennis. Ze overleed in de ochtend van 1 april en werd die middag begraven, de enige aanwezigen waren haar naaste (schoon)familie en rabbijn Menno ten Brink.

Liesbeth van Huiden-Hamburg werd geboren op 18 juli 1938 in Amsterdam en overleed daar op 1 april 2020.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden