NaschriftPieter Tichelaar

Levensgenieter Pieter Tichelaar (1928-2020) maakte van aardewerk zijn passie

Pieter Tichelaar met zijn drie jonge kinderen op het strandBeeld Uit privé-collectie

Op de eerste dag van Pieter Tichelaars leven ligt zijn lot al vast. Als elfde generatie Tichelaar is voor de enige zoon geen andere toekomst denkbaar dan het oudste familiebedrijf van Nederland leiden.

De vraag of Pieter Tichelaar zijn vader zal opvolgen bij Koninklijke Makkumer Aardewerkfabriek Tichelaar staat nooit ter discussie: “Piet gaat naar de fabriek” hoort hij zijn hele jeugd. Dat hij met die loden last en een sterke drang naar vrijheid toch gegrepen wordt door het Friese Aardewerk mag een mirakel heten. Hij schrijft er zes kloeke boeken over, organiseert tentoonstellingen en zet het aardewerk stevig op de kaart. In een tijd waarin er weinig animo meer is voor de ambachtelijke schotels en tegels met blauwwitte designs. Hij ziet het als zijn taak het erfgoed van het eeuwenoude bedrijf te bewaken.

Dat besef zit er al vroeg in als hij opgroeit in het monumentale huis met een labyrint aan kamers, gangen, trappen en magazijnen, waar Pieter graag speelt. Het huis is versierd met wel 17.000 tegels, die tezamen Bijbelse tableaus vormen. Toch leeft het doopsgezinde, liberale gezin in aan armoede grenzende soberheid. Al het spaargeld zit in de grondstoffen. De gloriedagen waarin de Tichelaars het financieel dik voor elkaar hadden, liggen dan al twee eeuwen achter hen.

Zijn vader, Jan Pieter Tichelaar, heeft naast zijn directiefunctie meerdere bijbaantjes en is amper thuis. Van een warme vader-zoon relatie is geen sprake. Met zijn moeder, Antje Kramer, heeft hij een hechtere band, al voelt hij ook bij haar weinig warmte. Zijn vrijzinnige, ijverige moeder had liever een andere toekomst voor zichzelf gezien: als onderwijzeres demonstreert ze voor het vrouwenkiesrecht. Rechtvaardigheid en gelijkwaardigheid zijn belangrijke waarden in het gezin met drie meiden en Pieter. “Ik heb vier moeders”, zegt hij daarover.

Pieter Tichelaar als student.Beeld Foto uit privécollectie

Op de elfjarige knul maakt de mobilisatie in 1939 diepe indruk. Soldaten worden bij hen ingekwartierd: het gezin verhuist naar het achterhuis en later wonen er ook onderduikers bij hen. In de oorlogsjaren zet vader zich in voor het verzet en wordt gearresteerd, maar moeder regelt met een ruil voor aardewerk en paling dat hij wordt vrijgelaten. Als vader chef-staf wordt van het gemeentelijk bataljon van de Binnenlandse Strijdkrachten, helpt de 16-jarige Pieter in de aardewerkfabriek. Zijn middelbare hbs in Harlingen ligt toch stil.

Rode draad

De jongen is zich sterk bewust dat de buitenwacht van hem leiderschap verwacht – iets wat een rode draad wordt in zijn leven. Hij verdeelt de loonzakjes onder het personeel. Bij de bevrijding wordt opnieuw naar hem gekeken: als organisator van het bevrijdingsfeest. Als op de lagere school aan de kinderen gevraagd wordt wie de baas is van de wereld, roept een leerling: ‘God én Tichelaar’. Zonder examen te doen krijgt hij zijn hbs-diploma en de notabelen in het dorp bepalen: Pieter gaat naar Delft. Zelf wordt hij liever huisarts.

De Delftse tijd ervaart Pieter als walhalla. Hij neemt en krijgt ruim alle tijd om het studentenleven te exploreren. Elf jaar doet hij over zijn studie scheikunde. Eén reden is de tuberculose die hij en zijn zus opdoen na contact met Russische vluchtelingen. Een zomer lang liggen ze beiden in de serre in Makkum en pas na twee jaar is Pieter fit om zijn studie te vervolgen. Daarna steekt hij veel tijd in zijn lidmaatschap van het Delfts Studenten Corps, waar hij president van de senaat wordt. Iets waar hij altijd trots op blijft.

In Delft is het voor iedereen duidelijk. ‘Die man is verloren’ wordt over hem gezegd als het bedrijfsleven studenten scout. Pieter keert in 1958 inderdaad terug naar Makkum. Er wordt op hem gewacht. Punt uit. Hij hecht zelf ook aan die plek in de familielijn. Intussen is hij verloofd met studente sociale geografie, Mieke van den Hoek, een boerendochter uit Pernis. Ze trouwen en krijgen drie kinderen: Janneke, Jan en Annemiek.

In de fabriek pakt hij het anders aan dan zijn vader, die na enkele jaren terugtreedt. Pieter bestiert niet langer het bedrijf vanuit zijn studeerkamer, maar richt een kantoor op de fabriek in. Hij wil contact met de medewerkers, streeft naar een open cultuur. “Een ijverig baasje”, zo omschrijft hij zichzelf in zijn biografie ‘De Opvolger’, dat hij in 2017 laat optekenen. In zijn tijd heeft hij de wind mee, het bedrijf groeit, en financieel is hij slim door als een van de eersten aandelen te verkopen aan zijn ‘vrinden uit Delft’.

Pieter Tichelaar en zijn drie kinderen in de jaren tachtig,Beeld Foto uit privécollectie

Hij is niet alleen druk met het bedrijf, maar ook met sociale en maatschappelijke kwesties en de gemeentepolitiek. Ook zit hij kort in de Provinciale Staten, maar zijn gevoel voor rechtvaardigheid strookt niet met het politieke steekspel. Daarnaast ontwikkelt hij een liefhebberij voor het kopen en restaureren van historische panden in Makkum, waar hij jaren druk mee is. Historie bewaken, daar draait alles om.

Hoe vreemder, hoe leuker

Pieter is een levensgenieter. Thuis is het een komen en gaan van mensen die reuring brengen: hippies, kunstenaars, lifters die hij meeneemt. Hoe vreemder, hoe leuker. Als een Franse filmploeg neerstrijkt in Makkum om Simenons boek ‘Une crime en Hollande’ te verfilmen, regelt hij dat de opnames in hun huis plaatsvindt. Een zomer vol hectiek en plezier volgt. Hoewel hij en Mieke een goed team vormen, verliest het huwelijk aan glans en stapt Pieter op een dag plots op.

Hij verlangt meer vrijheid en is vaker te vinden in zijn appartement aan de Amsterdamse Prinsengracht. Het is hem tot dat moment niet gelukt een innige band met zijn kinderen op te bouwen: l’histoire se répète. Intimiteit is een moeizaam thema. De kinderen kunnen alles tegen hem zeggen – bij conflicten loopt hij nooit weg – maar op het gevoelsvlak blijkt hij onmachtig zich werkelijk te verbinden. Hij geeft ze wel alle ruimte, hij wil ze vooral niet voorbestemmen. Zo gaat dochter Janneke als dertienjarige alleen op vakantie naar Engeland. “Dat kun je wel!” zegt hij tegen haar. Dat het ook wat onbesuisd is, ziet hij niet. “Persoonlijk is mijn leven niet geweldig geweest, het had best aardiger gekund”, zegt hij in ‘De Opvolger’.

Buitenshuis verstaat Pieter juist uitstekend de kunst om met mensen contact te maken. Zijn brede interesse, charme en belangstelling zorgen ervoor dat mensen hem graag mogen. Daarin maakt hij geen verschil tussen een visser of de burgemeester. Hij is een uitstekend redenaar en spreekt schitterend Oud-Fries. Als erudiet verteller en entertainer – aan anekdotes geen gebrek – wordt hij vaak gevraagd voor organisaties betrokken bij Fries erfgoed. Hij zet zich ruimhartig in voor zijn dorp.

Pieter Tichelaar op latere leeftijd.Beeld Foto uit privécollectie

Na de scheiding houdt hij in 1985 ook de aardewerkfabriek voor gezien. Hij is erop uitgekeken. Pieter doet (interim) advieswerk en geniet van zijn herwonnen bewegingsvrijheid. Hij is verbaasd dat zijn enige zoon twee jaar na zijn vertrek onverwacht de leiding op zich neemt. De twee hebben er samen nooit over gesproken. Het is geen gemakkelijke tijd. Pieter heeft een andere kijk op de bedrijfsvoering en loopt Jan geregeld voor de voeten omwille van zijn uitgebreide studie naar het Fries Aardewerk. Op zijn 77ste verdedigt hij zijn proefschrift ‘Fries Aardewerk’ aan de Katholieke Universiteit Nijmegen en wordt daarmee dé aardewerkdeskundige van het land.

 Vroege majolicategels

Hij woont dan al enkele jaren samen met de artistieke Joyce Metz, met wie hij een vrolijk en geanimeerd leven leidt. Ze reizen veel; vooral aardewerk achterna. Bij musea duikt Pieter standaard de kelder in. Op zoek naar vroege majolicategels en -borden. Waar natuurlijk weer een boekje uit voortkomt. Ze genieten samen én geven elkaar ruimte. Want de charmante Pieter is ook dominant en die houding duldt weinig tegenspraak. 

Stil zit hij nooit. Hij heeft een brede interesse en pakt veel aan. Alles om zijn bestaan te verlevendigen. Hij protesteert tegen de komst van windmolens in het Friese landschap: een strijd die hij verliest. In die laatste levensjaren bekruipt hem de angst om dement te worden, net als zijn drie zussen. Het liefst vertrekt hij hand in hand met Joyce uit het leven: hij hecht sterk aan zijn autonomie.

Maar eerst wil hij nog een alles alomvattend boek over zijn geliefde aardewerk schrijven. Helaas haalt zijn vasculaire dementie hem in. Zo warrig als hij in het dagelijks leven is, zo lucide is hij over het zelfgekozen moment waarop zijn leven zal eindigen. Hij heeft er geen aardigheid meer in. Hij heeft nog wel één wens: een keer over zijn geboortedorp vliegen. Dat gebeurt een week voor zijn overlijden. Samen met zijn zoon bekijkt hij Makkum vanuit de lucht. Hij weet dat hij daar gezien is. Waarop hij besluit: “Het was heel mooi.”

Pieter Jan Tichelaar werd geboren op 28 juni 1928 in Makkum en overleed aldaar op 25 augustus 2020.

Trouw beschrijft het leven van onlangs overleden heel gewone of bekende mensen. Heeft u zelf een tip voor Naschrift? Mail ons via naschrift@trouw.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden